12 | Onder druk - Cursor - Technische Universiteit Eindhoven

advertisement
8
11 december 2014 | jaargang 57
@tuecursor
Tweewekelijks blad van de Technische Universiteit Eindhoven
Voor het laatste nieuws: www.cursor.tue.nl en volg tuecursor op
en
12 | Onder druk
We moeten met minder medewerkers steeds méér doen.
Hoe voorkomt de universiteit dat de werkdruk te hoog wordt
en hoeveel werkstress ondervinden medewerkers überhaupt?
6 Aanschuiven aan
de kloostertafel
Studenten ‘op stand’
in de Poeijersstraat
9 Sagrada Familia
van ijs
Studenten Bouwkunde
ondernemen nieuwe
recordpoging: een kerk
van ijs
18 Kleppen dicht
Nieuwe manier
van anticonceptie,
met hulp van de TU/e
Check out our
English section
on pages 22-32
2 | Vooraf
11 december 2014
Onderwijsmodel ID gaat in pas
lopen met Bachelor College
10 december - De faculteit Industrial Design zal per 1 september 2015 haar onderwijsmodel
zodanig hebben aangepast dat het meer in pas loopt met het Bachelor College. Volgens
decaan Aarnout Brombacher is dit een beweging die al gaande was en die ook noodzakelijk
is om de begroting sluitend te krijgen. Daarop dreigde een tekort van anderhalf miljoen
te ontstaan. Een groep van vijftig freelancers die momenteel bijdragen leveren aan het
onderwijs van ID, wordt in de loop van 2015 volledig afgebouwd.
CURTOON
Op het gebied van het onderzoek komt de focus op acht kerngebieden te liggen en worden
vijf universitair docenten aangesteld. Die zijn mede bedoeld om de leerstoelhouders meer
mogelijkheden te bieden om extra middelen te vergaren binnen de derde geldstroom.
Tachtig procent van alle studentenprojecten moet voortaan in lijn zijn met de onderzoeks­
focus van de faculteit of van de universiteit.
In het reorganisatieplan wordt uitgegaan van een financiële voorziening van 585.000 euro
om de aangekondigde wijzigingen te kunnen doorvoeren. Het CvB onderzoekt of dat
mogelijk is, aldus Brombacher. Voor vier OBP’ers wordt binnen de universiteit naar een
nieuwe positie gezocht.
ESR snoept Groep-één een zetel af
4 december - De twee studentenfracties die zitting hebben in de universiteitsraad (UR) zijn
door de verkiezingen dichter naar elkaar gegroeid. Groep-één verloor een zetel en vaardigt
komend jaar vijf leden aan de UR af, terwijl de
Eindhovense Studentenraad (ESR) er juist een
zetel bijkreeg en uitkwam op vier. De opkomst
van 40,5 procent was de laagste sinds de
invoering van het digitaal stemmen.
Traditioneel werd er ook gekozen voor de
verschillende faculteitsraden. Daar lag de
opkomst nog wat lager. Alleen Scheikundige
Technologie scoorde met een opkomst van 63
procent uitzonderlijk hoog.
Zie het onderzoeksverhaal op pagina 18.
Hoofdredacteur
Han Konings
Eindredacteur
Brigit Span
Redactie
Judith van Gaal
Tom Jeltes | Wetenschap
Norbine Schalij
San van Suchtelen
Monique van de Ven
Medewerkers
Fotografie
Rien Meulman
Bart van Overbeeke
Coverbeeld
Bart van Overbeeke
Opmaak
Natasha Franc
Vertalingen
Annemarie van Limpt (p.20,21,23,26,27)
Benjamin Ruijsenaars (p.28-31)
Aangesloten bij
Hoger Onderwijs Persbureau
Redactieraad
prof.dr. Cees Midden (voorzitter)
prof.dr. Marco de Baar
Angela Stevens- van Gennip
Thomas Reijnaerts (studentlid)
Arold Roestenburg
Anneliese Vermeulen-Adolfs (secretaris)
Redactieadres
TU/e, Matrix 1.90
5600 MB Eindhoven
tel. 040 - 2474020
e-mail: [email protected]
Cursor online
www.cursor.tue.nl
Druk
Janssen/Pers, Gennep
Advertenties
Bureau Van Vliet BV
tel. 023 - 5714745
Poll
Topdrukte in alle kantines. Studenten en
medewerkers zitten hutjemutje op elkaar.
169 mensen lieten ons weten of daar nu wel
of niet snel een oplossing voor gevonden moet
worden. Driekwart van hen vindt van wel.
Han Koning
s
lezen van de commentaren van de
faculteitsraden op de faculteitsbegrotingen voor 2015. Door de
gestaag teruglopende eerste
geldstroom zitten enkele
faculteiten in zwaar weer en
daardoor wordt het binnenhalen
van extra middelen uit de tweede
en derde geldstroom een cruciale
financiële factor. Is dat realistisch
en is dat wenselijk? De groeiende
werkdruk wordt ook in bijna elk
commentaar aangestipt. Er staan
in het nieuwe jaar dus links en
rechts heel wat zure appels klaar
om doorheen te bijten. Ik wens
iedereen daar veel wijsheid en
succes bij.
Terugkoppeling
Waarom wij niet bij evenement
a waren en niet over activiteit b
hebben geschreven? Geregeld
krijgen we zo’n vraag op ons
bordje. Hoe graag we ook alles
willen bijwonen, haalbaar is het
niet. Ga maar eens na hoeveel
activiteiten/prijswinnaars/
evenementen alleen je eigen
dienst of faculteit al heeft.
Neemt niet weg dat wij wel graag
van alles op de hoogte worden
gebracht. Want hoe zonde is het
als we belangrijk nieuws totaal
missen. De mails van enkele
tipgevers waren onlangs aan onze
aandacht ontsnapt en ze hadden
geen terugkoppeling gekregen.
Dat ook onze werkdruk toeneemt
(zie artikel pagina’s 12-16) en wij
Zeker, want drukte
zorgt voor vertraging
en kost me tijd 39.6%
Dacht het wel, want
bovenop elkaar zitten
schept irritatie 23.7%
Ja, want ik zit nu
meestal aan mijn
bureau te eten
n Gaal
5.3%
13.6%
4.7%
EENS
Angela Daley
Nicole Testerink
Enith Vlooswijk
Wellicht is 11 december wat vroeg
voor een terugblik, maar dit is
nu eenmaal de laatste papieren
Cursor van 2014. Er zijn veel mooie
dingen om op terug te kijken.
’s Werelds grootste ijskoepel
gebouwd in Finland. Nieuwe
collegevoorzitter binnengehaald,
die ook nog columns kan schrijven,
en alvast een nieuwe rector
gevonden. De NVAO gaf definitief
het groene licht voor de toets van
onze toko. Wederom stroomden
meer eerstejaars binnen en er
waren weer topnoteringen in
Elsevier en de Keuzegids. Twee
succesvolle MOOC’s gestart.
Daarnaast nog de oplevering van
Flux, een KNAW-oeuvreprijs voor
Bert Meijer en een High Tech
Systems Center voor Maarten
Steinbuch. En vergeet het goud
niet voor onze robotjes in het
voetbalgekke Brazilië.
Toch speelde bij mij even het
bekende ‘na het zuur komt het zoet’
van oud-premier Balkenende door
het hoofd. Maar dan in omgekeerde vorm. Dat gebeurde na het
NIET EENS
Colofon
Over ‘t zoet en ‘t zuur
13%
Nee hoor, zo ontmoet
je nog eens onverwacht
een ander Welnee, valt mee als
je maar op het juiste
tijdstip gaat Onzin, straks met de
kantines in Flux en
Laplace is het opgelost
Judith va
steeds selectiever moeten zijn,
wil niet zeggen dat we niet de
moeite willen en moeten nemen
om op alle mails beargumenteerd
te reageren. Ons voornemen voor
2015: daar nog alerter op zijn.
Dus, blijf vooral tippen!
Nu vragen we op www.cursor.tue.nl
De komende weken even geen poll op de site
in verband met de feestdagen. Begin 2015 komt
er weer een online.
Nieuws | 3
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Flux klaar voor bewoning
28 november - TU/e’s nieuwste vlaggenschip Flux is 28 november door bouwbedrijf BAM
opgeleverd. Tussen 1 december en maart volgend jaar zullen de nieuwe bewoners naar
hun nieuwe onderkomen verhuizen.
De eersten die Flux vanaf 1 december betreden,
zijn kwartiermakers die de inhuizing van de
rest voorbereiden. Daarna volgt de vakgroep
Video Coding and Architecture van Electrical
Engineering uit Laplace, de onderdelen van
Technische Natuurkunde en de ontwerpers­
opleiding uit het Fontys-gebouw (per 15 december),
de onderwijs- en faculteitsbureaus en vanaf
volgend jaar de EE’ers en TN’ers uit het TNOgebouw en de mensen die vanuit Potentiaal,
Impuls en Corona overkomen.
DNA-boek TU/e verschenen
2 december - Er bestaat zoiets als een eigen DNA van deze universiteit; een gezamenlijke
identiteit, die de medewerkers en studenten van de TU/e delen. Vorige week verscheen er
een boek, dat die gemeenschappelijke deler blootlegt. ‘Een basisverhaal’, zo lichtte
bestuursvoorzitter Jan Mengelers toe, ‘dat recht doet aan de identiteit van deze organisatie.
Het laat zien waar de passie en bevlogenheid zit en biedt een doorkijk naar een toekomst
waarin technologie oplossingen aanreikt voor maatschappelijke vraagstukken.’
Alle medewerkers ontvangen het Engelstalige boek. Naast interviews en foto’s is er via
augmented reality op verschillende plaatsen in het boek extra digitale content toegevoegd.
Op een smartphone zijn via de app TU/e AR filmpjes en 3D-animaties te bekijken.
Naast het boek is er ook een website gelanceerd (www.tue.nl/stories) waarop alle
21 verhalen zijn terug te lezen. Dit verhalenweb wordt in de loop van de tijd aangevuld
met actuele verhalen van TU/e-studenten en -medewerkers.
uws van de
ie
n
e
n
li
n
o
t
e
h
g
Een greep uit ee weken. Kijk voor nol
tw
afgelopen s op www.cursor.tue.n
meer nieuw
NWO-subsidie voor
TU/e-onderzoek Van der Hofstad
3 december - TU/e-hoogleraar Remco van der Hofstad (Wiskunde & Informatica) heeft
voor zijn onderzoek naar de verspreiding van informatie via ‘toevallige’ netwerken een
NWO-subsidie gekregen. Van der Hofstad gaat de ruim 450.000 euro onder meer
besteden aan een postdoc voor twee jaar en twee promovendi.
Van der Hofstad over het beloonde onderzoek: “Miljarden mensen over de hele wereld
wisselen informatie uit via internet, bijvoorbeeld via netwerken als Facebook, terwijl
computers en virussen de verbindingen in deze netwerken met dramatische gevolgen
misbruiken. In ons onderzoek gaan we na wat de belangrijkste parameters zijn bij die
informatieverspreiding. Als we dat begrijpen, zijn we ook beter in staat om dat gedrag te
voorspellen.”
Thor’s mega-Tetris in ‘Guinness’
na tweede poging
1 december - Met een raamwerk van 3.200 ledjes, evenzoveel halve pingpongballetjes als
lampenkapjes (om het licht te spreiden), 400 meter pvc-buis en ruim 3 kilometer aan
stroomkabel heeft studievereniging Thor het wereldrecord Tetris binnengehaald.
Thor (Electrical Engineering) reserveerde de
obstakelvrije en weerbestendige markthal
voor de recordpoging en stelde het moment
uit waarop ook het publiek van de mega-Tetris
kan meegenieten. Dat gaat volgende week
gebeuren als Thor het led-raamwerk per
hijskraan tegen gebouw Potentiaal laat
ophangen. Tussen 15 en 19 december is er
een kleine ‘playground’ op het parkeerterrein
naast Potentiaal, van waaruit de zakkende
blokjes met een joystick te besturen zijn.
inig
e
w
l
e
e
i
c
n
t fina
TU/e merk e wetenschapsvisie
universitaire
van nieuw
iering van de
nc
na
fi
e
d
om
, heeft voor
t
n het kabine
ie’ te verlagen ovendi”,
e plannen va
romotieprem
D
‘p
r
e
prom
d
be
m
en
ve
en
28 no
op het aantal
te herzi
geen invloed
in Nederland
ft
p
ee
ha
h
sc
et
en
“H
et
w
nties.
nig conseque
de TU/e wei
eten.
w
am
H
verhogen of
Jo van
laat CvB-lid
e factor in het
d
en
id
le
het
en
TU/e ge
termijn pakt
en is voor de
Op de korte
.
as
w
ed
am
ie
H
go
n
e
em
si
Va
pr
vi
t
enschaps
endi, stel
De promotie
ijn is de wet
ntal promov
aa
rm
te
et
h
e
n
er
va
ng
verlagen
aar op de la
utraal uit, m
n Ham.
tbudgettair ne
teit, aldus Va
uï
in
nt
co
n de universi
le
ië
sbijdrage aa
jk
’)
ri
voor de financ
et
n
vo
va
g
te
in
as
l (de ‘v
de verdel
aande sleute
, komt door
st
ft
st
.
ee
va
h
et
n
vo
en
ee
e
lg
a
st
va
ordt vi
g gevo
ocent van die
jksbijdrage w
Dat het weini
circa zeven pr
t
deel van de ri
t
ijg
oo
kr
gr
/e
n
TU
Ee
eiten.
rdeeld. De
ersiteiten ve
over de univ
Meegroeiende kunstmatige
hartklep dichterbij
8 december - Xeltis, het Zwitserse bedrijf waarin TU/e-spinoff QTIS/e is opgegaan, heeft een
bedrag van 27 miljoen euro opgehaald bij investeerders. Met dit geld kunnen de meegroeiende
kunstmatige hartkleppen, ontwikkeld door de nog altijd op het TU/e-terrein gevestigde
onderzoeksafdeling van het bedrijf, in de praktijk worden getest.
De medische oplossingen van Xeltis zijn gebaseerd op het principe van ‘endogene weefselgroei’. Hierbij wordt een bio-afbreekbare mal geïmplanteerd
in de vorm van bijvoorbeeld een hartklep, waarin zich
lichaamseigen cellen nestelen.
De volledige R&D-afdeling van Xeltis van circa vijftien
personen is op het TU/e-terrein gehuisvest, in gebouw
Catalyst. Deze onderzoeksafdeling is voortgekomen uit
de TU/e-spinoff QTIS/e, in 2007 vanuit de groep Soft
Tissue Biomechanics & Tissue Engineering opgericht
door promovendi Mirjam Rubbens en Martijn Cox.
Laatstgenoemde is nu ‘Chief Technology Officer’ van Xeltis.
4 | Gelinkt
11 december 2014
Gelinkt | 5
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Van argeloze toeristen naar geroutineerde globetrotters
De TU/e: dagelijks het tweede thuis van zo’n tienduizend studenten
en medewerkers. Een relatief kleine gemeenschap, met ontelbare
banden tussen de leden - zakelijk en/of privé. In ‘Gelinkt’ laten we
steeds twee van hen aan het woord over hun relatie met elkaar en
de universiteit.
‘Word je achtervolgd, steek dan schuin over.’ ‘Altijd een pen bij je hebben.’
‘Kleingeld in je broekzak en de rest in je backpack.’ Rogier Beckers (21)
en Bart van Eijden (27) zijn inmiddels doorgewinterde reizigers, die geen
moment onbenut laten om op het vliegtuig te stappen. Daarbij fotograferen
de fanatieke reizigers graag en studeren ze allebei bij IE&IS.
Hoewel ze bij dezelfde faculteit
rondlopen (Rogier laatste jaar
bachelor en Bart laatste jaar
master), hebben ze elkaar voor het
interview nooit eerder gesproken.
Maar ze hebben genoeg om over te
praten: anekdotes en tips worden
in hoog tempo en met veel enthousiasme uitgewisseld.
Eerst maar eens de ‘harde cijfers’:
hoeveel landen hebben ze al
bezocht? Die cijfers blijken
allesbehalve hard te zijn, want
wanneer bezoek je een land?
Rogier: “De landen waar ik alleen
een overstap heb gehad, reken ik
niet mee. Ik moet er in elk geval een
nacht hebben geslapen. Alhoewel
ik in België nooit heb overnacht,
haha. Maar daar ben ik vaak genoeg
geweest!” De 21-jarige student komt
zo uit op dertig landen. “Welke
telling hanteer jij?”, wil hij van
Bart weten. Die hanteert eenzelfde
definitie, maar hij vindt het om
andere redenen lastig om een exact
aantal aan te geven. “Sommige
gebieden worden niet overal als
land erkend. Denk aan Kosovo.
Hetzelfde geldt voor Transnistrië,
een van Moldavië afgesplitste
post-Sovjetstaat. Ik zeg zelf dat
ik in 58+2 landen ben geweest.”
Rogier lacht. “En nu ken je je
paspoortnummer uit je hoofd en vul
je dat formulier zo in. Trouwens erg
handig om dat al tijdens de vlucht
in te vullen. Scheelt een hoop tijd
bij de douane.” Rogiers eerste
verre reis was in 2009 naar New
York. In 2010 bezocht hij Indonesië
en in 2012 ging hij voor het eerst
alleen naar een verre bestemming,
namelijk naar Vietnam. Zijn bezoek
aan Azië smaakte naar meer.
“Toen is het heel snel gegaan.
Het is geweldig om dat gevoel
van echte vrijheid te ervaren!”
Bij zowel Bart als Rogier is de
‘reisverslaving’ iets van de laatste
jaren. Bart: “Tot 2009 had ik nooit
gereisd. Ik ging met mijn ouders op
vakantie naar bijvoorbeeld Mallorca
en Frankrijk en later als tiener naar
onder meer Chersonissos en Lloret
de Mar om te feesten. Ik vond het
tijd om eens wat verder te gaan
en verschillende vrienden van de
middelbare school waren naar
Australië geweest. Dat leek me
ook wel iets. In iets meer dan zes
maanden heb ik Australië, Thailand,
Maleisië en Singapore bezocht.
Ik wist nog helemaal niks; ik had
geen idee wat ik moest met het
papiertje dat ze in het vliegtuig
uitdeelden, wat een immigratie­
formulier bleek te zijn.”
Inmiddels hebben Rogier en Bart
heel wat van de wereld gezien en
zijn ze behoorlijk wat ervaringen
rijker. Ze weten donders goed waar
ze op moeten letten en zijn allang
geen argeloze reizigers meer. “Ze
proberen je overal te beduvelen”,
constateert Bart. Rogier: “Dan is
een weg zogenaamd ineens een
tolweg. Of je moet veel betalen om
de grens over te mogen. Wat ze
vaak als tactiek gebruiken, is dat
je goedkoop of zelfs gratis vervoer
hebt, maar dan wel bij allerlei
plekken stopt waar mensen je iets
willen verkopen. De kunst is om het
spelletje dan mee te spelen, zonder
te hoeven betalen.” Hij vertelt over
zijn ervaringen in het Indiase Jaipur,
waar voortdurend showtjes worden
opgevoerd. Bart heeft daar dezelfde
ervaringen gehad. “Ik ben heel
goedkoop per tuktuk door de stad
gereisd”, grijnst hij.
Waar het bij Rogier bij onschuldige
onderhandelspelletjes is gebleven,
heeft Bart ook al pogingen tot
afpersing en zelfs bedreigingen
meegemaakt. Zo is hij door de KGB
opgepakt in Transnistrië omdat hij
- zonder er erg in te hebben - foto’s
had gemaakt van een Russische
legerbasis. Na urenlang ondervragen
hebben ze hem vrijgelaten.
In Mozambique zag hij een
Kalasjnikov op zich gericht,
Bart van Eijden
Opgepakt door
de KGB in
Transnistrië
toen een militair meende dat er
geld te halen viel bij de westerling.
Ook dat liep met een sisser af.
Uitgebreid doet hij de verhalen uit
de doeken en het woord ‘angst’
komt daarin niet voor. “Bang zijn
levert niets op”, luidt zijn nuchtere
conclusie.
De twee studenten hebben zo hun
tactieken om hun (potentiële)
belagers te slim af te zijn. Rogier:
“Als ik het gevoel heb dat ik word
achtervolgd, steek ik schuin over en
let ik op of de ander dat ook doet.”
Bart: “Ik draai zelf dan soms een
rondje terwijl ik loop (doet het ter
plekke even voor). En je moet nooit
reageren als iemand je roept.”
De reislustige studenten zorgen
ervoor dat ze meerdere pasfoto’s,
paspoortkopieën en kopieën van
andere belangrijke paperassen bij
zich hebben, voor het geval ze een
nieuw document moeten aanvragen.
En nog een handige tip van Bart:
“Als je met iemand in gesprek bent,
vraag naar iemands baan. Als ze
duidelijk iets verzinnen, is de kans
groot dat ze leven van het aftroggelen
van geld van reizigers.” De twee
gaan nooit met teveel geld op pad
en spreiden hun geld.
De minder
toegankelijke
gebieden
wachten
Gelukkig komen ze ook genoeg
vriendelijke en gastvrije mensen
tegen op hun reizen. Rogier:
“Zoveel mensen willen je helpen.
Ik heb bijvoorbeeld in Vietnam
gehad dat een hoop mensen naar
de naderende trein wezen om
duidelijk te maken dat ik die moest
hebben. En we hadden het vaak
gezellig met iedereen in het
treinstel.” Een vergelijkbaar
enthousiasme komt bij Bart
boven als hij het over Iran heeft:
“Een te gek land, de inwoners
zijn enorm gastvrij en aardig.”
Waar Rogier ook de toeristische
plekken langsgaat en zich
permitteert om nu en dan wat
sneller vervoer te hebben, maakt
Bart het zich meestal zo moeilijk
mogelijk. Hij bezoekt bij voorkeur
onherbergzame gebieden, gaat
naar landen die in oorlog zijn
geweest of waar een ‘bevroren
conflict’ is en wil zo min mogelijk
uitgeven. “Als ik de keus heb
tussen een busreis van vier uur
voor omgerekend tachtig eurocent
of van acht uur voor veertig
eurocent kies ik voor de laatste
optie. Ik heb er een hekel aan om
passief te zijn. Als je alleen maar
bezienswaardigheden afgaat,
kom je ook niet gemakkelijk met
bewoners in contact.”
Rogier zoekt zowel de typische
toeristenplekjes op als de minder
druk bezochte gebieden. Hij verwacht
in de toekomst nog wel in de minder
toegankelijke gebieden uit te komen
die Bart hoofdzakelijk bezoekt.
“Ik heb nu het grootste gedeelte
van de bezienswaardigheden die ik
wilde zien gehad. Ik denk dat ik nog
maar eens bij Bart tips moet vragen
als ik de lastigere gebieden inga.”
Bart werkt als geluidstechnicus en
fotograaf. Rogier fotografeert vooral
hobbymatig en verdient zijn geld bij
Vodafone. Hoewel ze beiden graag
improviseren en de kosten proberen
te drukken, kan dat niet altijd en
overal. Bart: “Als je naar Canada
wilt, moet je echt wel van tevoren
uitzoeken waar de goedkoopste
hostels zitten. Een local op straat
stuurt je anders naar een hotel.”
Ze reizen soms met een of meerdere
vrienden, maar het liefst alleen, juist
‘omdat je dan wat gemakkelijker
contact legt en je eigen plan kunt
trekken’. Op de vraag of een relatie
goed zou passen bij het reizen,
volgt aarzeling. Rogier: “Ik vraag
De meest bijzondere locaties op aarde
zijn volgens de twee globetrotters
de grensovergangen. Ze - en dan
met name Bart - maken er een sport
van om ‘lastige’ grenzen over te
komen zonder daar al te veel geld
aan kwijt te zijn. Bovendien genieten
ze van de chaos die er vaak overdag
heerst en de spanning die ’s nachts
hoogtij viert.
Het grootste gedeelte van hun
verdiende geld gaat op aan reizen.
Rogier Beckers
me af of ze het tof zou vinden
als ik veel en lang weg ben.”
Bart: “Tsja, ze zou wel tegen
mijn manier van reizen moeten
kunnen.” Maar de brui geven
aan het reizen? Geen sprake van!
Tekst | Judith van Gaal
Foto | Bart van Overbeeke
Zowel Bart als Rogier
houdt een reisblog bij.
Barts belevenissen
zijn te volgen via
www.offbeattravelling.com/
en die van Rogier via
www.notjustablog.com
6 | Student
Clmn
11 december 2014
Middenin de wijk Doornakkers, aan de Poeijersstraat 71-79,
staat een voormalig klooster. Na een halve eeuw onderdak
te hebben geboden aan zusters Franciscanessen en
minderbroeders Kapucijnen, wonen er sinds tien jaar
studenten. Een deel van de dertig bewoners vormt een
hechte club die regelmatig samen op stap gaat en
legendarische huisfeesten organiseert. Hoewel het
samen eten de laatste tijd een beetje verwaterd is ‘druk met studie en verenigingsleven’ - kookt Joost van
der Woerd (Automotive) vanavond voor negen man.
Aanschuiven bij
Linzencurry met
kip en naanbrood
Benodigdheden (8 personen)
1,2 kg linzen uit blik
400 ml kokosmelk
400 gram roomkaas
1 kg kipfilet
700 gram spinazieblokjes
2 bakjes boemboe groene curry
16 naanbroodjes
1 komkommer
Alain Starke
bijna-alumnus
Innovation Scien
ces
Het zit
er bijna op
Een half uur voor de spiegel staan,
tegen jezelf zwetsen en kijken hoe
je erbij staat. Welke egocentrische,
megalomane maniak doet dat nou?
Snijd de kipfilet in blokjes en snipper de
uien. Breng de linzen, kokosmelk en
roomkaas tegen de kook aan, voeg de
spinazieblokjes en groene curry toe.
Laat het geheel indikken. Bak in een
andere pan de kip en uien op middelhoog
vuur en voeg deze toe aan de saus.
Serveer de curry met warme naanbroodjes
en plakjes komkommer.
Zo dacht ik tot deze week over het
oefenen van presentaties. Meestal
maakte ik gewoon een gezapige
PowerPoint met veel plaatjes, zorgde
dat ik minstens een kilometer
aflegde tijdens de presentatie voor
de dynamiek, en leerde er gruwelijke
grapjes bij (Bijvoorbeeld: er lopen
twee x² over straat. Loopt er plots
één weg en komt een ‘2x’ terug. X²
tegen 2x: “Hey waar was je?” 2x:
“Oh sorry, ik was even afgeleid!”).
Deze week is het echter andere roze
koek. Niet alleen zit het jaar er bijna
op, mijn studietijd ook. Ik ga a.s.
vrijdag afstuderen: een half uur lang
vriend en vijand entertainen in een
poging om toch nog een Hollandse
meester te worden, ondanks de visie
van mijn tekenlerares: “Kijk Alain,
ik zie dat je je best hebt gedaan op
deze tekening, maar mijn neefje van
vijf beheerste het pointillisme al
beter dan jij. Een 7.” Dan maar een
meester van de wetenschap.
TU es
Wat doe je het liefst in je vrije tijd?
Als ik vrije tijd heb - met de studie Bouwkunde een zeldzaamheid -, ga ik graag met
vrienden wat drinken, het liefste lekker speciaalbier bij De Baron op de Kleine Berg.
Wat had je van tevoren niet verwacht van Eindhoven?
Ik ben geboren en getogen in Eindhoven en ken vooral het noordelijke deel van
Eindhoven - Woensel - op m’n duimpje. Ook het centrum en Stratumseind zijn voor mij
geen onbekend terrein. Wel moet ik zeggen dat ik tijdens de introductie­week Eindhoven
anders ben gaan zien. Voorheen was mijn huis het ‘middelpunt’ van Eindhoven; nu
kom ik veel vaker dan voorheen in het centrum.
Als je iets aan de TU/e zou mogen veranderen, wat zou dat dan zijn?
Een fatsoenlijke plek om je fiets neer te zetten. Ik weet niet hoe dat op de rest van de
campus is, maar bij Vertigo is dat een crime.
Als je jezelf terug in de tijd kon verplaatsen, waar zou de reis dan naartoe
gaan en waarom?
Als ik een tijdmachine zou hebben om echt ver terug in de tijd te kunnen, zou ik graag
in het oude Rome willen wonen, toen het Forum Romanum meer was dan een aantal
zuilen en vervallen tempels. Als ik mijn eigen leven zou kunnen terugdraaien, zou ik
terugspoelen naar de tijd dat ik nog opa’s en oma’s had en hen nog meer gaan
waarderen dan ik toen gedaan heb.
Plots neem ik mezelf heel serieus
omdat het er bijna op zit en wil ik het
onderste uit de kan halen. Daarom
presenteerde ik deze week voor het
eerst in mijn leven voor de spiegel.
Met een onuitgeslapen bakkes,
paarse IKEA-pantoffels dragend,
lezend vanaf mijn telefoon als een
rapper die een Willeke Alberti-nummer moet coveren.
Op www.cursor.tue.nl
vind je meer columns.
De volgens de redactie beste
column plaatsen we hier.
Gaat het er vroom aan toe?
De kapel, met metershoge glas-in-loodramen, doet
tegenwoordig dienst als woonkamer en keuken.
Qua interieur herinnert alleen een serie tableaus met
daarop de kruisgang van Jezus Christus nog aan de
vorige bewoners, de rest van de kapel is gevuld met
bierkratten, vlaggetjes en posters van lingeriemodellen.
Wel is er de Kloosterdrank; het befaamde huisdrankje
naar geheim recept waarmee onder meer de besturen
van Thor en Doppio geconstitueerd zijn.
Waarvoor dient het koord door het raam
van Thomas’ kamer?
Letterlijk hoogtepunt van het gebouw is het klokkentorentje, net boven de zolderkamer van Thomas
Wamsteker (Industrial Design). De klok is door middel
van een koord te bedienen en heeft genoeg volume
om de hele buurt wakker te maken. “Gewoonlijk luiden
we ‘m maar drie of vier keer per jaar met het oog op
de bewoners uit het bejaardentehuis hiernaast.
Tijdens nieuwjaar hebben we ‘m eens zestig keer
geluid, met vijf man, ieder twaalf keer.”
Twilight en Nick en Simon. “Vijf rollen inpakpapier en
tien rollen aluminiumfolie hadden we daarvoor nodig”,
vertelt Janneke van Gorp (Industrial Design) die als
bewijs de foto’s laat zien.
Wat doen de portretten van Lenin en Stalin aan
de muur?
Dat zijn overblijfselen van een huisfeest in communistische
stijl. Inmiddels staat ook een ingelijst portret van
Sinterklaas klaar ter ere van de Absintparty deze
vrijdag. Iets met het feit dat Sinterklaas weer voorbij
is en absint. De messen in de muur herinneren aan
de Justin Bieberposter die er tot voor kort hing. Chris
Steenhuis (Architecture, Building en Planning): “Alleen
de scherpe blijven zitten, dus jammer genoeg hebben
we niet meer zoveel fatsoenlijke messen om te eten.”
Kunnen ze een beetje overweg met hun
buurtgenoten?
‘Ons Klooster’ staat in een, eufemistisch gezegd,
levendige wijk. Zijn het niet de koperen regenpijpen die
van het gebouw gestolen worden, dan is het wel de
ex-gedetineerde overbuurman die dreigend aan de deur
komt. Tijdens het vorige huisfeest kregen ze een zwerver
op bezoek. Karsten Miermans: “Iemand gaf hem bier
waarna hij niet meer weg wilde gaan. Uiteindelijk heeft
de politie hem opgehaald.” Janneke relativeert:
“Het is een criminele
buurt, maar wij doen
net zo hard mee.”
Waarom worden er geen sleutels meer
uitgewisseld?
Karsten Miermans (Applied Physics) leende ooit zijn
kamersleutel uit zodat iemand zijn plantjes water zou
geven. Bij terugkomst trof hij een compleet ingepakte
kamer aan. Plus een plafond bedekt met posters van
Mijn afstudeerverslag (à 60 pagina’s)
samenvatten in een half uur is een
hele klus. Mij bekruipt het gevoel
dat die tijd geen recht doet aan het
lange traject van een afstudeerder.
Ik ben sinds februari in de weer
geweest met het ontleden van
boekwerken, het corrigeren van
passieve zinsconstructies, en
programmeren in JQuery, Javascript
en RSI. Dit alles samenvatten in een
half uur voelt alsof je een deel weggooit.
Nu nog een grapje over ex verzinnen.
Tot vrijdag, burgerleven.
Student | 7
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Waar in Eindhoven kan een student
lekker en goedkoop uit eten?
Lekker: de Burger in de Kerkstraat.
Goedkoop: Happy Italy.
Sven van der Hulst (20 jaar)
Derdejaars Bouwkunde
Foto | Bart van Overbeeke
Wat doe je op je eerste vrije dag na
een drukke tentamenperiode?
Lekker lang uitslapen en de hele dag op
de bank hangen, ’s avonds gezellig op stap
of een terrasje pikken met vrienden.
Wat is het meest opmerkelijke dat
je ooit hebt aangetroffen in je kamer
na een avond stappen?
Een speelgoedzwaard - met carnaval
onbewust afgepakt van een piraat!
De vraag
‘Wat had
je van
tevoren n
iet verwa
cht van
Eindhove
n?’
betreft uit mag wat Sven
de rubrie
k. In
plaats da
arvan wil
hij graag
van zijn o
pvo
‘Welke sta lger(s) weten:
dz
volgens jo ou elke student
u minima
al één
keer in z’n
le
moeten h ven bezocht
ebben en
waarom?
(MvdV)
’.
Tekst | Freke Sens
Foto’s | Bart van Overbeeke
Wil jij ook met je culinaire huisgenoten
in deze rubriek? Mail dan naar [email protected]
En hoe is het in Calgary?
Studenten van de TU/e gaan steeds vaker voor hun studie naar het buitenland. Voor stage of voor het verrichten
van onderzoek, omdat het verplicht is of omdat ze het leuk vinden. Cursorlezers kunnen iedere twee weken over
de schouder van een TU/e-student in het buitenland meekijken.
Aan de voet van de Canadese Rocky Mountains liggen de planes die zich uitstrekken tot de Atlantische
oceaan, en waar weer en wind heersen. Aan het begin van die ongerepte vlakte ligt Calgary. Dit koos
ik als bestemming voor mijn externe stage. Een bruisende stad met uitzicht op de Rockies en
overgeleverd aan moeder natuur en de Canadese multiculturele gastvrijheid.
Ik loop stage bij het Bone Imaging Lab van de Universty of Calgary, een vooruitstrevende groep op
het gebied van bot-imaging. Mijn project bestaat uit het bepalen van de botsterkte vanuit CT-scans
met de eindige-elementenmethode.
Canada is een outdoorland bij uitstek, en in Calgary met zijn ligging dichtbij de bergen zijn veel
mensen die graag voor een wandeling of kampeeravontuur een uurtje naar het westen rijden.
Maar ook de stad heeft heel veel mogelijkheden voor outdooractiviteiten. Zeker de eerste maanden
was ik tijdens mijn weekenden vaak te vinden in de bergen of in een van de mooie parken in de stad.
Momenteel is de winter begonnen, wat de uitdaging van leven bij -20 geeft. Denk niet dat dat
verschrikkelijk is: er lopen allemaal Michelinmensjes over straat, het zonnetje schijnt, in de bergen
kun je skiën en de hele stad is voorbereid op deze temperaturen.
Naast een stad met veel outdoormogelijkheden zou ik Calgary als multicultureel omschrijven.
Dé Canadees bestaat niet; als je iemand vraagt waar die vandaan komt, krijg je niet de woonplaats,
maar de originele afkomst. Eten is beschikbaar uit de keukens van Azië, Afrika, Zuid-Amerika en
Europa en je hoort verschillende Engelse accenten. Het is een stad waar iedereen een vriendelijk
kletspraatje houdt, hartelijk welkom geheten wordt en zich snel thuis kan voelen.
Nik
mastietra Kruis,
Medica student
l Engi
neerieng
Vind jij het ook leuk om een bijdrage te leveren aan
deze rubriek en ben jij dit collegejaar in het buitenland?
Stuur dan een mailtje naar [email protected]
Lees alle buitenlandervaringen online op www.cursor.tue.nl
8 | Student
11 december 2014
Student | 9
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
“IJskoepel was een jongensdroom,
Sagrada Familia is een project”
Kracht/en/veld E.S.T. Suca: Cheerleading
Tekst | Judith van Gaal
Facts and figures
Grote plastic ‘ballonnen’ maken, touwen knopen, ankers slaan in Finland. Vijftien
TU/e-studenten Bouwkunde en universitair docent Arno Pronk zijn volop bezig
met de voorbereidingen voor de bouw van de Sagrada Familia van ijs die deze
maand van start gaat in Finland. In onderstaande tijdslijn schetsen we wat al
gedaan is en welke uitdagingen de groep nog te wachten staan.
Opgericht in: 2012
Aantal leden: 7 vrouwen, 2 mannen
(cheerleading is onderdeel van
turnvereniging E.S.T.Suca.
Suca heeft 45 leden).
Beste prestatie: support geven
bij het GNSK 2012 in Eindhoven.
Doel: deelnemen aan NK-wedstrijden
vanaf februari.
Trainer: Amber van Es (woont in
Eindhoven, studeert bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam).
Training: woensdag 17:30 - 19:00 u.
suca.nstb.nl
Wat is het grootste misverstand over cheerleading?
“Dat we tuttig met pompoms zwaaien en yellen in glitterpakjes en navelpiercings!”, zeggen Oriane Dierikx (zevendejaars
Werktuigbouwkunde) en Mylene Frankfort (derdejaars Biomedische Technologie) meteen. “Maar: we stunten meer dan we
dansen. Blauwe plekken zijn geen uitzondering, je moet tegen een stootje kunnen. Piercings zijn verboden, net als lange
nagels. Sieraden moeten af of je moet ze wegtapen. En we schreeuwen nooit.”
18 januari
Gaan die vooroordelen over highschool cheerleading?
Bouwkundestudenten Teun
Verberne en Jordy Kern vieren
mee dat de bouw van de ijskoepel
in het Finse Juuka geslaagd is.
Ze werken samen aan paviljoentjes
bij de koepel en merken dat de
samenwerking vlot verloopt.
Ze willen graag het volledige
traject organiseren en werpen
zich op als kartrekkers van het
nieuwe project en maken er
hun afstudeerproject van.
“Ja. En wij doen aan all star cheerleaden. Wij moedigen niet andere clubs aan, wij zijn een sport op zich. We maken routines
van enkele minuten waarvoor we stunts combineren met dans en tumbling, de turnoefeningen op de vloer. Daarvoor hebben
we een speciale training op vrijdag. Bij ons vliegen de mensen door de lucht.”
Daniëlle Boek is de nieuwste aanwinst van Suca. Waarom ben je lid geworden?
“Tijdens de sportmarkt in de introweek werd mijn groepje van BMT door Suca aangespoord een stunt te doen.
Ik was de lichtste van de groep en werd door twee mannen uit mijn groepje op handen omhooggeduwd.
Mijn voeten kwamen tot hun borst en dat voelde heel hoog. Geweldig! Sinds ik lid ben, leer ik elke
week meer, heb ook telkens spierpijn na de training. Ik krijg er echt een rush van.”
Er zijn vier basisposities: flyer, base, third en spot. Wie doet wat?
Een flyer staat bovenop, een base zorgt voor het tilwerk, een third coördineert de stunt en een spot doet
dienst als menselijke valmat. Trainster Amber is graag base. Ze vindt vliegen erg spannend en heeft kracht
genoeg om te gooien en te vangen: “Mensen in de lucht gooien vind ik leuk”. Mylene begon als flyer, maar
traint nu ook voor third. “Want dan oefen je veel controle uit over de stunt en dat past wel bij mij qua karakter, haha.”
Oriane vliegt graag. “Als flyer krijg ik een adrenalinekick. Het is wel spannend, maar ik weet dat het altijd goed gaat.
Ik vertrouw op het team.”
1 maart
Waar doe je het voor?
Oriane: “Ik word er echt gelukkig van. Voor mij komt een kleine-meisjesdroom uit.” Mylene houdt van turnen en van sporten
in teamverband, voor haar is dit de ideale combinatie. En Amber kan niet meer turnen vanwege een kniebandblessure die ze
daarbij opliep. “Maar ik kan wel cheerleaden en er training in geven.” Alle leden hebben trouwens een trainersfunctie omdat
ze elkaar telkens feedback geven. Ook Amber krijgt dat. “Ik krijg vaak te horen dat ik mijn rug recht moet houden.”
Hello...
world?
Comic | Elles Raaijmakers
Inkleuren | Minke Nijenhuis
2014
Tekst | Norbine Schalij
Foto’s | Bart van Overbeeke
Het project gaat van start.
Al brainstormend ontstaat het
idee om de beroemde basiliek
van Antoni Gaudí na te bootsen.
Arno Pronk: “We wilden graag
iets elegants maken, de meeste
ijsprojecten zijn vrij lomp en
pompeus. Ook wilden we onze
grenzen verleggen. Vorig jaar
was het een jongensdroom
die we gerealiseerd hadden,
nu wordt het een grondig
voorbereid project.”
7-11 mei
Enkele Finnen uit Juuka bezoeken
de TU/e en Nederland. In deze
plaats in het zuidoosten van
Finland met om en nabij de
vijfduizend inwoners was vorig
jaar ook de IceDome gebouwd.
De Finnen zijn onder meer
benieuwd hoe ze in Nederland
toerisme aanpakken. Een bezoek
aan de Keukenhof en Zaanse
Schans mag dan ook niet ontbreken.
Mei
Teun, Jordy en Arno gaan studenten
warm maken voor hun project.
Uiteindelijk komen ze tot een
kernteam van vijftien personen,
hoofdzakelijk Bouwkunde­studenten.
Ook worden sponsoren geworven,
waarvan de meesten in het
materiaal gaan investeren.
1-5 april
Teun Verberne en Jordy Kern
gaan naar de Sagrada Familia in
Barcelona om een indruk te krijgen
van de bouwstijl en -technieken.
Ze ontmoeten daar Jordi FaulÍ,
technisch directeur van de basiliek.
Teun: “We probeerden al weken
met hem in contact te komen.
Ter plekke probeerden we het door
aan te bellen en voor we het wisten
stonden we in zijn kamer. Hij was
erg enthousiast over ons plan.”
Juni - oktober
Aan de slag met het ontwerp.
Uiteindelijk kiest het team ervoor
om niet een schaal van 1:4 aan te
houden, maar van 1:5. In totaal
komen er vijf torens, waarbij de
hoogste toren 30 meter hoog is,
twee torens 21 meter hoog zijn
en twee andere torens 18 meter.
Verder komt er een middenschip
dat wordt gemaakt van tentdoeken
en touwen - een opstelling die in
theorie goed zou moeten werken,
maar die de makers in de praktijk
moeten testen. De studenten gaan
opnieuw aan de slag met pykrete,
het mengsel van zaagsel en ijs dat
ook voor de IceDome is gebruikt,
en ze maken gebruik van sneeuw.
Arno Pronk: “Het wordt uiteindelijk
een heel erge lookalike van de
Sagrada Familia. Het moet wel
aansluiten bij de realiteit, maar je
moet ook realistisch zijn over wat
haalbaar is.”
September
De taken worden verdeeld.
Studenten uitvoeringstechniek
Leen Moerland, Joris Borsboom,
Yaron Moonen, Sven de Loijer,
Martin Drijvers en Dennis van der
Steen richten zich op de realisatie
en kijken naar de veiligheid.
Studenten bouwtechniek (BT) Roel
Koekkoek en Lars van Beers zijn
verantwoordelijk voor de entree,
BT’er Thijs van de Nieuwenhof voor
de ballonnen en BT-studenten
Glenn Pennings en Loes Mulders
voor het schip. Lieneke van der
Molen en Miranda Kamphuis,
beiden student Structural Design,
houden zich onder leiding van
universitair docent Arjan Habraken
bezig met het rekenwerk. Teun en
Jordy springen overal bij en bewaken
met Arno Pronk de gehele voortgang.
17 - 22 november
De studenten maken de ballonnen
bij het bedrijf Polyned. Het doek
voor de hoogste toren weegt zo’n
800 kilo.
19-24 december
Al het materiaal gaat met een schip
van Antwerpen naar Finland.
2015
28 december - 24 januari
Opnames voor het BNN-programma Proefkonijnen. Het tv-team gaat
in de Skidôme in Rucphen testen
hoe lang een iglo het houdt als
er verwarming in staat. Buiten
de aandacht is het een mooie
gelegenheid voor het TU/e-team
om hun ballon te testen.
De verwachte uitzenddatum
is in het voorjaar.
Het TU/e-team gaat bouwen in
Finland op het terrein van het
bedrijf Tulikivi - waar ze onder
meer testfaciliteiten hebben - en
krijgt daarbij hulp van medestudenten en familie. Uiteindelijk
gaan er zo’n tachtig personen
vanuit Nederland naartoe. Verder
worden enkele studenten van de
ETH in Zürich verwacht, komt er
een groep studenten van de KU
Leuven en Universiteit Gent om
een paviljoen te bouwen en wordt
er nog een groep studenten van
de Aalto University uit Helsinki
verwacht. Tenslotte zou dit project
niet mogelijk zijn geweest zonder
de hulp van de bewoners van het
Finse Juuka.
12-18 december
17 januari
Het touwennet voor het middenstuk
wordt geknoopt.
Het team hoopt te kunnen vieren
dat het hoogste punt is bereikt.
Het is de bedoeling dat er een
aangelicht kruis op komt. Met het
bereiken van een hoogte van dertig
meter zouden ze de hoogste ijskoepel
ter wereld hebben gebouwd.
26 november - 3 december
Jordy en Teun zijn in Finland om 53
ankers te boren. Met deze ankers
worden later de ballonnen aan de
grond vastgemaakt.
11 december
24 januari
Officiële opening. De Finnen
regelen verschillende acts
waarmee - hopelijk - het welslagen
van het project kan worden
gevierd.
www.structuralice.com/
10 | Universiteitsberichten
ALGEMEEN
Cursor | Laatste Cursor van dit jaar
Deze Cursor is de laatste van 2014.
Op donderdag 8 januari verschijnt
Cursor 9. Tussendoor zijn we online
actief (www.cursor.tue.nl), zij het
minder dan normaal vanwege de
vakantieperiode. We wensen
iedereen een fijne vakantie en
graag tot ziens in 2015!
Last Cursor
This is the last Cursor in 2014. The
next paper Cursor will be published
on January 8th. Meanwhile you can
still visit us on cursor.tue.nl/en for
the latest news, although we won’t
be very active because of the
holiday season. We hope you all
have a great holiday season and
hope to see you again in 2015.
SAI | Invitation diploma award
ceremony SAI
3TU.School for Technological
Design, Stan Ackermans Institute
(SAI) invites you to the diploma
award ceremony on Thursday 11
December 2014.
During this ceremony the SAI design
engineers will receive their diploma,
a Professional Doctorate in
Engineering (PDEng) degree.
The festive presentation of diplomas
will take place in the Blauwe Zaal
in the Auditorium at Eindhoven
University of Technology at 15:00 hrs.
The presentation will conclude with
a reception.
11 december 2014
Titel proefschrift: “Standard Cell
Library Design for Sub-threshold
Operation”
adsorbate interactions on catalytic
reactivity: Elementary surface
reactions on rhodium and cobalt”
Donderdag 11 december, 16:00 uur,
CZ4: promotie ir. B. Asare-Bediako (EE)
Promotoren: prof.ir. W.L. Kling en
prof.dr.ir. J.F.G. Cobben
Voorzitter: prof.dr.ir. A.C.P.M. Backx
Titel proefschrift: “SMART Energy
Homes and the Smart Grid A
Framework for Intelligent Energy
Management Systems for Residential Customers”
Woensdag 17 december, 14:00 uur,
CZ5: promotie C.L. Altan MSc (ST)
Promotor: prof.dr. G. de With
Voorzitter: prof.dr.ir. R.A.J. Janssen
Titel proefschrift: “Biomimetic
synthesis, magnetic properties
and applications of magnetite
nanoparticles”
Maandag 15 december, 14:00 uur,
CZ4: promotie E.A. Novikova MSc (TN)
Promotoren: prof.dr. M.A.J. Michels
Voorzitter: prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen
Titel proefschrift: “Modeling Cell
Interaction with the Stiffness of the
Extracellular Matrix”
Maandag 15 december, 16:00 uur,
CZ4: promotie B. Takac MSc (ID)
Promotoren: prof.dr. A. Català en
prof.dr. G.W.M. Rauterberg
Voorzitter: prof.dr.ir. A.C. Brombacher
Titel proefschrift: “Context-aware
Home Monitoring System for
Parkinson’s Disease Patients
Ambient and Wearable Sensing for
Freezing of Gait Detection”
Maandag 15 december, 16:00 uur,
CZ5: promotie ir. M.J.H. Loomans (EE)
Promotor(en): prof.dr.ir. P.H.N. de With
Voorzitter: prof.dr.ir. A.C.P.M. Backx
Titel proefschrift: “Real-time
Scalable Video Coding for Surveillance
Applications on Embedded
UNIVERSITEITSBERICHTEN
Woensdag 17 december, 16:00 uur,
CZ4: promotie B. Çaglar MSc (ST)
Promotor: prof.dr. J.W. Niemantsverdriet
Voorzitter: prof.dr.ir. J.C. Schouten
Titel proefschrift: “Bond activation
process of biomass-derived
molecules”
Donderdag 18 december, 16:00 uur,
CZ4: promotie L.W.E. Starmans MSc
(BMT)
Promotor: prof.dr. H. Grüll
Voorzitter: prof.dr. K. Nicolay
Titel proefschrift: “Development
and Preclinical Validation of
Molecular and Nanoparticulate
Probes for Imaging of Fibrin”
Donderdag 18 december, 16:00 uur,
CZ5: promotie ir. J.M. Davila
Delgado (B)
Promotoren: prof.dr.ir. J.G.M.
Kerstens en prof.dr.ir. B. de Vries
Voorzitter: prof.ir. E.S.M. Nelissen
Titel proefschrift: “Building
Structural Design Generation and
Optimisation including Spatial
Modification”
Woensdag 7 januari, 16:00 uur, CZ4:
promotie ir. H.P. Hamers (ST)
Promotor(en): prof.dr.ir. M. van Sint
Annaland
Voorzitter: prof.dr.ir. J.C. Schouten
Titel proefschrift: “Packed bed
chemical-looping combustion
experimental demonstration and
energy analysis”
Intreerede
Vrijdag 19 december, 16.00 uur, BZ:
intreerede prof.dr.ir. H.J. Visser
(EE) - dhl
Voorzitter: prof.dr.ir. C.J. van Duijn
Titel: “Energie uit de lucht gegrepen”
En ik vind
De gapende kloof tussen student en beleidsmakers
Tijdens de verkiezingsstrijd voor de universiteitsraad sprak een
kandidaat van de Eindhovense Studenten Raad mij aan. Na zijn
vurige betoog over dat ik toch echt op hem moest stemmen, stelde
ik hem de simpele vraag wat ze nou eigenlijk bereikt hadden.
Enthousiast begon hij te vertellen over de nieuwe magnetron in
het MetaForum, waar ze zo hard voor gestreden hadden. Ik was
niet onder de indruk. Vanaf dat moment begon ik me af te vragen
hoeveel de student op de TU in Eindhoven eigenlijk te zeggen heeft.
Het antwoord hierop blijkt dat de invloed van de student tot een
microscopische hoeveelheid beperkt blijft.
MENS
Bureau voor Promoties en
Plechtigheden | Promoties
Donderdag 11 december, 16:00 uur,
CZ5: promotie B. Liu MSc (EE)
Promotoren: prof.dr. J. Pineda de
Gyvez en prof.dr. K.G.W. Goossens
Voorzitter: prof.dr. A.G. Tijhuis
Architectures”
Dinsdag 16 december, 16:00 uur,
CZ4: promotie D. Abdurrachim MSc
(BMT)
Promotor: prof.dr. K. Nicolay
Voorzitter: prof.dr. P.A.J. Hilbers
Titel proefschrift: “The role of
altered fatty acid metabolism in
cardiomyopathy and heart failure
An in vivo magnetic resonance
imaging and spectroscopy approach”
Om de student meer macht te geven en de kloof tussen de student
en de beleidsmaker te verkleinen, is volgens mij een creatieve
oplossing nodig. We kiezen niet een universiteitsraad, maar de leden
van het College van Bestuur! Door de kandidaten van het College zelf
campagne te laten voeren, kan de student kiezen voor de visie die
het beste voor het onderwijs en de universiteit is. Het lijkt mij erg
inspirerend om direct in contact te komen met het College van
Bestuur. Stelt u zich eens voor dat de nieuwe rector Frank Baaijens
langskomt met een kopje koffie en vraagt of u even tijd heeft om naar
zijn visie te luisteren. De kloof tussen de student en het College zal
snel vervagen. Daarnaast kun je er meteen van uitgaan dat alles wat
hij wil bewerkstelligen ook een grote kans van slagen heeft. Hij zou
beloftes kunnen doen die vrijwel meteen uitgevoerd kunnen worden.
Maar misschien is dit wel heel idealistisch, en kunnen we maar beter
stemmen op de partij die ons volgend jaar naast een magnetron een
tosti-ijzer wil beloven.
Dinsdag 16 december, 16:00 uur,
CZ5: promotie R.A.F. Sumo MSc
(IE & IS)
Promotoren: prof.dr. A.J. van Weele
en prof.dr. G.M. Duysters
Voorzitter: prof.dr. I.E.J. Heynderickx
Titel proefschrift: “Fostering
Innovation through Contracting in
Inter-Organizational Relationships”
Woensdag 17 december, 14:00 uur,
CZ4: promotie A.C. Kizilkaya MSc (ST)
Promotor: prof.dr. J.W. Niemantsverdriet
Voorzitter: prof.dr.ir. J.C. Schouten
Titel proefschrift: “Effect of
STUDENT
Studenten Sportcentrum | ESSF Van
Lint Studentensportweek 2014
De ideale voorbereiding op een
inactieve en relaxte kerstvakantie
is de jaarlijks terugkerende Van Lint
Studentensportweek. Dit jaar vindt
de ESSF Van Lint Studentensportweek (LSSW) plaats van maandag
15 t/m donderdag 18 december
2014 op het Studentensportcentrum
Eindhoven (SSC). De sportweek
wordt georganiseerd door de
Eindhovense Studenten Sport­
federatie (ESSF), samen met de
studentensportverenigingen die
ieder een eigen sportonderdeel
organiseren. Er worden toernooitjes
gehouden in 18 verschillende
sporten, van korfbal tot twister en
van kanopolo tot knotsbal! Dit jaar
staat de Van Lint Studentensportweek in het teken van het thema
‘Men vs Women’. De teams worden
uitgedaagd om zo creatief mogelijk
om te gaan met de slogan: ‘Put your
gender in the blender’. Inschrijven
kan vanaf 24 november via
TUssen de oren
In Cursor worden iedere twee weken
studenten, docenten, labs, technische artefacten,
de werkomgeving, het weten­schappelijk bedrijf,
de campus, het onderwijs en websites onder een
psychologische loep gelegd door de medewerkers
van TU/e-opleiding Psychology & Technology.
Faal!
Ik ben me gaan verdiepen in de taken van het bestuur van de TU/e
en de invloed van de studenten op het beleid hiervan. Ik was vooral
onder de indruk van artikel 2 lid 2f van het reglement van het College
van Bestuur: ‘Het College is onder andere belast met de vaststelling
van het reglement universiteitsraad’. Dit komt erop neer dat het
College van Bestuur mag kiezen waarop de universiteitsraad inspraak
heeft. Ik ben dan ook heel blij dat ze meteen de belangrijkste keuzes
aan de universiteitsraad voorleggen, zoals het hebben van een
magnetron in de bibliotheek.
Met de innige hoop dat de universiteitsraad toch een reële invloed
heeft op de beleidsvorming ben ik gaan praten met twee heren van
Groep-één. Hieruit kwam een iets genuanceerder beeld naar voren.
De universiteitsraad kan weliswaar grote bezwaren maken tegen het
beleid van de universiteit, maar dit gebeurt meestal niet. Doordat
ze zoveel contact hebben met het College van Bestuur, worden de
kritieken van de universiteitsraad al meegenomen vóór er om
goedkeuring gevraagd wordt. Later in het gesprek bleek dat ze
voor de rechter uitleg moeten geven als ze er over een kwestie niet
uitkomen met het CvB. Dit schrikt natuurlijk behoorlijk af om tegen de
plannen van het CvB in te gaan en beperkt de invloed van de student.
Karel Moeskops | student Werktuigbouwkunde
Uitnodiging diploma-uitreiking SAI
3TU.School for Technological
Design, Stan Ackermans Institute
(SAI) nodigt u uit voor de diplomauitreiking op donderdag 11 december
2014.
Tijdens de uitreiking ontvangen
de Technologische ontwerpers van
het SAI hun diploma en de graad
Professional Doctorate in Engineering
(PDEng).
De feestelijke presentatie van de
diploma’s vindt plaats in de Blauwe
Zaal in het Auditorium van de
Technische Universiteit Eindhoven
vanaf 15:00 uur. De diploma-uitreiking
wordt afgesloten met een receptie.
Mens & Mening | 11
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
www.essf.nl
Na afloop van iedere sportavond is
iedereen welkom in de kantine van
het SSC, voor een spetterend feest
dat ook geheel in het thema ‘Put
your gender in the blender’ past.
E.S.C., Industria en Simon Stevin |
Schrijf je in voor Convent 2015
Wil je erachter komen of strategie
consultancy iets voor jou is en
kennismaken met de high-end
bedrijven in deze business?
Schrijf je dan nu in voor Convent
2015! Convent is hét Eindhovens
consultancy-evenement dat om
het jaar georganiseerd wordt voor
derdejaars bachelor- en master­
studenten en zal plaatsvinden op
11/12/13 maart 2015. Door bezoeken
aan vijf bedrijven in drie dagen krijg
je een veel beter beeld van deze
wereld en de bedrijven zelf.
Ga naar www.convent-tue.nl voor
meer informatie over Convent, de
deelnemende bedrijven en inschrijven.
Inschrijven is nog mogelijk tot en
met 31 december.
Ook een bericht plaatsen op deze pagina? Mail het bericht
(maximaal 100 woorden) dan naar [email protected]
Illustratie | Sandor Paulus
In het universitaire leven zijn we erop op gebrand om maximale prestaties te leveren. We werken
met een oog op goede visitatiescores, studentenevaluaties, tentamenresultaten. Publicaties
in journals met veel impact. Een hoge h-index. Publish or perish. We zijn trots wanneer onze
universiteit bovenaan de lijstjes prijkt - beste universiteit van Nederland, meeste publicaties
samen met de industrie, en meer van zulks moois. De waardering voor deze prestaties ligt
besloten in promoties, periodieken, predicaten, en prijzen. Loon naar werken.
In zo’n cultuur is fouten maken of falen niet echt een aantrekkelijke optie. De druk om te presteren
is voelbaar, en fouten worden vaak als een teken van incompetentie beschouwd - iets om je
voor te schamen, te ontkennen, en weg te moffelen. Uit angst voor de sociale variant van pek
en veren. Maar in ieder afgewezen onderzoeksvoorstel, mislukt experiment, en verprutst
tentamen schuilt een gelegenheid om te leren.
Psycholoog Arjan van Dam schrijft in zijn populair wetenschappelijke boek ‘De kunst van
het falen’ over de averechtse effecten van een sterke prestatie-focus op scholen, in teams,
of in organisaties. Wanneer er een nadruk ligt op prestatiedoelen - op het verkrijgen van
een positieve beoordeling van je competenties, dan wel het vermijden van een negatieve
beoordeling - raken mensen eerder gestressed, angstig, moedeloos en depressief. Ligt de
nadruk daarentegen op leerdoelen - de mogelijkheden om je competenties te vergroten,
UR-podium
Studenten hebben altijd wat te
klagen. Soms onzin, maar vaak
ook gegronde klachten. Variërend
van klachten over de inhoud van
een vak of over een tentamen,
over fietsenstallingen, catering,
roosters, clickers, videocolleges,
tussentoetsen en ga zo maar door.
Een willekeurige student weet
alleen vaak niet wat hij of zij
met die klacht kan doen.
Per faculteit zijn er verschillende
instanties waar de klacht terecht
zou moeten komen en daar is geen
eenduidig beleid in. Tevens heeft
de komst van de centraal geregelde
vakken zoals USE ervoor gezorgd
dat studenten niet meer naar de
om te leren -, dan worden creativiteit en innovatie geprikkeld. Paradoxaal genoeg blijkt het
stellen van leerdoelen tot betere prestaties te leiden dan prestatiedoelen.
Het maken van fouten is een essentieel onderdeel van
het leerproces, en dat houdt niet op na het afstuderen,
de promotie, of de inauguratie. De kunst van het falen
is om fouten te maken zonder dat dit je vertrouwen in
eigen kunnen of je motivatie aantast. Angst om te falen
is een slechte raadgever. Omarm je fouten, eigen ze
toe, houd ze op alle mogelijke manieren tegen het licht,
en ga gewapend met die frisse, nieuwe inzichten weer
onverdroten verder. Vergeet ook vooral niet je faalervaringen te delen met anderen. Geloof me,
niemand maakt sneller vrienden dan degene die zijn foutjes in geuren en kleuren uit de doeken
doet. En, om met Salvador Dali te spreken: ‘Heb geen angst voor perfectie. Dat zul je nooit
bereiken’. Dat vind ik dan wel weer een geruststellende gedachte.
“Omarm
je fouten,
eigen ze toe”
Wijnand IJsselsteijn | hoogleraar Cognition and Affect in Human-Technology Interaction
Het klachtenkompas
onderwijsadministratie van hun
eigen faculteit kunnen gaan
met klachten. Zoeken op de
TU/e-site levert ook nagenoeg
geen resultaten op. Studenten
met relevante klachten kunnen
dus erg moeilijk vinden waar ze
terecht kunnen. Met als resultaat
dat er ontevreden studenten zijn
die zich niet gehoord voelen en
er veel dingen fout gaan die niet
worden opgemerkt door de
diensten van de TU/e, terwijl deze
vaak gemakkelijk op te lossen zijn.
Groep-één wil ervoor gaan zorgen
dat de studenten weten waar ze
met hun klachten terecht kunnen,
door een site te ontwikkelen waar
je kunt vinden wie je kunt benaderen
met je klacht. Elke student, ongeacht
faculteit of studiefase, kan daarin
vinden bij wie hij of zij moet zijn.
Hierdoor zullen de diensten van de
TU/e bij herhaalde klachten eerder
kunnen ingrijpen.
Via het klachtenkompas, dat
binnenkort online gaat, kun je
vinden waar je jouw klacht kwijt
kunt. Het werkt heel simpel:
zoek jouw klacht op en volg het
doorlinkmenu. Na verschillende
keuzes kom je uit bij een mailadres
waar jij jouw klacht naartoe kunt
sturen. Klik op het mailadres en
stuur direct een mailtje naar
degene die jouw klacht kan
behandelen. Als je klacht niet
in het overzichtsmenu staat,
kun je een mailtje sturen naar
Groep-één en dan gaan wij je
verder helpen. Wij hopen dat er
hierdoor meer duidelijkheid komt
voor de studenten met betrekking
tot het afhandelen van klachten.
En natuurlijk is het klachtenkompas
niet alleen voor klachten!
Ook vragen, feedback en
opmerkingen kunnen via het
kompas hun bestemming vinden.
Jard van de
r Lugt,
studentenf
ractie Groep
-één
12 | Werkdruk-special
11 december 2014
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
De dreiging van
de druk
Tekst | Judith van Gaal, Han Konings en Monique van de Ven
Foto’s | Bart van Overbeeke
De TU/e boekt mooie resultaten. Door onder meer de invoering van het Bachelor College
weten steeds meer studenten de weg naar de universiteit te vinden. Maar er is ook een keerzijde:
we moeten met minder medewerkers méér doen. Hoe voorkomt de universiteit dat de werkdruk
te hoog wordt en hoeveel werkstress ondervinden medewerkers überhaupt? Cursor stak de
werkdrukmeter in de organisatie.
Honderd opdrachten van studenten
doornemen binnen twee dagen.
Cursussen volgen over nieuwe
lesmethoden. Voor steeds meer
studenten een passend rooster
maken. Je presentatie voor je
verdediging op tijd af hebben.
De meeste TU/e-medewerkers
hebben meer dan genoeg op
hun bordje.
Een tendens die het College van
Bestuur (CvB) niet ontgaat. “Het
wordt toch geen tobberig stuk zo
voor de kerst?”, vraagt CvB-lid Jo
van Ham zich wel af, voorafgaand
aan het interview. Van Ham somt
aansluitend moeiteloos alle zaken
op die goed gaan aan de TU/e: de
opbouw en verdere uitrol van het
Bachelor College, de grote belangstelling en waardering voor het
onderwijs, de groei van de instroom,
het succesvol binnenhalen van
nationale en Europese subsidies,
de uitstekende relaties met het
bedrijfsleven, een campus die
straks volledig is opgeknapt.
Hij wil maar zeggen; er is zoveel
om trots op te zijn.
Dat al die mooie resultaten ook
extra werkdruk opleveren, ontkent
hij niet. “We vragen veel van onze
mensen. Wetenschappers moeten
steeds vaker op zoek naar funding
en binnen onze ondersteunende
diensten gaat de komende periode
veel veranderen. Daarbij zit je in
een omgeving waar mensen het
beste willen bereiken.”
In mei en juni van dit jaar reageerden
de bestuursleden al op signalen die
ze ontvingen vanuit de faculteiten
met hoge studenteninstroom.
Van Ham: “Er dreigde een tekort aan
docenten te ontstaan en met een extra
25 fte hebben we dat proberen op te
vangen. Want studenten moeten niet
gaan klagen over grootschalig­heid
die nadelig uitpakt voor het onderwijs. Die kritiek moet je voor zijn.”
“We vragen
om realistische
tijdspaden”
Over maatregelen om de druk van
de ketel te halen, heeft het CvB
inmiddels goed nagedacht. Van
Ham: “Om te beginnen willen we
scherper prioriteiten gaan stellen.
In het verlengde daarvan ligt de
keuze om zaken waar nodig
gefaseerd aan te pakken. We hebben
al snel de neiging om alles direct te
willen doen, maar faseren kan soms
beter zijn. Medewerkers moeten ook
niet bang zijn om met ons om tafel
te gaan als bepaalde mijlpalen niet
gehaald worden. Daar rekenen we
ze niet op af. We vragen nadrukkelijk
om realistische tijdspaden. We hebben
liever dat mensen zaken wat ruimer
inschatten, dan dat ze er met een
onrealistische planning op dood­
lopen. Daarnaast willen we waar
nodig en waar mogelijk ruimte
bieden, de organisatie lucht geven.
Welke oplossingen dan per
individuele faculteit of dienst
mogelijk zijn, wordt in een bilateraal
overleg met decanen en diensthoofden eerlijk en openhartig
besproken.”
Zo hebben de diensten op dit
moment extra aandacht van het
CvB. Van Ham: “We merken dat onze
diensten de afgelopen jaren niet in
vergelijkbare mate met de faculteiten
zijn meegegroeid. Daar plegen we
nu dan ook extra investeringen,
bijvoorbeeld bij DPO en STU. STU
moet al enige tijd veel extra werk
verzetten door de komst van het
Bachelor College en de groeiende
instroom. En we gaan aan de slag
met de ontwikkeling van een nieuw
Studenten Informatie Systeem (SIS).
De aanbestedingsprocedure daarvoor
gaat binnenkort van start.”
Of de werkdruk over drie à vijf jaar
minder is dan nu, waagt Van Ham
sterk te betwijfelen. “Ik denk dat het
onrealistisch is om dat te veronderstellen. Dat zeg ik niet zozeer
bekeken vanuit onze eigen instelling,
maar meer met het oog op de steeds
complexer wordende maatschappij
waarin we opereren. Maar daar staan
we niet alleen in. Kijk maar eens
wat er op dit moment voor een
veranderingen afkomen op de
gemeenten en de zorginstellingen.
En ook in het bedrijfsleven staan
medewerkers continu onder grotere
druk. Dat onze werkdruk groot is,
heeft vooral ook te maken met onze
ambitie om er het beste uit te willen
halen.”
De Dienst Personeel en Organisatie
is de afdeling bij uitstek die de
voelsprieten uitsteekt binnen de
gemeenschap. En die voelsprieten
zeggen enerzijds dat de werkdruk
hoog is, maar tegelijkertijd dat dit
niet wil zeggen dat de werkstréss
toeneemt. Nicole van der Wolk,
directeur DPO: “Werkdruk wil
zeggen dat je meer werkt hebt
dan je binnen de tijd aan kunt.
Dat kan komen door verschillende
zaken, bijvoorbeeld onvoldoende
hulpmiddelen, de manier waarop
zaken georganiseerd zijn,
werkzaamheden verdeeld zijn,
en prioriteiten gesteld worden.
Ook ervaring en persoonlijke
beleving kunnen een rol spelen.
Enige werkdruk is juist goed.
Je kunt naar huis gaan met idee
dat je je werk niet af hebt, maar
toch tevreden zijn omdat je een
zinvolle bijdrage hebt geleverd.
Het is hoe dan ook een probleem dat
we serieus nemen. Bij werkstress
ervaar je - het woord zegt het al - te
lang, te veel druk. En die signalen
hebben we op dit moment niet.
Het ziekteverzuim en de redenen
van ziekte zijn daarvoor bijvoorbeeld
een van de indicatoren, en dat is
vrij laag. Veranderingen in je werk
en de organisatie kunnen leiden tot
spanningen of onzekerheid, zeker
als ze moeilijk te voorspellen zijn.
Een voorbeeld daarvan zie je terug
bij de invoering en verdere ontwikke­
ling van het Bachelor College.
Dat heeft in verschillende fases
voor veel betrokkenen meer en
ander werk met zich meegebracht.
Belangrijk is dat we bij veranderingen
en toenemende hoeveelheid werk
niet zo zeer de oplossing zoeken
in harder lopen, maar vooral in
slimmer gaan werken. Bijvoorbeeld
meer geautomatiseerd waar dat kan
en meer flexibel qua tijd en plaats.
De rol van DPO is een signaalfunctie,
we monitoren diverse signalen
en waar knelpunten dreigen te
ontstaan adviseren en ondersteunen we ten behoeve van
een goede probleem analyse
en verbeteraanpak.”
De bonden monitoren het onderwerp
werkdruk vooral het afgelopen half
jaar wat actiever. Gerard Verhoogt,
vakbondsfunctionaris van de
Abvakabo FNV, namens de bonden:
“Bij Abvakabo FNV krijgen we er
aardig wat klachten over. We zijn
daarom met een werkgroep gestart
en we hebben een peiling gedaan
binnen onze vakbond, waarop meer
dan vijftig medewerkers hebben
gereageerd en meer dan driekwart
nam de moeite hun bevindingen
uitgebreid toe te lichten.” Daaruit
bleek onder meer dat 35 medewerkers
vinden dat de werkdruk de afgelopen
vier jaren is toegenomen en dat
10 medewerkers zelfs vinden dat
de werkdruk niet meer werkbaar is.
6 personen vinden het ‘drukker dan
hoort in mijn functie’ en slechts
drie medewerkers ervaren amper
werkdruk. Als oorzaken worden
genoemd reorganisaties, meer werk
met minder mensen, invoering van
het Bachelor College, bureaucratie
en ict-problemen - of een combinatie
hiervan. Het onderwerp wordt begin
volgend jaar waarschijnlijk besproken
op een studiedag van de bonden.
en ST, een initiatief van de groep
Arbo, Milieu, Veiligheid, Stralingsbescherming (AMVS) afgelopen
jaar. Daarin zijn ook vragen
opgenomen over werkdruk en
arbeidsomstandigheden. Het is
de bedoeling dat deze vragenlijst
om de vier jaar wordt voorgelegd.
Een TU/e-breed satisfactieonderzoek is allang niet meer gehouden.
Tiny Verbruggen, hoofd AMVS:
“Uit die grote bulk aan informatie
kun je vrij weinig halen. Je kunt
het beter per faculteit of dienst
uitvoeren, zoals we nu gaan doen.
Door dezelfde vragen aan te
houden, kun je bovendien iedere
vier jaar opnieuw dezelfde lijst
voorleggen en vergelijken.” AMVS
houdt vooral de lichamelijke
gezondheid van de medewerkers
in de gaten. Daarbij kun je denken
aan rsi-preventie, een goed
werkklimaat en erop toezien dat
aan veiligheids- en milieueisen
wordt voldaan.
“Het is vooral
een onderbuikgevoel dat zegt
dat de werkdruk
toeneemt”
Ga je kijken naar het welbevinden
van medewerkers op individueel
niveau, dan kom je al snel uit bij
de bedrijfsarts en bedrijfsmaat­
schappelijk werker. De TU/e heeft
twee bedrijfsartsen en een bedrijfsmaatschappelijk werker die sinds
2009 vanuit de Arbo Unie op de
TU/e werken. Volgens hen is de
afgelopen jaren het aantal ‘cliënten’
dat ze zien langskomen niet
toegenomen. Ook heeft de TU/e
een relatief laag ziekteverzuim.
In de zogeheten Management Letter
van de Arbo Unie worden jaarlijks
de TU/e-cijfers bijgehouden.
Daaruit blijkt dat het verzuim zelfs
is gedaald: van 2,6% in 2009 naar
2,3% in 2013. De ziekmeldings­
frequentie bleef stabiel op gemiddeld
0,9 meldingen per medewerker
per jaar. Bij de universiteiten in
Nederland (cijfers VSNU) is het
verzuim in die periode gemiddeld
van 3,1% naar 2,9% gedaald.
In Nederland gemiddeld
(CBS cijfers) van 4,4% naar 4,0%.
Bedrijfsarts Marjon van Woudenberg
over de laag uitvallende cijfers
op de TU/e: “Het is bekend dat
hogeropgeleiden in het algemeen
minder snel uitvallen. Met name
het wetenschappelijk personeel
heeft meer regelmogelijkheden
Ook de personeelsfractie (PUR)
houdt in de gaten of de werkdruk
toeneemt. Voorzitter Rianne van
Eerd: “We krijgen hier en daar wel
wat signalen binnen, onder meer
via de faculteitsraden als het over
het begrotingsadvies gaat en we
zien de cijfers van het ziekteverzuim.
Die cijfers zijn laag, het is vooral
een onderbuikgevoel dat zegt dat
de werkdruk toeneemt. Wij kunnen
er alleen wat mee als het concreet
is. We houden onze oren open en
als er duidelijke signalen zijn,
kaarten we dat echt aan bij het
College van Bestuur. Wie weet komt
een en ander naar voren uit de
Risico Inventarisatie Analyse bij
verschillende faculteiten waarbij
de werkdruk wordt meegenomen.”
Ze duidt daarbij op een enquête
die volgend jaar in elk geval wordt
gebruikt bij de Risico Inventarisatie
Analyse bij de faculteiten BMT, TN
dan het ondersteunend- en beheers­
personeel. Verder zie je dat vrouwen
meer verzuimen dan mannen.
Dat er relatief veel mannen aan de
universiteit werken, kan er dan ook
mee te maken hebben.” Verder valt
op dat het verzuim bij de diensten
ongeveer twee keer zo hoog is als
bij de faculteiten. “Dat komt onder
meer door verschil in regelmoge­
lijkheden, leeftijdsopbouw en de
man-/vrouwverhouding”, verklaart
Van Woudenberg.
Bij de TU/e’ers die tussen 2009 en
2013 bij de bedrijfsarts verschenen,
was bij zo’n 3% van de ziekmeldingen
en bij 25% tot 30% van het aantal
verzuimdagen sprake van psychische
problemen. Bij 1% van de meldingen
en 9% van het aantal verzuimdagen
had dit te maken met psychosociale
problemen in het werk, zoals
werkdruk. Volgens Van Woudenberg
is dat niet bijzonder hoog of laag in
vergelijking tot andere organisaties
met relatief veel hoogopgeleiden.
“Ik hoop maar
dat het geen
stilte voor
de storm is”
De TU/e gaat hierbij tegen de
landelijke trend in. Het programma
EenVandaag meldde twee weken
geleden nog dat één op de vijf
werknemers in Nederland last heeft
van psychische klachten, zoals
stress, burn-out of depressie en dat
het gevolg is dat veel werknemers
ziek thuis zitten. Marjon van
Woudenberg: “Het gevoel is er wel
dat de werkdruk aan de TU/e is
toegenomen, maar dat zien we niet
terug in onze bedrijfsartsenpraktijk.
Hierbij moet wel worden opgemerkt
dat wij een selecte groep mede­
werkers zien. Niet iedereen met
klachten meldt zich ziek of komt
bij ons. Ik hoop maar dat het
geen stilte voor de storm is.”
Bij de bedrijfsarts komen diegenen
die langdurig of vaak ziek zijn
en/of medische klachten hebben.
Medewerkers die meer dan vijf
dagen ziek zijn, kunnen een
telefoontje verwachten van de
verzuimconsulent van de Arbo Unie,
die hen vraagt wat ze hebben en
wanneer ze herstel verwachten.
Ben je langer dan vier weken ziek
thuis, dan word je opgeroepen
bij de bedrijfsarts. Ook kunnen
hr-adviseurs en leidinggevenden
doorverwijzen en medewerkers
kunnen op eigen initiatief komen.
Het kan zijn dat zij klachten
hebben, maar zich niet ziek
hebben gemeld.
De bedrijfsarts zal eerst een
‘diagnose’ stellen aan de hand van
het verhaal van de medewerker.
Van Woudenberg: “Maar de
precieze diagnose is minder
belangrijk, we moeten vooral kijken
hoe iemand beter kan worden.”
Bij stressklachten kijkt Van
Woudenberg altijd hoe erg het is.
Welke vervolgstappen volgen
hangt met de oorzaak samen.
“Bij overspanning kan ik bijvoorbeeld tips en een folder geven.
Ik kan ze doorsturen naar de
bedrijfsmaatschappelijk werker
of als ze psychisch echt vastzitten
naar een psycholoog.”
De bedrijfs­arts heeft het over drie
fases die cliënten doorlopen.
“De eerste paar weken moet
iemand accepteren dat hij of zij
overspannen is geraakt. Vervolgens
kan iemand gaan opknappen en
naar de mogelijke oorzaken zoeken.
Tenslotte bekijken we wat er moet
veranderen en hoe iemand weer
aan het werk kan.” Volgens de
deskundige duurt het bij overspannen
universitaire medewerkers zo’n drie
tot zes maanden voor ze weer aan
het werk kunnen - langer dan
gemiddeld. “Het heeft vaak langer
geduurd voor ze zich ziek melden
en ze moeten fitter zijn voor ze hun
werk oppakken. Je kunt bijvoorbeeld
sneller weer de post rondbrengen
dan een college geven.” Hoe lang
mensen thuis zitten en wanneer ze
weer voor hoeveel uur aan het werk
kunnen, verschilt van persoon tot
persoon. “Dat is maatwerk. Meestal
laat ik ze eerst iets oppakken wat
al langer op de plank ligt, daar ligt
minder druk op.”
Streamer
De hr-adviseur, bedrijfsarts of
leidinggevende kan doorverwijzen
Werkdruk-special | 13
14 | Werkdruk-special
naar de bedrijfsmaatschappelijk
werker. Marijk van Lieshout werkt
nu vijf jaar in die functie aan de
TU/e, wat wil zeggen dat ze er is
voor ‘medewerkers met psycho­
sociale problemen die een relatie
hebben met het werk’. Van Lieshout:
“Dat kan heel breed zijn. Van mensen
met privéproblemen die daardoor
niet optimaal functioneren tot
medewerkers die problemen
hebben met hun leidinggevende.”
Ze werkt 400 uur op jaarbasis voor
de TU/e en ziet in die periode
“Mensen
moeten vaak
teveel van
zichzelf”
tussen de 60 en 70 ‘cliënten’.
Van Lieshout: “Degenen met
werkstress zijn in het algemeen
mensen die zich erg verantwoorde­
lijk voelen en loyaal zijn. Als ze dan
niet goed hun grenzen bewaken,
leidt dat geregeld tot onduidelijk­
heid naar anderen. Vaak betreft
het de perfectionisten. Ze zijn vaak
moe, slapen slecht, verzuimen
frequent en hebben geregeld
lichamelijke en/of psychische
klachten. Als ze echt een burn-out
oplopen, is hun energiepeil zover
gedaald, dat ze het idee hebben
alleen nog te overleven. Ze zijn net
in staat alles routinematig te doen.
Er hoeft maar iets kleins te gebeuren
of zij raken geëmotioneerd.”
De bedrijfsmaatschappelijk werker
ziet medewerkers in allerlei functies
langskomen, maar merkt op dat
ze vaak promovendi ziet. “Iedere
beroepsgroep heeft specifieke
problemen. Bij veel promovendi
zie je dat ze eigenlijk nooit grote
tegenslagen in hun studieloopbaan
hebben gehad. Ze behoorden
daarvoor altijd tot de beste studenten.
Buitenlandse promovendi moeten
soms ook nog aan de cultuur
wennen en tijdens de gesprekken
kijken we wat ze nodig hebben
om hun spanningsklachten te
verminderen. UD’s en UHD’s zien
veel op zich afkomen en moeten
de opbouw van hun carrière vaak
met een jong gezin combineren.”
Van Lieshout gaat in de eerste
plaats met medewerkers in
gesprek. “Het kan al een hoop
helpen als ze hun verhaal kwijt
kunnen en merken dat ze serieus
worden genomen. Medewerkers
blijven zelf verantwoordelijk voor
het oplossen van hun probleem.
Ik kan cliënten aanhoren, ze met
hun gedrag en de consequenties
confronteren en tips en adviezen
geven om zaken te verbeteren.
We bekijken wat de medewerker
als probleem ervaart en stellen een
doel. Het is vooral belangrijk dat we
kijken hoe een medewerker zijn of
haar energie terugkrijgt en de regie
op het leven kan terugnemen.
Ik adviseer verder iedereen om
meer te gaan bewegen, dat zorgt
ervoor dat mensen zich minder
opgefokt voelen. ‘Ga uit je huis,
maar ook uit je hoofd: probeer niet
te piekeren tijdens het bewegen’.”
Verder adviseert ze medewerkers
om thuis en op het werk te kijken
hoe zij met een verminderde
inspanning zaken alsnog gedaan
kunnen krijgen. “Mensen moeten
vaak teveel van zichzelf.” Naast het
verkrijgen van meer energie, wordt
er gekeken naar vervolgstappen.
Dit gebeurt in een aantal vervolg­
gesprekken, of indien nodig,
komt er een doorverwijzing naar
bijvoorbeeld GGZ. In ieder geval
komt er een duidelijk plan van
aanpak.
Als de cliënt dat ook wil, gaat ze met
medewerker en leidinggevende in
gesprek. “Leidinggevenden staan
daar vaak voor open. Medewerkers
moeten vaak leren meer te delegeren,
betere planningen te maken en
duidelijker te zijn naar anderen.
Zij moeten leren ‘nee’ zeggen en
keuzes maken.” Een ander advies:
“Leer je lichamelijke signalen te
herkennen. Als je te ver over je
grenzen gaat, legt je lichaam je
functioneren stil. Mijn boodschap
aan iedereen: wacht niet te lang
met hulp zoeken als je problemen
ervaart.”
11 december 2014
of haar gegevens in het systeem
komen dat gedeeld wordt door
de bedrijfsarts en bedrijfsmaatschappelijk werker.
Bedrijfsartsen, bedrijfsmaat­
schappe­lijk werker, dienst-
en faculteits­hoofden en
hr-functionarissen werken
volop samen. Als de werkstress/
werkdruk tot verzuim leidt, komen
de signalen bij de verzuimconsu­
lenten en bedrijfsarts/bedrijfsmaatschappelijk werker terecht.
Vandaar lopen lijnen naar management: iedere zes weken is er overleg
tussen directeuren van diensten
of faculteiten, bedrijfsarts en
HR-adviseur en ook iedere zes
weken tussen het hoofd AMVS
en de bedrijfsarts.
Wat is burn-out?
Waar hebben we het nu precies over bij de term
burn-out? Evangelia Demerouti, hoogleraar bij Human
Performance Management (IE&IS) is op dit onderwerp
gepromoveerd. “Begin jaren negentig werd gedacht
dat dit iets typisch was voor mensen die werken binnen
de human services, denk aan de gezondheidszorg en
docenten. Uit mijn promotie-onderzoek is gebleken
dat het voor iedere beroepsgroep opgaat.” Volgens
haar spreek je van een burn-out als ‘mensen niet
meer kunnen en willen’. “Je bent voortdurend moe
en je gaat met tegenzin naar je werk.”
Uit haar onderzoek blijkt dat een combinatie van twee
werkomstandigheden een burn-out kan veroorzaken.
Enerzijds zijn dat de taakeisen (job demands).
Hierbij kun je denken aan de moeilijkheidsgraad,
de bureaucratie, aanslag op je fysiek gestel,
de werktijden. “Dat kan zijn dat iemand meer werk
heeft dan hij of zij aan kan binnen een bepaalde tijd,
maar ook dat iemand te weinig uitdaging heeft.
Is er iets bij een of meerdere van die onderdelen niet
in orde, dan kan het gevolg zijn dat het energiepeil
omlaag gaat en het gevoel van uitputting toeneemt”,
doceert Demerouti.
De tweede bepalende groep ingrediënten zijn de
werkhulpbronnen (job resources). Hier vallen onder
meer onder de mate van afwisseling, de autonomie,
ontwikkelingsmogelijkheden, feedback, verantwoordelijkheid en erkenning. Zit het goed met deze
‘bronnen’, dan zal de motivatie en betrokkenheid
van de werknemer hoog zijn. Zijn er te weinig van
die mogelijkheden, dan zal de werknemer zich
minder betrokken voelen en zelfs met tegenzin
naar het werk gaan.
Zijn de taakeisen te hoog en de hulpbronnen te laag,
dan kan dat tot een burn-out leiden. Demerouti
benadrukt dat het altijd om een combinatie van
die twee gaat. Het door haar ontwikkelde Job
Demand-Resources Model is inmiddels op veel
plekken wereldwijd overgenomen. In Nederland
maakt onder meer Rijksoverheid.nl er gebruik van.
Werkdruk-special | 15
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
“Groei moet niet ten koste gaan van het personeel”
Zo’n vijftig uur per week is hij aanwezig op de campus, net als veel collega’s.
En hij probeert “uit alle macht” in de weekenden en ’s avonds níet thuis
te werken. Maar dat lukt Boudewijn van Dongen, universitair docent
Architecture of Information Systems, bepaald niet altijd.
De reden daarvan is volgens
hem niet eenvoudig. Hij wijst op
zijn formele aanstelling, die is
opgesplitst in (per jaar) 830 uur
voor onderzoek en 830 uur voor
onderwijs en management.
Zijn effectíeve aanstelling komt
volgens Van Dongen echter neer op
1.100 uur onderwijs en management
“en de rest onderzoek”.
En in het goed invullen van dat
laatste schuilt volgens de UD het
probleem. “Voor goed functioneren
op het gebied van onderwijs en
management word je aan deze
instelling niet beloond. Alleen
onderzoek telt en dat moet je
liefst ook nog zelfstandig en in
het buitenland doen.” Van Dongen
spreekt van een “totaal gebrek
aan waardering voor onderwijs
en management. […] Je vraagt je
steeds vaker af: ‘Behalve voor de
studenten, waar doe ik het voor?’”.
De werkdruk aan de TU/e is de
laatste jaren in zijn ogen dan ook
“exponentieel” toegenomen.
Voornaamste oorzaak ziet de docent
in “een onophoudelijke stroom
beslissingen van het College van
Bestuur die op geen enkele manier
rekening houden met het weten-
schappelijk personeel”.
Als voorbeeld noemt hij de invoering
van het Bachelor College, waardoor
veel docenten hun vakken hebben
moeten herstructureren. “Dit kost
veel tijd, maar die tijd was er niet.
Al dat werk is dus in de avonduren
verzet.”
Steeds meer
toetsen.
Die moeten wél
nagekeken
worden
Ook wijst Van Dongen op de
volgens hem “enorme hoeveelheid
verplichtingen” voor docenten die
het Bachelor College met zich heeft
meegebracht, zoals het invoeren
van meerdere toetsmomenten:
“Toetsen die allemaal moeten
worden nagekeken”. Niet alles is
een slechte zaak, benadrukt hij,
“maar het kost wel tijd - en die tijd
is niet of nauwelijks gecompenseerd”.
De invoering van de nieuwe
Graduate School veroorzaakt
volgens hem “precies dezelfde
problemen, bij precies dezelfde
Boudewijn van Dongen
mensen. Er zijn nu wellicht nog
geen concrete plannen, maar er
wordt wel degelijk naartoe gestuurd”.
En dan zijn daar volgens Van Dongen
nog de interne verhuizingen, waarbij
veel personeel kamers moet gaan
delen. De beschikbaarheid van
vergaderruimtes, waarvan veel
partijen gebruikmaken, komt
daarmee volgens hem onder druk
te staan. “De tijd die het simpelweg
kost om voor een gesprek met een
afstudeerder uit te wijken naar een
aparte ruimte, leidt ook weer tot
meer werkdruk.”
Daarnaast stipt de docent de
verruiming van de werktijden­
regeling aan, die volgens hem
neerkomt op “nieuwe verplichtingen
voor docenten om ’s avonds en in
het weekend naar het werk te
komen voor colleges of tentamens.
Tijden waarop veel wetenschappe­
lijk personeel tóch al werkte - maar
dan thuis - aan onderzoek, worden
zich dus door de TU/e toegeëigend”.
Van Dongen zegt te begrijpen dat
het aantrekken van meer studenten
essentieel is voor de TU/e, “maar
die groei moet niet ten koste gaan
van het personeel. Steek eens wat
meer geld in je medewerkers in
plaats van in je campus”.
“In de moppermodus blijven helpt niemand”
Zo’n zeventig werkuren per week.
Honderdvijftig mails per dag. Zestig
afstudeerders binnen zijn groep.
Een paar cijfers die aangeven:
Maarten Steinbuch heeft genoeg
omhanden. Toch lijkt de hoogleraar
van Werktuigbouwkunde zijn
werkweken prima onder controle
te hebben. De truc? Focus op wat
je energie geeft, vier successen en
wees minder zuinig met schouder­
klopjes.
Als de bedrijfsartsen en de
bedrijfsmaatschappelijk werker
merken dat ze van een bepaalde
dienst, faculteit of onderzoeksgroep
wel erg veel cliënten zien,
is er een grote kans dat zij aan de
bel trekken. Dat loopt dan meestal
via de HR-functionarissen. Zowel
de bedrijfsarts als de bedrijfsmaatschappelijk werker zijn
gebonden aan hun beroepsgeheim
en zullen daardoor nooit aan
leidinggevenden of HR-functio­
narissen informatie over het
ziektebeeld geven. Over schending
van privacy hoeven de cliënten zich
dus geen zorgen te maken. Om die
reden wordt ook altijd gevraagd of
een cliënt het goed vindt dat zijn
Nog geen etmaal zit er tussen Cursors
mailverzoek en het interview. Ook
een mazzeltje, hoor: “Volgens mij
is er een afspraak uitgevallen”.
Maar het proces lijkt exemplarisch
Evangelia Demerouti constateert dat de werkdruk
aan de TU/e de afgelopen jaren flink is toegenomen.
“Vooral sinds de komst van het Bachelor College heb
ik het stukken drukker. Ik geef extra colleges en ben
meer gebonden aan een vast stramien waardoor
mijn vrijheid wordt beperkt. Het is bureaucratischer
geworden. En daar staan nauwelijks hulpbronnen
tegenover. Het is niet zo dat ik meer beslissings­
vrijheid en steun krijg of meer tijd om mijn werk
uit te voeren. Zelf laat ik dingen vallen. Ik leuk mijn
colleges bijvoorbeeld niet meer zo op.
Het kost me veel tijd om cartoons of andere grapjes
te zoeken en ben nu eigenlijk al blij als ik überhaupt
een goede presentatie heb.
voor hoe efficiënt Steinbuch met
zijn zaken dealt. Voor Cursor praten
over werkdruk? ‘Lijkt me leuk. Effe
een afspraak?’ Al snel gevolgd door
een bericht aan zijn secretaresse:
‘Kijk jij even wat kan? 30 min.’.
Hij vindt het belangrijk om bereikbaar te zijn, vertelt hij later, en om
snel te reageren. “Dat kost uiteinde­
lijk de minste tijd.” Discipline is key
- sowieso werkt hij elke avond zijn
inbox bij tot deze leeg is. Gemiddeld
honderdvijftig nieuwe berichten
vallen er dagelijks op de digitale
deurmat, dus als hij die een keer
negeert, “heb ik er de avond erop
driehonderd. Nou, dan ben je
verkocht”. Hij heeft zo ook zijn
trucjes om ruimte te houden in zijn
agenda: “Als iemand een afspraak
wil over twee weken, dan probeer
ik die afspraak altijd nét iets verder
in de tijd te zetten, over drie weken.
Als je zo alles ‘keer anderhalf’ doet,
win je weer wat ruimte”.
Vooruit, hij krijgt op het moment
wat hulp - van een externe coach,
die hem helpt beter met zijn tijd
om te gaan. Want Steinbuch voelt
het haarfijn aan wanneer ‘druk’
omslaat in ‘té druk’. Bijvoorbeeld
aan hoe hij, sinds pakweg een jaar,
opziet tegen de eerste werkdag na
zijn vakanties. “Ik ben erover gaan
Als leidinggevende probeer ik feedback en erkenning
te geven en het goede voorbeeld te geven.
Ik verwacht bijvoorbeeld niet dat de medewerkers
in het weekend nog werken en ik vind het belangrijk
dat ze hun vakantiedagen opmaken. Het is aan een
organisatie om het takenpakket zo te ontwerpen
dat mensen het aankunnen en voor hulpbronnen te
zorgen. Denk aan een cursus om hun kennis op te
vijzelen. Werknemers kunnen hun werk versimpelen
of uitdagender maken en feedback vragen aan
hun leidinggevende.”
nadenken: hoe kómt dat nou? Want
eigenlijk vind ik mijn werk keileuk.”
Zijn conclusie: een té volgeplande
agenda. “Dat beklemt.”
Om daar vanaf te komen, stapt hij
momenteel uit een aantal van de
besturen waarin hij in de loop der
jaren is beland, waaronder bij
Studium Generale en Stichting
Techniekpromotie. Ook beraadt
hij zich op een efficiëntere, meer
“geclusterde” begeleiding van
studenten en promovendi.
“Ik moet
vaker ‘nee’
leren zeggen”
En verder moet hij broodnodig
vaker ‘nee’ leren zeggen, beseft
de hoogleraar. Maar niet tegen dit
gesprek, dat hij ziet als kans om
een signaal af te geven. Want ja,
de werkdruk aan de TU/e is “enorm
toegenomen”, stelt ook Steinbuch,
maar dat geldt volgens hem evengoed
voor “de nieuwe energie die door
onze vaten stroomt. Ik vind het
ongelofelijk leuk hoe krachtig we
zijn geworden in onze uitstraling
naar buiten, hoeveel nieuwe
studenten we trekken, welke
goede resultaten ze boeken”.
Maarten Steinbuch
Daar zouden ook medewerkers
meer bij moeten stilstaan, vindt
Steinbuch. Veranderingen als de
invoering van het Bachelor College
vragen veel van het personeel,
erkent hij. “De crux is om te
ontdekken hoe je energie krijgt van
de dingen die je doet, die je met z’n
állen doet. En om te genieten van de
successen in je werk en die van de
universiteit. Dan kun je ook veel meer
opbrengen”. En: geef elkaar eens
een schouderklopje. “Die cultuur
hebben we hier aan de TU niet zo,
maar ik vind dat we dat veel meer
moeten doen.”
En dat probeert hij ook in zijn eigen
groep nadrukkelijk uit te dragen.
“We hebben het allemaal ontzettend
druk, lopen continu tegen onze
grenzen aan. Het is zorgvuldig
spelen met die grenzen. En ook:
tijdig op de rem stappen, aandacht
houden voor elkaar, eventuele
alternatieven binnen het team
bespreken.”
Steinbuch vervolgt: “Ik denk dat
vooral veel docenten op dit moment
zo heftig belast worden, dat ze zich
geen owner meer voelen van hun
tijdsindeling. Maar ik denk dat
iedereen er zelf verantwoordelijk
voor is om daar paal en perk aan
te stellen. En om, in overleg met
collega’s en je leidinggevende, te
kijken: hoe kan ik de werkdruk die
ik voel, compatible maken met
mijn werkkrácht? Probeer niet in
de moppermodus te blijven, zeker
niet over dingen die je toch niet
kunt veranderen - want dat helpt
niemand. Maar als er dingen
dwarszitten waarop je misschien
wél invloed hebt, neem dan ook je
verantwoordelijkheid en gebruik
je beïnvloeding om die dingen
te verbeteren.”
16 | Werkdruk-special
11 december 2014
Anas ontvluchtte de oorlog
in Syrië. In Nederland wil
hij graag weer aan de slag.
Met steun van het UAF
bouwt hij aan een nieuwe
toekomst.
“TU/e gaat onverantwoordelijk met haar mensen om”
Voor de duidelijkheid: maak je over hoogleraar Ton de Kok (Industrial
Engineering & Innovation Sciences) geen zorgen. Die houdt zijn hoofd,
mede dankzij een fikse dosis energie en stressbestendigheid, wel boven
water. Maar om zich heen ziet hij medewerkers meer en meer op hun
tenen lopen. “Ik vind het ongepast dat niemand vooraf even nagaat wat
onderwijsvernieuwingen betekenen voor de organisatie.”
Maar eerst blikt De Kok terug op wat
langer geleden: op de transitie van
een nadrukkelijke onderwijsfaculteit
naar een onderzoeksfaculteit, die
IE&IS rond de millenniumwisseling
maakte. De vraag naar onderwijs
bleef, vooral de eerste jaren, echter
onverminderd groot; het personeels­
bestand nagenoeg gelijk. Aan de
theoretische ‘vijftig procent
onderzoekstijd’ kwam - en komt
nog altijd - bijna niemand toe.
Dit niet in de laatste plaats vanwege
verschillende onderwijsvernieuwingen, zoals de in 2002 ingevoerde
bachelor-/masterstructuur.
De introductie van het major-minorstelsel een jaar later. Of, recenter,
“het Bachelor College dat zegt:
‘Gij zult twee toetsen afnemen.
En gij zult niet alleen toetsen afnemen,
gij zult ook STU informeren over de
cijfers’. Gij zult dit, gij zult dat.
www.uaf.nl/anas
Maar wat daarop níet volgt, is:
‘Wij weten dat u nu meer moet doen,
dat dit ongeveer zoveel tijd kost en
daarom zijn er meer mensen nodig’.
Dan kun je vanaf de kansel roepen
dat het de komende jaren even geen
onderzoekstijd is, maar leg dat maar
eens uit aan bijvoorbeeld onze
tenure-trackers”.
‘Waarom?’ En: ‘Wat is het probleem
nu eigenlijk?’. Het zijn vragen die je
volgens De Kok “eigenlijk niet mag
stellen, want dan vinden bestuurders
je maar lastig”. Neem het Bachelor
College. “Onnodige hassle”, in de
ogen van de hoogleraar. “Qua
marketing snap ik de keuze; ik snap
het probleem van onvoldoende
instroom en onvoldoende breedte
in wat je aflevert. Maar dat was níet
het probleem van onze faculteit of
onze opleiding.”
Een medewerkster sliep in
één week
amper 15 uur
Maar de gevolgen van die universi­
teitsbrede hassle ziet hij wél alle
dagen terug in het Paviljoen. Hij
vertelt over een medewerkster die
een paper moest afronden en in een
zekere week opgeteld amper vijftien
uur sliep. “Mensen blijven lang aan
het werk. Maar op een gegeven
moment zie je mensen ook ziek
worden en snéller ziek worden. Dan
moet je ingrijpen.”
foto: Aleksandra Mihajlovic
Regelmatig stapt hij om zeven uur
’s ochtends zijn kantoor al binnen.
’s Avonds thuis nog even iets doen:
meer regel dan uitzondering.
Gemiddeld 65 tot 70 uur per week
maakt hij “en daar zit nog geen
glaasje wijn bij - ik ben geen
receptiebezoeker, geen netwerker”.
Desondanks gaat De Kok graag
over de werkdruk aan de TU/e in
gesprek. Want, zo vat de hoogleraar
Quantitative Analysis of Operational
Processes samen: de universiteit
gaat, vooral de laatste jaren,
“tamelijk onverantwoordelijk” met
haar medewerkers om. “Top-down,
met te weinig respect voor de
mensen in het algemeen.”
Ton de Kok
En desnoods toch maar ‘lastig’ zijn:
De Kok weet onder anderen rector
Hans van Duijn op gezette tijden wel
te vinden met zijn bedenkingen en
kritiek. “Want ik vind het ongepast
dat je onderwijsvernieuwingen laat
plaatsvinden en dat níemand even
nagaat wat die betekenen voor de
organisatie.” Terwijl het volgens
hem simpel is om die gevolgen te
becijferen. Normen en formules
voor werklast hanteren ze bij IE&IS
al jaren, stelt hij; de staatjes en
analyses liggen voor het grijpen.
Hij zegt te snappen dat de universi­
teit te maken heeft met een overheid
en met Haagse besluitvorming die
er bijvoorbeeld toe leidt dat er
steeds minder geld is voor het
universitair onderwijs. “Maar
moeten we bijvoorbeeld wel zoveel
nieuwe aio’s opleiden? En gaat er
niet veel teveel geld op aan
strategieën en nieuwe structuren?”
En daarmee volgt meteen nóg een
suggestie aan het College van
Bestuur. En dat is: “Rigoureus
snijden in wat ‘beleidsmakers’ zijn.
Als ze dat dan op het ministerie ook
eens doen… Het onderwijs is
namelijk helemaal niet zo’n
spannend proces. In de Verenigde
Staten hebben ze al die veranderingen niet, daar werken ze al
decennialang binnen hetzelfde
systeem.”
Medewerkers roeien onderwijl met
de -steeds breekbaardere- riemen
die ze hebben, stelt de hoogleraar.
Stapelen de klussen steeds verder
op, berustend in een berg werk die
ze eigenlijk niet kunnen handelen.
En werken meer en meer thuis.
“Veel mensen hebben het gevoel
dat, als ze hier niet één dag in de
week wég zijn, ze gewoon nergens
aan toekomen.”
Zelf kwam de hoogleraar éven op
adem bij ASML, waar hij in 2012
een half jaar een sabbatical deed.
“Het was héérlijk; ik heb mezelf
daar, op mijn 54ste, op allerlei
fronten weer kunnen ontwikkelen.
Ik bleek bijvoorbeeld een partij
creativitéit in huis te hebben - maar
aan de TU/e kom ik aan ‘creatief
zijn’ niet eens toe.”
Demotiverend vindt De Kok dat niet
- drive genóeg. “Je kunt overal
energie uit zuigen. Bijvoorbeeld
uit de behoefte om het hier te
veranderen. Ik ben een typische
Don Quichot en ik vind het niet eens
erg. Of die drive altijd verantwoord
is geweest naar mijn gezin toe,
daar kun je best vragen bij stellen;
daarin heb ik zeker fouten gemaakt.
Maar ik zet me honderd procent in
voor deze tent en ga voor onze
medewerkers door het vuur.”
“Ik dacht, dat trek ik nog wel”
Heel lang dacht Tiny Verbruggen: ‘dat trek ik nog wel.’ Tot eind 2011 de
werkdruk bij de toenmalige directeur bedrijfsvoering van Technische
Natuurkunde wel erg hoog opliep en hij thuis kwam te zitten.
In 2011 was Verbruggen directeur
bedrijfsvoering bij Technische
Natuurkunde en had er erg veel op
Tiny Verbruggen
zijn bord: de faculteit moest worden
gerund onder lastige omstandig­
heden (in de min), de nieuwbouw
(Flux) en verbouwing (Cascade)
vroegen veel aandacht en tegelijkertijd moest worden begonnen met de
voorbereidingen voor de verhuizing
van faculteitsmedewerkers.
Toen ook nog eens de ondersteuning
gedeeltelijk wegviel, werd de werkdruk
wel erg hoog. Té hoog.
“Ik had totaal geen energie meer en
mijn luchtwegen en holtes zaten
binnen de kortste keren vol. Dat is
mijn zwakke plek als ik over mijn
grenzen ben gegaan. Toch had ik
het niet zien aankomen en dacht ik
dat ik het wel zou redden. Ik wist
dat we moesten bezuinigen en
wilde geen extra kracht aannemen,
omdat ik vond dat ik het goede
voorbeeld diende te geven. Ik kwam
thuis te zitten, de ontstekingen van
mijn luchtwegen en holtes waren
niet onder controle te krijgen en het
heeft ruim drie maanden geduurd
voor ik weer min of meer de oude
was. Mijn omgeving accepteerde
het wel, maar het begrijpen is weer
iets anders. Als je zoiets niet zelf
hebt meegemaakt, kun je het je
moeilijk voorstellen. Ik ben naar de
huisarts gegaan en de bedrijfsarts.
Bij mij hielp het vooral om veel rust
te houden.”
“Je bent
uiteindelijk
zelf verantwoordelijk”
“Ik was er ook al snel uit dat ik
minder uren wilde werken.
Dat betekende dat ik niet in
dezelfde functie aan de slag zou
kunnen gaan, waar meer dan 100%
gevraagd wordt. De positie van
hoofd van Arbo, Milieu, Veiligheid
en Stralingsbescherming (AMVS)
kwam vrij en gelukkig kon ik daarin
in deeltijd aan de slag. Achteraf
gezien was het beter geweest als
ik toch extra ondersteuning had
ingehuurd. Dat ik het te druk had,
verwijt ik niemand, daar ben je
uiteindelijk zelf verantwoordelijk
voor.”
Anas, gevlucht uit Syrië:
‘In Syrië was ik kaakchirurg en
had ik twee masterdiploma’s.
In Nederland heb ik niets meer.’
Geeft u vluchtelingstudenten ook een toekomst? Rekening NL41 INGB 00000 76300
UAF-Cursor-266x390mm_2.indd 1
04-12-14 16:39
18 | Onderzoek
11 december 2014
Onderzoek | 19
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Kleppen dicht tegen
ongewenste zwangerschap
Met een mechanische anticonceptiesluis kunnen vrouwen zichzelf
wellicht ooit beschermen tegen een ongewenste zwangerschap zonder hormonen, zonder operaties, zonder gehannes tijdens de
seks. De uitvinding, Choice, is bedacht door ir. Peter van de Graaf
en wordt ontwikkeld met hulp van de TU/e.
‘Kleppen dicht’ krijgt in de toekomst
misschien wel een heel andere
betekenis. De kleppen in het
anticonceptiesysteem Choice maken
namelijk het verschil tussen wél
of níet zwanger kunnen raken.
Het werkingsprincipe van Choice
is eenvoudig: in de eileiders van
de vrouw wordt een ‘sluis’ geplaatst,
een plastic buisje van anderhalve
centimeter lang en twee millimeter
doorsnede. In dat buisje zitten
klepjes van roestvrij staal die van
buitenaf, draadloos, te bedienen
zijn. Zijn de kleppen gesloten, dan
kan eventueel sperma de eicellen
van de vrouw niet bereiken.
De eicellen lossen dan op in de
eileider. Als de vrouw zwanger wil
worden, dan hoeft ze haar kleppen
maar open te laten zetten met
behulp van een antenne op haar
buik. Deze zorgt ervoor dat een
ultradunne supercondensator, die
als een schroef om het buisje is
gewikkeld, zich oplaadt. De energie
gaat vervolgens naar een draadje
van geheugenmetaal, dat opwarmt
en korter wordt. De klep in het
buisje, verbonden aan het draadje,
klapt daardoor dicht. Openen gaat
op dezelfde manier, alleen wordt
dan een tegenovergesteld draadje
korter.
De publiciteit die hij de afgelopen
weken kreeg van verschillende
Nederlandse en Belgische media,
leverde Van de Graaf vooral
positieve reacties op. “Verschillende vrouwen lieten bijvoorbeeld
weten graag proefkonijn voor het
systeem te willen zijn”, vertelt de
ontwerper. “Natuurlijk waren er
ook lacherige reacties, vooral van
mensen die dachten dat een man
de kleppen van zijn vrouw ook
stiekem met de afstandsbediening
zou kunnen openen. In werkelijkheid
is dat onmogelijk: de antenne moet
dicht tegen de buik liggen en heeft
een halfuur nodig om op te laden.”
Het idee voor de uitvinding ontstond
al eind jaren tachtig, toen Van
de Graaf op vakantie was in een
natuurgebied. “Ik hou van wilder­
nissen, maar zag dat overbevolking
ervoor zorgt dat steeds meer natuur
verdwijnt. Mensen hebben die ruimte
nodig om voedsel te verbouwen
voor hun families. Ik heb heel lang
rondgelopen met het idee om iets
tegen de overbevolking te doen.”
Ongeveer tien jaren lang liet hij de
basisprincipes voor zijn uitvinding
rijpen in zijn hoofd, tot hij in 2008
als freelance coach ging werken
voor studenten Industrial Design
van de TU/e. Daar vond hij de
technische omgeving om zijn idee
eindelijk uit te werken. In 2012,
toen hij inmiddels een tweedaagse
aanstelling had, sleepte hij hiervoor
de benodigde subsidie binnen.
“Ik werk samen met het Equipment
en Prototype Center, vooral met
Erwin Dekkers, en kreeg veel hulp
van verschillende hoogleraren:
Peter Baltus, Bart Smolders,
Carlijn Bouten. Ze gaven me advies,
steun en ik kreeg hulp van bachelorals masterstudenten. Het Innovation
Lab hielp met netwerken en advies
over financiering. Inmiddels ben
ik niet meer in dienst en huur ik
onderzoeksuren in, maar deze
omgeving was echt noodzakelijk
om zo ver te komen als ik nu ben.”
Over vijf jaar
is Choice op
de markt
Sluitstuk
ingrepen. Dat soort circumstantial
evidence wijst erop dat we optimis­
tisch kunnen zijn.”
Petra Sutter, hoogleraar Gynae­
cologie aan de Universiteit van
Gent, vindt Choice geen slecht idee.
In het Vlaamse dagblad De Morgen
zegt zij vijf jaar echter te optimistisch te vinden. “Gaan de sluisjes
de eileiders niet doen ontsteken en
zo voor onvruchtbaarheid zorgen?
Zullen ze niet voor littekenweefsel
zorgen en het risico op een
buitenbaarmoederlijke zwanger­
schap vergroten? De gevolgen
moeten ook op lange termijn in
kaart gebracht worden. Dat neemt
veel meer tijd in beslag, denk ik.”
Het wordt nog spannend wie er
gelijk gaat krijgen, maar het
enthousiasme over Choice is bij
de meeste mensen groot. Nooit
meer hoeven denken aan de pil,
of zoeken naar een condoom dat
ergens tussen de lakens slingert.
“Wat ik aan de reacties merk, is dat
vrouwen hormonen echt moe zijn”,
zegt Van de Graaf. “Ik ben uit
idealisme aan Choice begonnen,
maar het is ook een behoorlijk
goede business case.”
In de rubriek Sluitstuk vertellen afstudeerders over
hun afstudeeronderzoek. Wil je ook in deze rubriek,
mail dan naar [email protected]
Op je tenen voor een
spierbundelmeting
Tekst | Enith Vlooswijk
Illustraties | Peter van de Graaf
Toch duurt het nog wel een aantal
jaren voordat de anti-conceptiesluis
de wereld verovert. Binnenkort start
LifeTec, een spin-off van de TU/e,
met de eerste experimenten op
levend weefsel. Als die zijn afgerond,
volgen dierproeven en klinisch
onderzoek. Van de Graaf schat dat
het nog vijf jaar duurt voordat het
systeem marktklaar is. Dat is te
overzien. “Een geneesmiddel moet
eindeloos getest worden, voordat
het op de markt wordt toegelaten.
Met een implantaat kan het sneller
gaan, wanneer de materialen zich in
het verleden al bewezen hebben.”
Het sluisje is gemaakt van polyetheretherketon (PEEK), een
kunststof die vaker wordt gebruikt
voor implantaten. Ook als er lange
tijd kracht op wordt uitgeoefend,
vervormt het niet. Verder is er al
heel veel kennis over vergelijkbare
ingrepen, zoals stentoperaties
(dotteren). Die kennis kan volgens
Van de Graaf goed worden gebruikt
bij de ontwikkeling van Choice.
“We zijn in staat allerlei systemen
in te bouwen in harten en aders.
Dat zijn veel actievere systemen
dan de eileider en dus complexere
Voor het vaststellen van bepaalde spierziektes bij kinderen moeten nu vervelende spierbiopten worden genomen.
Maar niet lang meer, als het aan BMT-masterstudent Benjamin Tchang ligt. Tijdens zijn afstudeerstage bij de
vakgroep Vasculaire Biomechanica ontwikkelde hij een diagnostische techniek waarbij je met geluidsgolven
diep in een been kunt kijken.
Compleet met witte jas liep hij als dokter Benjamin enkele dagen mee op de spierpoli in het Utrechtse Wilhelmina
Kinderziekenhuis. Het is confronterend, vertelt hij, maar ook motiverend. Want toen een moeder aan de kinderarts
vroeg hoe de toekomst van haar kind eruit zou zien, kon deze alleen maar zeggen dat dat onbekend was. De arts
wees naar BMT-student Benjamin Tchang: “Over een aantal jaar kan deze dokter daar misschien een duidelijker
antwoord op geven.” Sindsdien werkt hij nog harder aan het optimaliseren van Power Doppler (PD)-echografie
zodat deze zo snel mogelijk in de kliniek gebruikt kan gaan worden. De Doppler techniek is vooral bekend van
de zwangerschapsecho’s; de Power-variant wordt medisch nog nauwelijks toegepast, maar heeft volgens Benjamin
veel potentie. “Waar je met Doppler voornamelijk naar stromingssnelheid of -richting in grote vaten kijkt, kijk
je met PD juist naar kleine volumeveranderingen van bloed in weefsel. Hierdoor is het een veel sensitievere
methode met minder ruisartefacten.”
Een eerdere studie liet al zien dat PD geschikt zou kunnen zijn voor spieronderzoek. Benjamin keek specifiek
naar PD-gebruik bij de diagnose van juveniele dermatomyositis, een aandoening bij kinderen waarbij eerst de
spier wordt aangetast en daarna bloedvaten kunnen afsterven. “We hebben een methode ontwikkeld waarbij
we gebruikmaken van de bloedvatconditie in de spier. In een normale situatie zie je een mooi piekenpatroon
na een spiersamentrekking. Bij een beginnende ontsteking staan de bloedvaten wijd open en stroomt er veel
meer bloed doorheen, wat je terugziet in dat piekenpatroon. Een chronische spierziekte kenmerkt zich door een
veel lager signaal omdat bloedvaten zijn afgestorven en vervangen door littekenweefsel.”
Ook moest bekeken worden welke spieroefening - makkelijk uit te voeren door kinderen met spierproblemen resulteert in een zo optimaal mogelijke meting. Benjamin onderwierp studiegenoten en vrienden aan allerlei
squats, bicepsstrekkingen en beenbuigingen. Maar er kwam een volgend probleem kijken: tijdens de oefening
moet de Doppler-probe stil op de spierbundel gehouden worden, erg lastig als je in beweging bent. “Ik vind
problemen oplossen nogal leuk, dus ben daar samen met een huisgenoot die Bouwkunde studeert ingedoken.
In de werkplaats hebben we het een en ander geprobeerd en uiteindelijk hebben we met hulp van enkele
ID-vrienden een 3D-geprinte PD-houder gemaakt. Dat werkt ideaal. Een beetje gel op de probe, in de houder
plaatsen die om je been gegespt zit en de meting kan beginnen.”
Over enkele weken komen de eerste patiënten naar Eindhoven om hun benen te buigen en op hun tenen te
staan voor een PD-meting. “Spannend. In gezonde proefpersonen hebben we al mooie resultaten, maar het
gaat natuurlijk om de metingen in een zieke spier. Ik ga er vanuit dat onze hypotheses zullen kloppen en we
een afwijkende piekenpatroon gaan zien.” Artsen zijn niet alleen enthousiast over de PD-methode, ook is er
interesse in de door Benjamin ontworpen houder. “Misschien kunnen we een patent aanvragen. Maar ik richt
me nu eerst op de techniek zelf en hoop dat we die zo snel mogelijk het ziekenhuis in krijgen. Zodat we inderdaad
een betere diagnose en mogelijk ook prognose aan ouders kunnen meegeven. Want daar doe je het uiteindelijk
allemaal voor.”
Tekst | Nicole Testerink
Foto | Rien Meulman
Vrouwen bepalen zelf hun vruchtbaarheid met Choice.
Peter van de Graaf met, tussen duim en wijsvinger, zijn vinding. Foto | Hogeschoolkrant win’ Windesheim
De werking van Choice.
20 | Onderzoek
11 december 2014
4 brandende vragen
Onderzoek | 21
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Ali Can Kizilkaya | Scheikundige Technologie
Desiree Abdurrachim | Biomedische Technologie
Invloed van oppervlakken
op katalyse
Vetzuren in een ziek hart
1 | cover
Op de omslag staat een afbeelding van een muizenhart, gemaakt met magnetic resonance
imaging (MRI). De afbeelding is op zijn beurt een mozaïek van diverse plaatjes van muizenharten die ik tijdens mijn project heb verzameld.
1
2 | feestjes
op
Wa
er van
v
o
c
de
hrift?
c
s
f
e
je pro
Hartfalen is wereldwijd de voornaamste doodsoorzaak. Het hart heeft brandstof nodig om
zijn functie als bloedpomp uit te oefenen. In een gezond hart bestaat die brandstof voor
het grootste deel uit vetzuren, en in mindere mate uit glucose. In mijn promotieonderzoek
heb ik het effect onderzocht van veranderingen in de verbranding van vetzuren op het
functioneren van het hart. Door diabetes aangetaste harten, bijvoorbeeld, zijn vrijwel
volledig afhankelijk van vetzuren, en dat hangt samen met een verhoogd risico op hartfalen.
Ik heb MRI-en MRS (magnetic resonance spectroscopy)-technieken ontwikkeld om de
hartfunctie en de stofwisseling in levende muizen te kunnen meten. Die technieken zijn
vervolgens gebruikt om muizen te onderzoeken met een aangepaste vetzuurstofwisseling.
we
t zien
3 | onmisbaar
2
De MRI- en MRS-technieken waren onmisbaar. Omdat deze technieken niet-invasief zijn,
kun je meerdere keren metingen doen aan dezelfde dieren, bijvoorbeeld in verschillende
stadia van de ziekte of van de behandeling. Dat is in veel biomedisch onderzoek, waarin
met meestal afhankelijk is van ‘ex vivo’-technieken, altijd een moeilijke opgave geweest.
Daarnaast is in een dergelijk complex project samenwerking met andere onderzoekers a
ltijd waardevol.
Ho
op f e leg
j
waa eestj e
e
r je
ond s uit
e
ove
r ga rzoek
at?
4 | samenleving
1 | cover
3
Welke persoon,
techniek of apparaat is
onmisbaar geweest
voor je onderzoek?
Op de cover zien we een symbolische weergave
van de titel van mijn proefschrift. Onderin staat
een afbeelding op atomaire schaal van een getrapt
metaaloppervlak. De vis die aan dit oppervlak is
gehecht (‘geadsorbeerd’) symboliseert zowel de
chemische stof (de ‘adsorbate’) als de spectro­
scopische methode. Deze specifieke vis, de pauw­
lipvis, vertoont bijna alle kleuren uit het zichtbare
spectrum. Zoals dat lichtspectrum ons helpt om de
vissoort vast te stellen, zo zijn er andere gebieden
van het elektromagnetische spectrum die ons helpen
om adsorbates en hun wisselwerking nabij een
oppervlak te identificeren.
2 | feestjes
Ons onderzoek draagt bij aan het fundamentele
begrip, op atomair niveau, van metaaloppervlakken
en adsorbates, zodat we betere heterogene kataly­
satoren (vaste stoffen die chemische reacties in
gassen of vloeistoffen bevorderen, red.) kunnen
ontwikkelen voor de industrie.
3 | onmisbaar
4
eft
e
Wat h
ing
lev
men
de sa uw werk?
aan jo
(Onder redactie van Tom Jeltes)
Foto’s | Bart van Overbeeke
Temperature Programmed Desorption (TPD) was
essentieel voor ons onderzoek, omdat deze techniek
waardevolle informatie leverde voor het identificeren
van de adsorbates en hun interacties.
4 | samenleving
Het fundamentele begrip dat voorkomt uit ons
onderzoek zal naar verwachting het ontwerp bevor­
deren van efficiëntere katalysatoren. Als we het
hebben over bijvoorbeeld katalysatoren voor autouitlaten, of Fischer-Tropsch Synthese, dan levert
dit hopelijk nieuwe methoden op om beter giftige
gassen te verwijderen uit de uitlaat van je auto, of
zorgt het voor zuinigere en milieuvriendelijke
manieren om synthetische brandstoffen te maken.
Mijn proefschrift is een basis voor het ‘in vivo’ karakteriseren van veranderingen in stofwisse­
ling en het functioneren van een falend hart. Het kan daarmee bijdragen aan een beter
begrip en effectievere behandeling van hartfalen.
Sandip Pawar | Scheikundige Technologie
Sproeidrogen
1 | cover
Op de omslag zien we hoe het complexe sproeidroogproces kan worden geanalyseerd
door verschillende modelleertechnieken te combineren.
2 | feestjes
Sproeidrogen is belangrijk voor de chemische, farmaceutische en voedselindustrie. Het is
een methode om poeder te maken uit een vloeibare suspensie. Voor een goed eindresultaat
is het van belang om de verdeling van de korrelgrootte van het poeder te kunnen bepalen
en het aankoeken van de wanden te voorkomen. Computational Fluid Dynamics (CFD) is
een krachtig en veelzijdig gereedschap om het optimale ontwerp, opereren en opschalen
van dergelijke processen te bestuderen. In mijn project hebben we een multiscale modelleer­
strategie gebruikt om transportfenomenen in het sproeidroogproces te modelleren - waaronder processen als het botsen, samensmelten, opbreken, drogen en opeenhopen van de
deeltjes. Om het model op een systematische manier op te bouwen, hebben we het
opgesplitst in vier verschillende stappen: stroming, botsingsdetectie, de uitkomst van
botsingen, en het droogproces.
3 | onmisbaar
Voor de botsingsdetectie hebben we een belangrijke techniek uit de moleculaire gas­
dynamica aangepast: Direct Simulation Monte Carlo. Hierdoor konden we met botsingen
tussen miljarden deeltjes en druppels aan.
4 | samenleving
Met de ontwikkelde numerieke modellen kan de industrie de bestaande sproeidroogtechnologie aanpassen, en zo het proces optimaliseren en tot een beter eindproduct te
komen.
8
Biweekly magazine of the Eindhoven University of Technology
11 December 2014 | year 57
For the latest news: www.cursor.tue.nl/en and follow @TUeCursor_news on
and tuecursor on
Lighting up Eindhoven with Diwali
Thor’s Mega Tetris
makes Guinness Book
1 December - It took a day of shivering in an ice cold MetaForum market hall, but after
that study association Thor had completed what they’d been aspiring to do for two
years: creating the largest game of Tetris ever.
Study association Thor of Electrical Engineering used the obstacle-free and weatherresistant market hall for the
record attempt, and postponed
the moment the audience
can enjoy Mega Tetris to two
weeks from now, when Thor
will suspend the LED grid from
Potentiaal using a crane.
From December 15-19, Thor
will set up a playground at
the parking next to Potentiaal,
from which the dropping
blocks may be controlled
with a joystick.
TU/e’s new flag
ready for occupship Flux
ancy
28
November - TU/e’s
new flagship Flux
was completed of
Construction comp
ficially on Friday No
any BAM transferre
vember 28th.
d the building to
had been signed.
TU/e after the tra
nsfer documents
Between Decemb
er 1 and March ne
xt year, the new re
home. The first to
sidents will move
move into Flux fro
into their new
m December 1 are
the moving in for
the pioneers who’l
the rest. After them
l be preparing
,
it’s the Video Codi
ng and Architectu
re
group of Electrica
l Engineering at La
place,
the branches of Ap
plied Physics and
the designer prog
ram located at Fo
ntys
(From December 15
), educational and
departmental offic
es, and from next
year
those from Electr
ical Engineering an
d
Applied Physics fro
m the TNO buildin
g,
as well as the peop
le from Potentiaa
l,
Impuls, and Coro
na.
Clmn
People | 23
See for more news www.cursor.tue.nl/en
1 December - Indian students from the TU/e held a celebration for Diwali on 30 November
at the Hub Eindhoven for Expats. Over 200 people attended the event and included a
mish-mash of Indian, other internationals
and local Dutch folks.
In a culture packed with monthly celebrations, Diwali is one of the most important.
This five-day Indian festival represents the
start of the Hindu New Year and is commonly
known as the ‘Festival of Lights’ for the
fireworks, small clay lamps, and candles
that are lit during the celebrations. These
lights are said to represent the victory of
good over evil, and light over darkness.
Cultural exchange at third
Asian Dinner
27 November - A student chapel full of dragon-like decorations, more nationalities than
the eye can see, and an authentic Asian three-course dinner: All this set the scene for
the third annual Asia dinner, organized by the Tint foundation.
The gastronomical dinner
served more purposes than
stimulating taste buds.
The night was also a cultural
exchange between different
international communities in
Eindhoven. Tint’s Elizabeth
Fricker explains this purpose:
“This night is not only an
expression of hospitality,
but is also a possibility to
share experiences in an
informal, egalitarian way.”
And how are things in Milan?
More and more TU/e students go abroad for their studies to follow courses, internships or a doctorate path.
What is it like to find your way in a new country? Students tell their stories.
My choice for Italy was a simple one: food and culture. Since September, I’ve been studying at the
best university of Italy: Bocconi. I’m staying in the city center of Milan, my housemates give me
cooking lessons, and clubs are close. Still, being able to enjoy La Bella Italia to the fullest required a
crash course in naturalization on my part. Please consider the tips below.
Lesson 1: In Italy, ordering un caffé won’t get you a Dutch cup of coffee, but an espresso. Should you
enjoy your cappuccinos: note that in Italy it’s not done to order cappuccinos after lunch time.
Lesson 2: Learn Italian. I take Italian classes twice a week, as un Italiano vero (a real Italian) does not
speak English. Because of the language issues I’ve ordered the opposite of what I had in mind more
than once, which is understandable if you know Italians have dozens of different names for pasta:
Trofi (my favorite), spaghetti (eleven different kinds!), lasagna, penne, et cetera.
Lesson 3: Eat pasta every day (and make sure it’s al dente). Italians have a saying that goes ‘I haven’t
had my pasta today’, a phrase widely used in the heuristic decision-making process for dinner
(alternatives being risotto or pizza).
Lesson 4: Gelato is not ice cream – it’s a craft, and a work of art.
Don’t feel like cooking? No problem. In Milan, aperitivo is a tradition that I like just as much. When
ordering a cocktail or a delicious glass of Italian wine, you receive ‘free’ food (a drink will set you back
ten euros). Navigli is a popular neighborhood known for its aperitivos, where you’ll find me after
class regularly. Besides this social cultural tradition, Milan is the best city to go out. It offers the best
museums, theaters (Scala), and clubs. Weekends are the perfect time to explore the picturesque
villages and scenic surroundings of Milan.
Take this case: the Dutch tourists look tired, so the Malaysian fellow will
tell them what they want to hear: “Oh no sir, it’s not far”. An answer with
no reference to reality. It’s only related to the situation at that moment
between the 2 locutors, it is all about face saving and wishful thinking.
Incidentally, the concept of distance is also quite cultural: while Americans
tend to drive to go a few blocks away, other people would walk long distances
and not find this far. So always double check that concept anyway!
Life after TU/e
In my previous column I started to tackle the issue of the relationship
between text & context in oral or written communication across cultures.
Name: Ekaterina Sabelnikova
Place of Birth: Moscow, Russia
Date of Birth: July 2, 1989
At TU/e: S
eptember 2012 - August 2014, Master Business Information Systems
Current position: Service Developer at Océ
What is your job description?
I work at Océ as a Service Developer. In business services we define docume
nt-intensive business
processes to provide customers with relevant document process outsour
cing services through
expertise, advanced technology, and industry documents & process knowled
ge. Most of my daily
activities are related to discovering business processes and the IT solution
s that enable them.
Within service development I face a broad range of other topics, too,
such as developing sales
and marketing tools, defining implementation approaches, and designin
g and constructing
execution approaches.
More news on www.cursor.tue.nl/en
How did you obtain your current position?
It was definitely not an easy task to find a job. I believed that the knowled
ge I acquired during
my master‘s would be perfect for a career in IT consulting, but all consulti
ng positions turn out
to require command of the Dutch language. For me, that was a serious
bottleneck during my
job search, so I had to look for other options as well. I expanded my
search to include Germany
as well, since many large enterprises are located there. Eventually, I was
offered three positions,
and was lucky to choose the one closest to my heart.
The critical incident (what does the question Don’t you think it’s hot here
in the room? mean to you?) I described was interesting, but it had no hard
consequences for further communication. In the case above it does have
serious consequences: here trust is at stake. By not recognizing the
importance of the context in Malaysia, the Dutch tourists got into some
serious misunderstanding that can possibly lead to losing trust in the
local population. So how can you clarify this situation? By simply keeping
asking and primarily using open questions (not close ones like in the
example), and by not taking too much for granted, as if Yes = Yes and
No = No everywhere. I beg those Dutch tourists now: know what to expect
out there.
Finally, take written communication. I recently got an email from an Indian
student starting with: Respected Sir, have a nice day, I hope you will be good.
I am Master degree student and I (…)
And finishing with: I will be highly obliged. Thanking you, etc.
Recognizable? A first (ethnocentric) spontaneous reaction would be to
view this kind of prose as “too polite to be honest” and wondering what
this student really wants from you. Understandable, but once you’ve
recognized the importance of the context, things become clear. Text &
context will match, just like yin & yang, but this is another story.
Would you also like to write an article about your time
abroad? Please send an email to [email protected]
Read more stories online: www.cursor.tue.nl/en
Is Lumpur far from here?
A group of Dutch tourists asks a Malaysian if Lumpur is far from where
they are. Seeing they look tired, he sympathizes and replies: “Oh no, sir,
it’s not far!”. After 2 hours of walking, they still haven’t reached Lumpur.
Their reaction full of frustration: “See, you can’t trust those Malaysians,
you asked them a simple question and they just give you a fuzzy answer!”
This was again the encounter of a high context culture (Malaysia) with a
low context culture (Holland). A Yes or a No don’t mean the same thing.
Oral and written communication will be interpreted differently. While in
Holland and a few more Anglo-Saxon/ Germanic cultures Yes means Yes
and No is just No, it is very different in high context cultures like most of
Asia, the Arabic world, South-America, etc. where the context will play an
important role.
Tim M
uts
Innovstudent aoefrs,
ation S
ciences
Why did you choose to go to TU/e and how do you reflect on your time
at university?
I have attended several guest lectures of TU/e professors in Moscow
, and was truly attracted
by the international appeal and high quality education of the universi
ty, and it has great career
prospects for graduates. There are not too many countries where internat
ional students can
get around with English only. Last but not least, I received an ALSP scholars
hip from TU/e,
which has obviously been important in the decision-making process. During
my studies, working
on my projects until the break of dawn without sleep I thought it was
a nightmare, but now I
consider it the best time of my life: I met so many new people, and gained
knowledge and life
experience. Vincent M
internationaerk, advisor
l commun
ity
What happens to international
students after they graduate
from TU/e? Do they go job
hunting in the Netherlands,
pack their bags and explore
the world, or return to their
home countries? International
TU/e graduates talk about
their lives after TU/e.
What are your plans for the (near) future?
My number one priority now is learning Dutch. I plan to stay in the Netherla
nds for three to five
more years at least. I’m not sure about what will happen after that. Océ
is a part of Canon Group,
and their offices are located all over the world. It all depends on my career
ambitions and the
areas I would like to specialize in, but if opportunities arise elsewhere
I am ready to relocate.
What advice would you give to current students?
First of all, it is all about networking - attend as many events, in-hous
e days, meet ups as you
can. It is your opportunity to meet managers and HR personnel, gain
insights in the recruitment
process and get familiar with companies. And be persistent in your job
searching process, there
are positions in the market but the competition is also very high. Do
not pick ANY job, find the
one which fits to your interests -you will work it for the nearest yearsso it is better to enjoy it!
24 | Zoom in
11 December 2014
Zoom in | 25
See for more news www.cursor.tue.nl/en
More than Sombreros and Sunshine:
A look at TU/e’s Mexican Community
“It’s particularly nice being a Mexican in Holland because it’s exotic for European people. They see us
as an interesting people”, explains Sergio Garcia (25), a master’s student in the Mechanical Engineering
Department. He continues: “What I like about Dutch people is that they are open-minded. They are
interested and want to know from the source what life is like in Mexico. They ask: What is it like to
live there? How do you make your life there?” Continuing with our series profiling the university’s
various international communities, we’ll try to answer those questions a bit by taking a closer look
at the Mexican community, a group of about 50 strong who call TU/e their academic home.
Ruben Guerra (24), hails from
Tijuana, a northern Mexican city
directly across the border from the
American city of San Diego. He’s in
his first year of a master’s program
in the Computer Science and
Engineering Department and says
he’s happy to be in Eindhoven.
“I really wanted to come to Europe
for my master’s. I started looking
for universities that had the master’s
I wanted and then I met a guy who
had come to TU/e and he told me
about the university. I thought it
was really cool.”
Although a leap over the border to
the USA might be an obvious move
for many students, more and more
Mexicans like Ruben are looking
to Europe as their first choice for
higher education, particularly for
master’s programs. According to
Nuffic, a Dutch organization for
professionals in international
education, a recent study reveals
a strong interest among Mexican
students in various Dutch master’s
programs, but particularly in
engineering - a possible boon to
technical universities like TU/e that
hope to draw foreign students.
In addition, the Netherlands makes
the option of studying here more
attractive by offering Mexican
students financial aid in the form
of the Orange Tulip Scholarship
program. Launched in 2010, the
scholarship is now in its 5th cycle
and includes 25 participating
Dutch institutions, including TU/e.
Mexico is
a bit of
a mystery
Unlike countries closer to our
borders or more widely covered by
the Dutch press (think the USA or
China, for example), Mexico is a
bit of a mystery for many students
on campus - both Dutch and other
Maria Frias with her home made piñata. Photo | Bart van Overbeeke
internationals. However, clichés
do exist and some, of course,
are based on fact.
“People always ask if Mexico is
super dangerous”, says Maria
Frias (28), who just obtained her
master’s degree from the Biomedical
Engineering Department. “I really
hate that question. It sucks that
they ask me that because it is a
reality - the drug cartels and all
these things. It’s really affecting
people’s perspective of my country.
It’s sad that people think that my
country is such a dangerous place.”
Unfortunately, Mexico’s brutal drug
war has made the country a riskier
place to live. According to CNN,
90% of the cocaine that enters the
US passes through Mexico and the
country is also a major supplier of
marijuana and methamphetamines
in the United States. Since the
demise of the Columbian cartels
in the 1990s, Mexico’s drug cartels
have filled the void and become
much more powerful. The Mexican
government has been vigorously
fighting drug traffickers since 2006
while the drug cartels themselves
fight each other to control territory.
According to a report published by
Human Rights Watch on February
21, 2013, an estimated 60,000
people were killed in drug-related
violence from 2006 to 2012.
Sergio Garcia says that most people
do question him about Mexico’s
safety. “I tell them that it isn’t as
bad as the media shows. For the
regular people, we have normal
lives. We don’t get in contact with
drugs or the mafia. That just
happens outside of us.”
While this perception of their
country is a frustration for TU/e’s
Mexican community, they find that
they’re warmly received in Holland.
Nuria Barriga (28), is from San
Luis Potosi, a city in the middle of
Mexico, which is about 6 hours by
car from Mexico City. She’s working
on her second bachelor’s degree
in the Industrial Engineering &
Innovation Sciences Department
and says she really enjoys the
positive feedback she gets.
“Dutch people are really happy
about Mexicans. Every time I say
I’m from Mexico, they’re surprised.
What? Why are you here? Your
weather is so nice. There’s an
interest to find out more about
Mexico. And I have really good
experiences with old people.
If I’m speaking Spanish in the
street, they’ll stop me and ask
where I’m from.”
Of course, there’s more to Mexico
than sunshine and danger. Here
are some tidbits you may not know
about the world’s largest Spanishspeaking country. Think of these as
conversation starters the next time
you encounter a Mexican student:
•M
exico has the largest number
of UNESCO World Heritage Sites
of any country in the Americas
and the sixth most in the world.
These include anything from an
archeological site for an ancient
Mayan city to The Monarch
Butterfly Biosphere Reserve
where millions of the species
come each year to spend the
winter.
•M
exico introduced chocolate
(hoorah!), corn and chilies to
the world.
• The red poinsettia (which are in
Dutch stores now for Christmas)
originated in Mexico and is
named after Joel Roberts Poinsett,
the first United States ambassador
to Mexico in the 1820s.
And let’s talk about tequila - but
with a technical-university twist:
• I n 2008, Mexican scientists
discovered a method to produce
tiny, synthetic diamonds from
80-proof tequila. The diamonds
are cheap to produce but far too
small to be used for jewelry.
The results are hoped to have
numerous commercial and
industrial applications such
as in computer chips or cutting
instruments. Gracias, agave plant!
The love goes
both ways
So, the Dutch seem to be enamored
of Mexican culture and its perceived
exoticness. But how do Mexicans
feel about living in Eindhoven?
It seems that despite the lack of
sunshine and good Mexican food,
the city and its culture are a good
fit for most students.
“I looked at TU/e and Delft,” says
Maria Frias, “but I liked it better
here because of the whole program.
And I like my lifestyle. It’s really
relaxed. Coming from Mexico City,
it seemed like it might be boring
but now I really like it. I don’t worry
about being out at 4am and I’ve made
really good friends. I’m happy.”
For many internationals living in
the Netherlands, the ‘agenda habit’
- scheduling both personal and
professional appointments far in
advance - is often perceived as too
tightly structured and indicative
of a lack of spontaneity. However,
Nuria Barringa sees it as a caring
gesture. “I like that they find the
time for you. In Mexico, we talk a
lot and we say ‘Oh yes, yes, we’ll
call you.’ But then a lot of times it
doesn’t happen.”
Christmas
is the most
important
holiday for
mexicans
“At first, Dutch people seem a little
cold but once they’re your friend,
they’re really good friends to you”,
explains Ruben Guerra of his first
months in Eindhoven. “Last summer,
I stayed here and I was afraid that
I was going to be bored. But I had
Dutch friends call me every two or
three days and ask if I wanted to
have dinner with them and their
family. I really like living here.”
At this time of year, no look at the
university’s Mexican community
would be complete without talking
about Christmas. Spanish colonists
brought Catholicism to Mexico in the
1500s and, the religion took root and
flourished - today, approximately
80% of the population counts itself
as Catholic. For many Mexicans,
Christmas is the most important
holiday of the year, for both
religious and personal reasons.
Las Posadas, which translates to
‘the inns’ is a series of parties
commencing on 16 December
and ending on Christmas Eve,
24 December, and forms the
backbone of the Mexican Christmas
tradition. “In the time of Jesus,
there were no hotels, only inns”,
says Ruben Guerra explaining the
custom. “Mary and Joseph went
looking for a place to stay so she
could give birth to Jesus. Finally,
they were allowed into an inn.
The parties we have at this time
of year are to celebrate the
expectation of Jesus being born.”
Many of the Mexican students will
soon hold their own posada and in
addition to lots of traditional foods,
they’ll also enjoy one other key
ingredient for a successful preChristmas party - a handmade
piñata. Maria Frias is currently
making it in her spare time but
there’s one thing she’s still unsure
of: “The tricky part is figuring out
where to break it. I don’t think
Dutch people will like a bunch
screaming Mexicans in the street,
trying to break this piñata”.
Tekst | Angela Daley
26 | Research
11 December 2014
4 burning questions
Research | 27
See for more news www.cursor.tue.nl/en
Ali Can Kizilkaya | Chemical Engineering
Desiree Abdurrachim | Biomedical Engineering
Effect of surface reactions
on catalysis
Fatty acids in diseased hearts
1 | cover
My thesis cover shows an image of a mouse heart, rendered by magnetic resonanceimaging
(MRI). The cover is also a mosaic of various mouse heart images that I’ve collected for my
project.
1
2 | parties
’s on
What
f your
o
r
e
ov
the c rtation?
disse
Heart failure is the leading cause of death worldwide. The heart needs fuel to maintain its
pump function. In the healthy heart, the fuel largely comes from fatty acids, and to a lesser
extent glucose. During my PhD research I studied the effects of alterations in fatty acid
metabolism on the heart function. For example, the diabetic heart relies almost exclusively
on fatty acids and has an increased risk of heart failure. To this end, I developed MRI and
magnetic resonance spectroscopy (MRS) techniques to measure the heart function and
metabolism in living mice. The techniques were then used in mice with an altered fatty acid
metabolism.
3 | essential
2
The MRI/MRS techniques have been indispensable. The techniques are non-invasive, and
therefore enable measurements of the same animals at different points in time as a disease
progresses or during treatment. This has been challenging in many biomedical studies, as
these generally depend on ex-vivo techniques. Furthermore, in such a complex project,
collaborations with other researchers have been invaluable.
Wh
a
peo t do y
ou t
ple
a
t
par ell
whe
n
t
abo
ut y they a ies
our
s
rese k
arch
?
4 | society benefit
My thesis provides a platform for a charac­terization of functional and metabolic changes in
the failing heart in-vivo, which may contribute to better understanding and more effective
treatment of heart failure.
1 | cover
3
What person,
technology, or device
has been essential
for your research?
The cover is a symbolic representation of my thesis
title. The illustration below is a stepped metal
surface at the atomic level. The fish that is
adsorbed (attached) to the surface symbolizes both
chemical species (adsorbates) and spectroscopy.
This specific fish, ornate wrasse, contains almost
all colors of the visible light spectrum. Just as the
visible spectrum helps to identify the fish species,
there are other regions of the electromagnetic
spectrum that help us identify adsorbates and
their interactions on a surface.
2 | parties
Our research project contributes to a fundamental
understanding of metal surfaces and adsorbates
at an atomic level to help designing better heterogeneous catalysts that are of use to the industry.
4
does
w
o
H
efit
n
e
b
ty
socie our work?
y
from
(edited by Tom Jeltes)
Photos | Bart van Overbeeke
Sandip Pawar | Chemical Engineering
Spray drying
1 | cover
The thesis cover shows how the complex process of spray drying is investigated by bringing
together different modeling techniques.
2 | parties
Temperature Programmed Desorption (TPD) has
been a key technique in our research project as it
has provided valuable information both in terms of
identifying the adsorbates, and their interactions.
Spray drying is important in the chemical, pharmaceutical, food, and dairy industry for
making powders from liquid slurry. For the final quality of the product it is important to
control the powder size distribution and to limit wall fouling. Computational Fluid Dynamics
(CFD) is a very powerful and versatile tool to study optimal design, operation and scale-up
of the processes. In my project, a multi-scale modelling strategy was adopted to model
transport phenomena in spray drying processes, including collision, coalescence, breakup,
drying and agglo­me­ration events. To systematically build up this model, we split the modelling
process into four different steps: gas and particle flow modeling, collision detection modeling,
collision outcome modeling, and drying kinetics modeling.
4 | society benefit
3 | essential
The fundamental understanding our study has
generated is expected to benefit the design of
more efficient catalysts, including automotive
exhaust catalysis and Fischer-Tropsch Synthesis,.
Hopefully, it will provide us with new and improved
ways of removing toxic gases from your car exhaust,
or to find more energy efficient and environmentally
friendly ways of producing synthetic fuels.
For the collision detection we adapted a key technique used in molecular gas dynamics,
called Direct Simulation Monte Carlo. This enabled us to efficiently handle collisions between
billions of droplets and particles.
3 | essential
4 | society benefit
The developed numerical model enables the industry to improve the current spray drying
technology, to optimize the process and quality of the products.
28 | Special
11 December 2014
See for more news www.cursor.tue.nl/en
The threat of
pressure
Text | Judith van Gaal, Han Konings en Monique van de Ven
Photo | Bart van Overbeeke
TU/e is achieving good results. The introduction of the Bachelor College is one reason why more and
more students find their way to the university. However, there is a downside as well: we need to do
more with fewer employees. How does the university prevent the workload from becoming too high
and how much stress does work cause among employees anyway? Cursor tried to gauge the workload
throughout the organization.
Going through hundreds of student
assignments within two days.
Attending courses about new
teaching methods. Drawing up a
fitting timetable for increasing
numbers of students. Finishing
your presentation for the defense
of your doctoral thesis. Most TU/e
employees have more than
enough tasks on their plates.
This trend is not missed by the
Executive Board (CvB). “It’s not
going to be a worrisome piece
with Christmas on the way, is it?”,
CvB member Jo van Ham wonders,
prior to the interview. Van Ham
immediately goes on by effortlessly
enumerating all the things that are
going well at TU/e: the setup and
further rollout of the Bachelor
College, the strong interest in and
keen appreciation for the education,
the increase in the number of
students enrolling, the success in
landing national and European
subsidies, the excellent relations
with the business community,
a campus that will be entirely
renewed within a number of years.
He is just saying; there is so much
to be proud of.
He does not deny that all those fine
results also generate extra work
pressure. “We are asking a lot from
our workforce. More and more
often, scientists have to try and find
funding and the coming period will
see a great many changes within
our administrative staff. Moreover,
you’re in an environment where
people raise the bar very high
indeed.”
“We ask for
realistic time
schedules”
Even in May and June of this year
board members reacted to signals
they received from the departments
with a high student intake.
Van Ham: “There was an impending
shortage of teachers, which we tried
to absorb by an additional 25 FTEs.
For you don’t want to have students
complain about the large scale
being detrimental to education.
You do need to prevent that kind
of criticism.”
Meanwhile the Executive Board
has thought hard about measures
to relieve the pressure. Van Ham:
“First of all, we want to set clearer
priorities. In line with that a choice
has been made to tackle matters
in stages wherever necessary.
Although we are inclined to want
to do everything at once, it’s
sometimes better to take a stepby-step approach. Employees
should not be afraid to discuss
things with us if it turns out that
it takes longer to reach certain
milestones. We’re not going to hold
that against them. We emphatically
ask for realistic time schedules.
We would prefer people to assess
matters amply rather than driving
themselves too hard due to an
unrealistic planning. In addition,
wherever necessary and possible
we want to leave some space and
allow the organization some leeway.
What solutions may then be possible
per individual department or service
will be discussed honestly and
candidly in bilateral consultations
with deans and Directors.”
Thus, at present the services are
getting extra attention from the
CvB. Van Ham: “We’ve become
aware that over the past few years
our services have not developed in
scope at a comparable pace with
the departments, so we are making
extra investments there, for
instance at DPO and STU. For some
time now, STU has had to shoulder
a lot of extra work in connection
with the advent of the Bachelor
College and the growing intake.
And we are also looking at the
development of a new Student
Information System (SIS).
The tendering procedure for
that will be started soon.”
Whether the work pressure will
be lower than now in three to five
years, is a question on which Van
Ham has strong doubts. “I think it
would be unrealistic to assume that.
I’m not saying this with our own
institution in mind, but more with
a view to the increasing complexity
of the society in which we operate.
We’re not alone in that, though.
Just consider the changes for
municipalities and healthcare
institutions looming ever closer.
In the business community, too,
workers are continuously subjected
to greater pressure. That our work
pressure is high has everything to
do with our ambition to make the
very best of things.”
Personnel and Organization is the
pre-eminent service to put out its
feelers within the community.
And while on the one hand those
feelers say that the work pressure
is high, this does not automatically
imply that the stress of work is on
the increase. Nicole van der Wolk,
Director at DPO: “Work pressure
means that you have more work
than you can handle within the time
allotted. It may be due to insufficient
resources and is partly a matter of
experience and perception as well.
A certain degree of work pressure
is a good thing. You can go home
thinking that you have not finished
your work, but still feel satisfied
because it was useful. At any rate it
is a problem that we take seriously.
Stress of work - as the term
indicates - means you experience
too much pressure. And we are
not getting those signals. For one,
absenteeism due to illness is low.
The Bachelor College has brought
about a heavier workload for some
employees for a while. A change in
your environment that is difficult to
predict is always difficult. It started
on paper and we’ll have to find out
in practice how it works out for the
organization. More than anything,
we need to work in smarter ways,
for example at other hours. The role
of DPO is to pick up signals.”
The trade unions have monitored
the subject of work pressure more
actively in the past six months in
particular. Gerard Verhoogt, trade
union official of the Abvakabo FNV,
on behalf of the unions: “At Abvakabo
FNV we are getting our fair share of
complaints about that. That’s why
we have started a working party and
we have conducted a survey within
our union, to which more than fifty
employees responded and more
than three-quarters took the trouble
to explain their findings in more
detail.” It showed that 35 employees
think that the pressure of work has
increased over the past four years,
with 10 employees even saying that
they cannot manage that pressure
anymore. Six persons find it ‘busier
than it should be in my job’ and only
three employees experience hardly
any work pressure. Causes that are
mentioned include reorganizations,
more work for fewer people,
introduction of the Bachelor
College, bureaucracy and ICT
problems - or combinations of
these. The subject will probably
be discussed during a workshop
of the unions early next year.
“It is mostly
a gut feeling
that the work
pressure is
increasing”
The personnel party (PUR) monitors
whether the work pressure increases.
Chairwoman Rianne van Eerd:
“We are getting some signals here
and there, via the Departmental
Councils, among others, concerning
the budget advice and we see the
absenteeism figures. Those figures
are low, it is mostly a gut feeling that
the work pressure is increasing.
We can only act on it when things
are concrete. We have a ready ear
for signals, and when they are clear,
we do raise the matter with the
Executive Board. Who knows
whether certain things may emerge
from the Risk Assessment Analysis
at various departments where the
work pressure is included.”
By this she means a survey that
will be used in any case next year
during the Risk Assessment
Analysis at the Departments of BMT,
TN and ST, an initiative of the group
Arbo, Milieu, Veiligheid, Stralingsbescherming (Working Conditions,
Environment, Health, Radiation
Protection; AMVS) last year.
The survey includes questions
about work pressure and working
conditions. The idea is that this
questionnaire will be presented
every four years. A TU/e-wide
satisfaction survey has not been
held for a long time anymore.
Tiny Verbruggen, head of AMVS:
“That big bulk of information does
not really give us much to go by.
It’s better to do it per department or
service, as we are going to do now.
By keeping the same questions,
you can present the same list again
every four years and compare
things.” AMVS is especially
monitoring the physical health of
employees. You may think of RSI
prevention, a good work climate
and due adherence to safety and
environmental requirements.
If you want to look at the well-being
of individual employees, this will
soon take you to the medical officer
and the company social worker.
TU/e has two medical officers and
one company social worker who
have worked at TU/e since 2009
seconded by the Arbo Unie. In their
opinion, the number of ‘clients’
coming to see them has not
increased in the past few years.
In addition, TU/e has a relatively
low rate of absenteeism.
In the so-called Management Letter
of the Arbo Unie the TU/e figures
are recorded annually. Indeed, they
show that absenteeism due to
illness has dropped: from 2.6% in
2009 to 2.3% in 2013. The frequency
of employees reporting sick remained
stable at an average of 0.9 reports
per employee per year. At the
universities in the Netherlands
(figures VSNU) absenteeism during
that period dropped on average from
3.1% to 2.9%. In the Netherlands
the average (CBS figures) decreased
from 4.4% to 4.0%.
Medical officer Marjon van
Woudenberg about the low rate
of absenteeism at TU/e: “It is
known that employees who are
more highly educated tend to drop
out less easily. Scientific staff in
particular have more options for
arranging their everyday activities
than administrative and support
staff. Also, you see that absenteeism
among women is higher than among
men. That the university employs
a relatively high number of male
employees may be a factor as well.”
Further, it is noticed that absenteeism
within the services is about twice
as high as within the departments.
“This is due among other things
to the difference in arrangement
options, age structure and the male/
female ratio”, Van Woudenberg
explains.
Out of the TU/e employees
consulting the medical officer
between 2009 and 2013, some
3% of the sick reports and some
25% to 30% of the number of days
of absenteeism involved mental
problems. In 1% of the reports
and 9% of the number of days of
absenteeism this was to do with
psychosocial problems connected
with work, such as work pressure.
According to Van Woudenberg that
is not especially high or low in
comparison with other organizations
with a relatively high number of
more highly educated people.
“I just hope
it isn’t the
calm before
the storm”
In this respect TU/e is at odds with
the national trend. Two weeks ago
the program EenVandaag reported
that one in five employees in the
Netherlands is troubled by psychological complaints, such as stress,
burnout or depression and that
employees are at home, sick.
Marjon van Woudenberg: “Although
there is a feeling that the work
pressure at TU/e has increased,
we do not see that reflected in our
medical officer data. It should be
noted that we see a select group
Streamer
Special | 29
30 | Special
of employees. Not everybody who
has complaints reports sick or
consults us. I just hope it isn’t
the calm before the storm.”
The medical officer is consulted by
those employees who are ill for a
longer period or more frequently
and/or who have medical complaints.
Employees who are absent for more
than five days can expect to be called
by the absenteeism consultant of
the Arbo Unie, who asks them what
is wrong with them and when they
expect that they will have recovered.
If you are ill at home for more than
four weeks, you are called to appear
before the medical officer.
HR consultants and executives
can refer employees as well, and
employees can also come on their
own initiative. They may have
11 December 2014
complaints without having reported
sick.
The medical officer will first make
a ‘diagnosis’ on the basis of the
employee’s story. Van Woudenberg:
“The exact diagnosis is less
important really, for we need to
focus especially on how someone
can get better.” In case of complaints
related to stress Van Woudenberg
always checks how bad it is.
The follow-up steps depend on
the underlying cause. “In case of
over-exertion I can give tips and a
folder, for instance. I can refer them
to the company social worker or to a
psychologist when they really have
psychological issues.” The medical
officer distinguishes between three
stages that clients go through.
“The first few weeks somebody
has to accept that he or she has got
burnt out. Subsequently someone
can get better and look for the
potential causes. Finally we try to
find out what needs to be changed
and how somebody can get back to
work again.” The expert explains
that with burnt-out university
employees it takes some three
to six months before they can
resume their work again - longer
than average. “In many cases it has
taken them longer to report sick and
they need to be fitter before they
can pick up their work. For instance,
it will take shorter before a burnt-out
postman can deliver his letters again
than for a university employee to
present a lecture.” How long people
are at home and when they can
resume their work and for how
many hours is different for each
person. “That’s a tailor-made
decision. Usually I first ask them
to pick up something that has
been shelved a bit longer, as that
mostly involves less pressure.”
“People often
tax themselves
to the limit”
The HR consultant, medical officer
or executive can refer employees to
the company social worker. Marijk
van Lieshout has now worked in
that position at TU/e for five years,
which means that she is available
for ‘employees with psychosocial
problems that are related to their
jobs’. Van Lieshout: “That can be
very broad, ranging from employees with personal problems that
impede them from functioning
optimally
to employees who have problems
with their superiors.” She works
400 hours on an annual basis for
TU/e and in that period she sees
between 60 to 70 ‘clients’.
Van Lieshout: “Those with work
stress are generally people who
feel very responsible and are loyal.
If they don’t watch their limits
carefully, this regularly leads to a
lack of clarity towards other people.
In many cases they are perfectionists. They are often tired, sleep
badly, are frequently absent and
regularly suffer from physical and/
or psychological complaints. When
they really experience burnout,
their energy level has dropped
to such an extent that they feel
as if they are merely surviving.
They are just barely capable of
Special | 31
See for more news www.cursor.tue.nl/en
doing everything in a routine
manner. It only takes a very small
event to set them off emotionally.”
The company social worker sees
employees from every level pass by,
but does note that she often sees
PhD candidates. “Every occupational
group comes with its own specific
problems. With many PhD candidates you see that they have never
really had to contend with any
major setbacks in their academic
careers. Before starting on their
PhD they were always among the
best students. Occasionally foreign
PhD candidates need to get used
to the Dutch culture and during
our discussions we try to find out
what they need to relieve their
complaints of stress. Assistant and
associate professors see a lot of
things coming their way and often
need to combine the buildup of
their career with a young family.”
Firstly, Van Lieshout opens a
discussion with her clients. “It may
already be a great help when they
can tell me their story and feel that
their problems are being taken
seriously. Employees continue to be
responsible themselves for solving
their problems. I can listen to
clients, confront them with their
behavior and the consequences and
give them some tips and advice for
improving matters. We examine
what the employee finds to be a
problem and set a goal. It is
important first and foremost to see
how employees can get their energy
back and take control of their lives
again. I also advise everybody to
exercise more, which helps people
to feel less worked up. ‘Get out of
your house, but also get out of your
head: try not to worry while you are
exercising.”
In addition, she advises employees
to try and find out how they can get
things done at home and at work if
they reduce their efforts. “People
often tax themselves to the limit.”
Apart from getting more energy,
follow-up steps are considered as
well. This is done in a number of
follow-up talks, or if necessary
they are referred to the municipal
public health services. In any case
a clear action plan is set up.
If clients also want this, she
discusses matters with the
employees and their executives.
“Executives are often open to this.
Employees often have to learn to
delegate more, to make a better
planning and to give clearer signals
to others. They need to learn to say
‘no’ and make choices.” Another
recommendation: “Find out how
to recognize your physical signs.
If you exceed your limits too far,
your body will stop you short.
My message to everybody would be:
don’t wait too long to find help if
you experience problems.”
If the medical officers and the
company social workers notice that
they are seeing rather many clients
coming from a specific service,
department or research group of,
there is a good chance that they will
raise the alarm. This usually runs
via the HR officers. Both the medical
officer and the company social
worker are bound to professional
secrecy and will consequently never
give executives or HR officers
information about the clinical
picture. So clients do not need to
worry about any violation of privacy.
That is precisely why clients are
always asked whether they agree
to their data being entered into
the system that is shared by the
medical officer and the company
social worker.
What is burnout?
What exactly do we mean when we use the term
burnout? Evangelia Demerouti, Professor of Human
Performance Management (IE&IS) has taken a PhD
on this subject. “In the early 1990s it was assumed
that burnout was typical of people working within
the human services, think of healthcare workers and
teachers. My doctoral research showed that it applies
to every occupational group.” She explains that you
speak of burnout when ‘people cannot and will not
go on anymore’. “You are tired all the time and you
go to work reluctantly.”
Her research has proved that a combination of two
working conditions can cause burnout. On the one
hand you have the job demands. These may involve
the degree of complexity, the bureaucracy, demands
on your constitution, the working hours. “You may
have a situation when somebody has more work than
they can cope with within a specific period, but also
when the job is not challenging enough. If anything
is wrong in one or more of these items, the result
may be that the energy level drops and the feeling
of exhaustion increases”, Demerouti explains.
Evangelia Demerouti establishes that the pressure
of work at TU/e has increased significantly over
the past few years. “Especially since the advent of
the Bachelor College I’ve had a much busier agenda.
I give extra lectures and am bound more to a set
structure that limits my freedom. Things have become
more bureaucratic, and this is hardly counterbalanced
by work resources. I am not getting more support or
freedom to make decisions or more time to do my job.
I myself have given up doing certain things. I no longer
pimp my lectures the way I used to, for example.
It takes too much time to find cartoons or other jokes
and now I am pleased already when I have a good
presentation in any case. As executive I try to give
feedback and recognition and
set a good example. For instance, I don’t expect
employees to work over the weekend and I find it
important that they should use up their holidays. It is
up to an organization to structure the range of duties
in such a way that people can cope with them and to
provide work resources. Think of a course to refresh
and expand their knowledge. Employees can make
their jobs simpler or more challenging and ask their
superiors for feedback.”
The second decisive ingredient is formed by the
job resources. These include the degree of variety,
the autonomy, development opportunities, feedback,
responsibility and recognition. If these ‘resources’
are in order, the employee’s motivation and
commitment will be high. If there are too few of
these resources, employees will feel less committed
and may even go to work unwillingly.
If the job demands are too high and the work
resources too low, this can lead to a burnout.
Demerouti emphasizes that it is always a combination
of those two. The Job Demand-Resources Model she
has developed has meanwhile been taken over in
many places across the globe. In the Netherlands
it is used among others by the Rijksoverheid.nl.
Medical officers, company social
workers, Directors of services or
departments and HR officers
cooperate fully. If the work stress/
work pressure leads to absenteeism
due to illness, these signals end up
at the absenteeism consultants and
the medical officer/ company social
worker. From there there are lines
running to the management: every
six weeks consultations take place
between Directors of services or
departments, the medical officer
and the HR consultant and similarly
every six weeks between the head
of AMVS and the medical officer.
Thursday
11
TU/e
lab, campus
b
a
G
,
h
0
:2
0
December, 2
Eindhoven
a
Pecha Kuch
#15
dium for
is an open po12 speakers
It
’.
at
ch
t
hi
‘c
term for
seconds.
utes and 40
is a Japanish
by delirious
Pecha Kucha s that takes exactly 6 min Come and be surprised at make you
.
th
on
es
s
ti
ag
ta
gn
im
si
20
e de
presen
y by showing
ty and admir
tell their stor se yourself in pure beau
er
ideas, imm
jealous.
Entrance fee:
none
don’t
TU/e and Eindhoven so you
Cursor collects all events at
, and
nts
eve
ic
athletic and academ
have to. Symposiums, films,
notify
can
You
nl.
ue.
or.t
urs
w.c
at ww
to
parties: you can find them all
ail
em
an
d
sen
website, please
e
us of new events through our
her
will
ine
gaz
Ma
sor
Cur
do so.
[email protected] if you want to
ing happenings.
publish a selection of upcom
Maand
a
en woe g
,
nsdag dinsdag
20:00
dec
-2
De Zw 1:40h, filmh ember,
arte
uis
Aanm Doos, TU/ecampu
odder
s
fak
15
17
16
ker
17
Aanm
tot keuodderfakker
Neder zes komt in gaat over e
bestemlandse filmf zijn leven. en klaplope
‘one o pelde regisestival de b De film won r die maar n
e
f the 1
iet
0 direcseur Ten Ho langrijkste op het afgelo
kalver
rn als
tors to
p
Voerta
e
n
w
. Varie en
atch’.
ty
Entree al: Nederlan
kosten
d
: s tude s
n
andere ten 3,50 eu
ro
n 7,50
euro /
r,
ecembe
d
g
a
Woensd 00 uur,
3:
2
,
20:30
ldeman
i
W
e
D
café
oven
0, Eindh
1
t
k
r
a
M
17
&
schap
n
e
t
e
W
ie Quiz
g
o
l
o
n
Tech
Wedne
sd
12:40-1 ay
3:35 uu December,
r,
Auditor
ium, TU Blauwe Zaal,
/
e-camp
Islami
us
c Sta
15
Monday
, Tuesd
, Wednesda
and Thursda ay
y
y
December,
from 17.30h
, Sportcentr
e TU/e
ESSF Va
18
16
n Lint Stud
ents
sportweek
2
0
14
The ye
arly S
When you retudens sportweek is ab
anymore, b ad this, you can not su out to happen!
party afterwut you can always come bmit a team
and watch an
Every day te ards!
d
am
s
co
m
p
ete in all kin
Thinks footb
d
al
o
l,
f
vo
sp
lle
o
rts.
yball, twiste
‘knotbal’.
r, kano-polo
The slogan
and
th
is
year is ‘Men
there will be
vs
W
o
m
a party in th
en
Centre.
is theme in ’. Every night
the Sport
www.essf.n
l
cience!
er van stuurlijk
d
a
k
t
e
h
a
nen.
eman in
erland n
De Wild stad van Ned n 2 tot 5 perso
fé
a
c
in
a
fd
v
o
emaquiznologische ho ld voor teams
ciale th
e
Een spe die in de tech e quiz is bedo uizmasters.
Een quizg ontbreken. D avond bij de Q
niet ma ven kan op de
Inschrij
0.nl
ds
ederlan
bquiz04
www.pul evenement: Np.p.
Voertaa osten: 3 euro
Entreek
17
te, th
m in th e debate
e Neth
The con
erland
izing D flict on Islam
s
utc
in
on Isla
the Mid
and un h Muslims
dle
expert ity of our socieare alleged th East and rad
d
ty
r.
of the c Jan Jaap de . Islam and reats to the s icala
onflict
and cur Ruiter discus Arabic culture fety
s
r
e
e
n
s
t
th
societa
Event la
l issues e background
Entranc nguage: Eng
.
lish
e fee: n
one
17
Wednesday
December, 2
Gaslab, TU/
0:00-23:30h
e campus
,
D
e Kleine P
rijs van Ne
der
land
First round
Technical Unof THE one and only ban
and We are iversity. This evening dcompetition of the Ei
for you an o miles ahead. Completeamongst others Manat ndhoven
room left fo pportunity to discover with judges, decibel-dee Madness
r acts, so ge
n
ev
t in contact ew musical heroes. We ices and
with us: d.a
Entrance fee:
[email protected] still got
e.nl
none
0 uur,
ber, 19:30-22:3
m
ce
e
d
n
g
Zonda
t 10, Eindhove
rk
a
M
,
n
a
m
e
d
Café De Wil
28
iz
TOP2000 Qu
dio, muziek en
en, met veel aueen combinatie
ag
Vr
80
r!
be
muziekliefheb
op de avond, of
De quiz voor detop2000. Aanmelden kan Wildeman.
De
de
j
er
bi
rveerd
foto’s, ov
worden gerese
met diner kan
040.nl
www.pubquiz
3,00 euro
Entreekosten:
Download
Related flashcards

Business terms

50 cards

Free business software

44 cards

Labor

14 cards

Tverskoy District

24 cards

Cars of China

62 cards

Create Flashcards