De invloed van de energiecrisis op het
verband tussen ESG-scores en de kosten van
vreemd vermogen van Europese
beursgenoteerde bedrijven
Groepsnummer: 1
Namen:
Koen Verbeek
Wiam Saghir
Jamie Mehta
Melike Çelibi
SNR:
2140581
2116259
2123480
2123291
Probleemachtergrond
Het is voor beursgenoteerde energiebedrijven in Europa cruciaal om toegang te hebben tot vreemd
vermogen. Het vreemd vermogen is nodig om langlopende investeringsprojecten zoals infrastructuur
of R&D te financieren. TegelijkerSjd zijn vermogensverschaffers steeds gevoeliger voor
duurzaamheidsrisico’s. Hieruit volgt een prakSsche vraag: leidt een hogere ESG-score tot lagere
financieringskosten? En blijX dat effect overeind in Sjden van extreme marktschokken, zoals Sjdens
de energiecrisis van 2022?
De investeringscapaciteit van energiebedrijven is sterk a[ankelijk van de kosten van vreemd
vermogen. Een kleine daling in de rentevoet kan miljoenen euro’s schelen bij grootschalige
projecten. Empirisch onderzoek suggereert dat ondernemingen met betere ESG-prestaSes
gemiddeld lagere schuldrentes betalen. Zo tonen Eliwa et al. (2021) aan dat sterke ESG-prestaSes in
Europese landen hand in hand gaan met lagere kosten van schuld.
De energiecrisis van 2022 ontstond door een combinaSe van factoren: een snel herstellende
wereldwijde energievraag na de COVID-19-pandemie, gevolgd door de Russische invasie in Oekraïne
begin 2022 die het aanbod drukte. De aanzienlijke vermindering van de Russische gasexport naar
Europa resulteerde in historische pieken, grote onzekerheid en ongekende onrust in de prijzen van
gas en elektriciteit in Europa (Rogge, 2024).
De schok had onmiddellijk aanzienlijke financiële gevolgen voor Europese energiebedrijven. Recent
onderzoek van Luo (2025) naar de financiële markten Sjdens deze crisis toont aan dat de liquiditeit
en de capaciteit om schulden te dragen bij grote Europese energiebedrijven drasSsch verslechterden
door de onzekerheid. Dit verplichge veel bedrijven om in een korte periode miljarden aan extra
kapitaal te verwerven tegen hogere kosten of zelfs om staatssteun aan te vragen. Deze ontwikkeling
toonde duidelijk aan hoe sterk de energiebedrijven a[ankelijk zijn van extern vermogen.
Onderzoeksvragen
Tegen deze achtergrond bestuderen we in dit onderzoek de volgende vragen:
•
Wat is het effect van de ESG-score op de kosten van vreemd vermogen bij Europese
energiebedrijven over de gehele periode (2019-2024)?
•
In hoeverre is er een significant verschil in de invloed van de ESG-score op de kosten van
vreemd vermogen tussen de periode vóór de energiecrisis (2019-2021) en de periode
Sjdens/na de crisis (2022-2024)?
Academische relevan7e
De bestaande literatuur documenteert overwegend een negaSeve relaSe tussen ESG en de kosten
van vreemd vermogen. Onderzoek toont aan dat dit effect in de Europese context relaSef sterk is,
mede door strenge regelgeving en een volwassen duurzaamheidsmarkt (Xu, 2025). Onderzoek van
Alves en Meneses (2024) laat zien dat ESG-investeringen agency costs kunnen verminderen en dat
bedrijven met hoge agency costs het meest profiteren van een lagere cost of debt wanneer zij goed
scoren op ESG-maatstaven. Verder is er nog onderzoek gedaan naar het effect van ESG-score op de
betaalde obligaSerente in verschillende markten. Uit dit onderzoek bleek dat er een negaSeve relaSe
is tussen de ESG-score en betaalde obligaSerente die wordt verklaard door een lager
faillissementsrisico (Fiorillo et al., 2025).
In de bestaande literatuur is echter nog niet onderzocht wat het effect is van externe schokken op dit
verband. De energiecrisis van 2022 is een voorbeeld van zo’n schok. Beleidsrapporten van onder
meer de European Investment Bank (2022) beschrijven wel hoe Europa richSng een groene
toekomst beweegt te midden van een energiecrisis, maar leggen geen nadruk op wat dit zou doen
met de kosten van vreemd vermogen voor Europese bedrijven.
Deze studie draagt bij aan de literatuur door te onderzoeken in hoeverre een externe schok, zoals de
energiecrisis van 2022, invloed heeX op het verband tussen ESG-score en de kosten van vreemd
vermogen. Hiermee geeX de studie meer inzicht in hoe dit verband verandert onder verschillende
marktomstandigheden.
Prak7sche relevan7e
Het is voor bestuurders, investeerders en kredietverstrekkers essenSeel om te begrijpen dat ESGscores niet slechts een verplichte EU-maatregel zijn, maar dat deze maatstaf wel degelijk kan leiden
tot financieel voordeel. Zeker in de energiesector, waar klimaatrisico’s, regulering en poliSeke druk
een grote rol spelen, kan ESG een signaal geven aan de kredietmarkten.
Dit onderzoek biedt voor Europese beursgenoteerde bedrijven inzicht in de mate waarin ESGprestaSes samenhangen met de kosten van vreemd vermogen, wat kan helpen bij strategische
beslissingen rondom investeringen en duurzaamheid. Voor investeerders en kredietverstrekkers
helpt het onderzoek bij het beter inschagen van risico’s, met name in perioden van economische
onzekerheid zoals Sjdens de energiecrisis. Daarnaast kan het onderzoek beleidsmakers
ondersteunen bij het verkrijgen van een beter begrip van de rol van ESG in financiële markten en bij
het vormgeven van effecSef duurzaamheidsbeleid.
Conceptueel model: introduc7e en visualisa7e
Om de onderzoeksvragen systemaSsch te beantwoorden worden de kosten van vreemd vermogen
(cost of debt) beschouwd als a[ankelijke variabele en gedefinieerd als de rentebetalingen gedeeld
door de gemiddelde uitstaande schuld (Eliwa et al., 2021). De ona[ankelijke variabele ESG-score is
apomsSg uit de dataset van RefiniSv, zoals ook in eerder onderzoek wordt gedaan (Xu, 2025). Om te
controleren voor verschillen tussen ondernemingen wordt bedrijfsomvang, gemeten als de totale
waarde van de onderneming, als controlevariabele opgenomen (Xu, 2025).
Vanuit de risicoreducSetheorie (risk miSgaSon theory) wordt verwacht dat bedrijven met een hoge
ESG-score een lager risicoprofiel hebben (Jo & Na, 2012). Zij lopen immers minder kans op
milieuboetes, vertragingen door klimaatregulering en reputaSeschade. Doordat het gepercipieerde
kredietrisico daalt, zullen banken en investeerders genoegen nemen met een lagere risicopremie. Dit
leidt tot de theoreSsche verwachSng dat duurzamere energiebedrijven goedkoper vreemd
vermogen kunnen aantrekken dan energiebedrijven met een lage ESG-score.
In dit onderzoek fungeert de energiecrisis van 2022, aangeduid als de 'crisisperiode', als
modererende variabele. Deze categorische variabele neemt de waarde “vóór crisisperiode” aan in de
periode tussen 1 januari 2019 en 31 december 2021 en neemt de waarde “Sjdens/na crisisperiode’’
aan in de periode tussen 1 januari 2022 en 31 december 2024. “Bedrijfsomvang”, gemeten als het
totaalvermogen van de onderneming wordt gebruikt als controlevariabele. Het is de verwachSng dat
de externe schok van toenemende energievraag en afnemend aanbod invloed heeX op de sterkte
van het verband tussen de ESG-score en de financieringskosten. Tijdens periodes van hoge macroeconomische onzekerheid en marktvolaSliteit zijn kredietverstrekkers doorgaans extra
terughoudend en gevoeliger voor risico's.
Figuur 1. Conceptueel model met de ESG-score als ona[ankelijke variabele, cost of debt als
a[ankelijke variabele, crisisperiode als modererende variabele en bedrijfsomvang als
controlevariabele
Referen7es
Alves, P., & Meneses, R. (2024). ESG scores and debt costs: Exploring indebtedness, agency costs, and
financial system impact. InternaSonal Review of Financial Analysis, 94, 103240.
hgps://doi.org/10.1016/j.irfa.2024.103240
Eliwa, Y., Aboud, A., & Saleh, A. (2021). ESG pracSces and the cost of debt: Evidence from EU
countries. CriScal PerspecSves on AccounSng, 79, 102097.
hgps://doi.org/10.1016/j.cpa.2019.102097
European Investment Bank. (2022). EIB investment report 2022/2023: Resilience and renewal in
Europe. European Investment Bank. hgps://www.eib.org/en/publicaSons/online/all/investmentreport-2022-2023
Fiorillo, F., Monferrà, S., & Sampagnaro, G. (2025). ESG performance and bond yield spreads:
InternaSonal evidence. Finance Research Legers, 64, 105197.
hgps://doi.org/10.1016/j.irfa.2025.104097
Jo, H., & Na, H. (2012). Does CSR reduce firm risk? Evidence from controversial industry sectors.
Journal of Business Ethics 110, 441–456. hgps://doi.org/10.1007/s10551-012-1492-2
Luo, Y. (2025). Vulnerability assessment of the natural gas financial market against the backdrop of
the European energy crisis. FronSers in Sustainable Development, 5(10).
hgps://doi.org/10.54691/wxqk0139
Rogge, E. (2024). The European energy crisis, the Dutch TTF, and the market correcSon mechanism: a
financial markets perspecSve. The Journal of World Energy Law & Business, 17(3), 184-200.
hgps://doi.org/10.1093/jwelb/jwae004
Xu, B. (2025). ESG performance and corporate cost of debt: InternaSonal evidence with regional
heterogeneity. Highlights in Business Economics and Management 65, 286-296.
hgps://doi.org/10.54097/hbem.v9i.7764