Programma The Gents en Wishful Singing.indd

advertisement
de oosterpoort
kleine zaal | programma
dinsdag 22 april, 20.15 uur
the gents &
wishful singing
kings & queens
programma
The Gents
King Henry VIII (1491-1547)
Pastime with Good Company (The King’s Ballad)
Wishful Singing
Wishful Singing
Thomas Morley (1557-1602)
Ho! Who Comes Here?
John Wilbye (1574-1638)
Adieu, sweet Amarillis
Thomas Ravenscroft (1582-1635)
A round of three country dances in one
Alessandro Scarlatti (1660-1725)
Cor mio, deh non languire
The Gents en Wishful Singing
Henry Purcell (1659-1695)
They shall be as happy
Uit: ‘The fairy Queen’
The Gents
Morten Lauridsen (1943)
O Nata Lux
David Wikander (1884-1955)
Kung Liljekonvalje
Eric Whitacre (1970)
Lux Aurumque
The Gents en Wishful Singing
Nederlands Volkslied | Arr. Jetse Bremer
Merk toch hoe sterk
Ástor Piazzolla (1921-1992) | Arr. Néstor Zadoff
La muerte del angel
Pauze
The Gents
Joost Kleppe (1963)
Madrigals of the Flesh
Wishful Singing
Jetse Bremer (1959)
Shall I compare thee to a summer’s day
Uit: Sonnets, William Shakespeare
Frank Martin (1890-1974)
Ode
Frank Martin (1890-1974)
Sonnet
Zweedse Middeleeuwse ballade| Arr. Jenny Wilhelms
Herr Olof och havsfrun
L. Handman (1894-1956) | Arr. S. Jamison
Are you lonesome tonight
The Gents en Wishful Singing
Robert Pearsall (1795-1856)
Lay a garland
Elton John & Tim Rice | Arr. Jetse Bremer
I just can’t wait to be king
The Gents – a choir to watch
Vocaal ensemble The Gents is een voor
Nederland uniek gezelschap dat zich in
korte tijd een vooraanstaande plaats heeft
verworven binnen internationale muziekwereld. De groep jonge zangers wordt alom
geroemd vanwege de bijzondere klank, de
grote mate van flexibiliteit en de weergaloze interpretatie van het zeer uiteenlopende
vocale repertoire.
Of het nu gaat om religieuze muziek uit de
Renaissance, Romantische Engelse muziek,
arrangementen van eigentijdse jazz en popsongs of speciaal voor het ensemble gecomponeerd werk, de concerten van The Gents
zijn steevast een buitengewone belevenis.
De optredens kunnen dan ook rekenen op
een enthousiast publiek en lovende kritieken in de pers: American Records Guide: “
Their intonation, perfect unisono, sensitive
handeling of texts makes this an ensemble
to follow. Chanticleer has some real competition here” International Record Review:
“The Gents produce a highly polished, rich
and smooth sound, with impeccable intonation, articulation and ensemble”
De basis voor de kwaliteit en de professionaliteit van The Gents werd gelegd binnen
het Roder Jongenskoor. Dirigent Peter
Dijkstra bracht de groep in 1999 bij elkaar
en was artistiek leider en dirigent tot 2007.
Sindsdien is hij nog betrokken als vaste
gastdirigent. Na het vertrek van Peter Dijkstra was Maria van Nieukerken anderhalf jaar
artistiek leider van The Gents. Vanaf medio
2008 staan The Gents onder leiding van
dirigent Béni Csillag.
Ook internationaal worden de unieke kwaliteiten van The Gents gewaardeerd: Zo traden The Gents op in: Japan, Canada, Duitsland, Zweden, België, Engeland en Spanje. In
april 2005 waren The Gents op uitnodiging
van het ministerie van Buitenlandse zaken
in Japan, waar zij de Nederlandse dag op
de wereldtentoonstelling opluisterden.
Prins Willem Alexander en prinses Maxima
bevonden zich in het enthousiaste gehoor.
Vanwege het overweldigende succes gingen
The Gents in 2006 opnieuw op tournee
in Japan. In 2011 waren zij te beluisteren
in diverse concerten in het kader van het
internationale korenfestival ‘La Fabbrica del
Canto’ bij Milaan. In november 2012 namen
The Gents met veel succes deel aan het
aan het internationale festival Polyfollia in
Normandië. Kerst 2013 luisterden The Gents
op met een serie van acht concerten – Noel
d Europe – in samenwerking met de organisten Euwe en Sybolt de Jong. In de eerste
maanden van 2014 oogstte het programma
‘Heaven’ onder leiding van vaste gastdirigent Peter Dijkstra veel bewondering.
Bij Channel Classics zijn inmiddels zes CD’s
van The Gents verschenen. In november
2009 kwam ‘Sehnsucht’ met Duits Romantisch repertoire uit. In november 2011
namen The Gents een CD op met werken
van George Gershwin in samenwerking met
sopraan Johannette Zomer en het Haags
Saxofoonkwartet.
Counters
Rienk de Jong
Robert Kuizenga
Niec van der Meulen
Tenoren
Gerben Bos
Luigi Orsini
Dennis van der Veen
Wybo Vons
Baritons
Elbert de Jong
Geert Meijering
Eduard Walda
Bassen
Henk van Essen
Rolf Utermöhlen
Jeroen Vreugdenhil
Wishful Singing
Wishful Singing is female a cappella van
internationaal topniveau. De vijf jonge
zangeressen zingen repertoire uit alle
windstreken. Of het nu gaat om een ingetogen werk uit de Renaissance of om een
swingende bewerking van een popklassieker, altijd overtuigt Wishful Singing door
haar krachtige expressie en volmaakte
balans. Met hun prachtige stemmen,
gezamenlijk komisch talent en gevoel
voor theater weten zij avond na avond het
publiek voor zich te winnen.
De zangeressen kennen elkaar uit de tijd
dat zij samen zongen in het Nationaal
Jeugdkoor. Zij besloten hun muzikale
krachten te bundelen en hebben zich
vanaf dat moment ingezet voor de acappellamuziek. Wishful Singing won in
2009 het 23e Nederlands Festival voor
Vocale Ensembles en werd datzelfde jaar
publiekswinnaar van de actie ‘Cultuurtalent gezocht’ van Nederland 2. Internationaal succes volgde kort daarop tijdens
de Tolosa Choral Contest in Spanje in
november 2009. Mei 2010 werd Wishful
Singing publiekswinnaar van de International A Cappella Contest in Leipzig,
Duitsland. Het ensemble treedt op in de
grote Nederlandse zalen, waaronder het
Concertgebouw, de Oosterpoort en de
Philharmonie, en geeft jaarlijks concerten
op buitenlandse podia en festivals, o.a. in
Japan, Engeland, Estland en Spanje. Ook
reist het ensemble regelmatig af naar
Duitsland voor het geven van één of meer
concerten. Wishful Singing is geregeld
live te beluisteren op radio en televisie.
Daarnaast nam het verschillende cd’s op:
in november 2010 verscheen het debuutalbum “New Blue” bij de Dutch Record
Company en in 2012 lanceerde Wishful
Singing na een succesvolle crowdfundingsactie de Wishful Christmas Card, een
kerstkaart met een kerst-cd erin. Wishful
Singing deelt haar expertise en musiceervreugde graag met anderen. Het ensemble geeft regelmatig workshops aan koren
en ensembles. Wishful Singing bezoekt
scholen in het hele land en ontwikkelt
momenteel een meerjarig educatietraject
voor het basisonderwijs.
eerste sopraan
Anne-Christine Wemekamp
tweede sopraan
Maria Goetze
mezzosopraan
Marjolein Verburg
eerste alt
Annemiek van der Ven
tweede alt
Marjolein Stots
Béni Csillag – dirigent
Béni Csillag (1976) begon zijn muzikale
opleiding op 6 jarige leeftijd met vioollessen. Na verschillende instrumenten
bespeeld te hebben, begon hij in 1995
aan zijn studie koor-en orkestdirectie aan
de Liszt Ferenc Academie in Boedapest.
Naast deze hoofdvakken studeerde Béni
tevens muziektheorie en schoolmuziek. In
2001 rondde hij zijn studie af.
Tijdens zijn studie leidde hij onder andere
de opera afdeling met producties van
Monteverdi (L’incoronazione di Poppea)
en Mozart ( Le Nozze di Figaro). Tevens
was hij assistent van Peter Oberfrank
waarmee hij samen Puccini’s Il Trittico
met het Nationaal Theater in Szeged
deed.
In 2003 was Béni Csillag geselecteerd
voor de Eric Ericson Masterclass in
Haarlem. Deze stond onder leiding van
Hartmut Haenchen en Uwe Gronostay.
Een week lang werkte Béni met het
Nederlands Kamerkoor en het Groot
Omroepkoor. In juni 2007 werd hij opnieuw geselecteerd, deze keer waren de
docenten Simon Halsey en Robert Sund.
In 2004 assisteerde hij Tonu Kaljuste in
Vigevano (Italie) met het World Chamber
Choir, een vertakking van het World Youth
Choir, waarin Béni jarenlang als zanger
heeft gefungeerd. Sinds september 2005
woont Béni Csillag in Nederland. Hij
studeerde koordirectie aan het Koninklijk
Conservatorium bij Jos van Veldhoven en
Jos Vermunt. In september 2008 behaalde
hij hier Cum Laude het Master-diploma.
Hij is artistiek leider van The Gents, het
Nieuw Nederlands Vocaal Ensemble en
het Philips’ Philharmonisch Koor in Eindhoven. Béni is regelmatig gastdirigent
bij het Leids Projectkoor, hij heeft eind
2012 vijf kerstconcerten gegeven met het
Nederlands Kamerkoor en begin 2013 als
repetitor gewerkt in Hilversum met het
Groot Omroepkoor.
King Henry VIII
Pastime with Good Company
(The King’s Ballad)
Pastime with good company
I love and shall until I die;
Gruch who lust, but none deny,
So God be pleas’d, thus live will I.
For my pastance,
Hunt sing and dance;
My heart is set
All goodly sport
For my comfort;
Who shall me let?
Youth must have some dalliance,
Of good or ill some pastance;
Company me thinks then best
All thoughts and fancies to digest;
For idleness
Is chief mistress
Of vices all.
Then who can say
But mirth and play
Is best of all?
Company with honesty
Is virtue, vices to flee:
Company is good and ill
But every man hath his free will.
The best ensue,
The worst eschew,
My mind shall be:
Virtue to use,
Vice to refuse,
Thus shall I use me.
Thomas Morley
Ho! Who Comes Here?
Ho! Who comes here all along with
bagpiping and drumming?
O ‘tis the Morris dance I see a coming.
Come ladies out, come quickly!
And see about how trim they dance and
trickly.
Hey! There again! How the bells they
shake it!
Now for our town once more and take it!
Soft awhile, not away so fast! They melt
them.
Piper! What Piper ho! Who calls?
Be hanged, knave! See’st thou not the
dancers how they swelt them?
Out there, out awhile! You come, I say, in.
There give the hobby-horse more room to
play in!
John Wilbye
Adieu, sweet Amarillis
Adieu, sweet Amaryllis!
For since to part your will is;
O heavy tiding,
Here is for me no biding,
Yet once again,
Ere that I part with you,
Amaryllis, Amaryllis, sweet adieu!
Thomas Ravenscroft
A round of three country dances in one
Sing after fellows as you hear me,
A toy that seldom is seena;
Three country dances in one to be,
A pretty conceit as I weena!
Robin Hood, Robin Hood, said Little John,
Come dance before the Queena!
In a red petticoat and a green jacket,
A white hose and a greena!
Now foot it as I do, Tom boy Tom,
Now foot it as I do swithena!
And hick thou must trick it all alone,
Till Robin come leaping in between, ah!
The cramp is in my purse full sore,
No money will bide there ina!
And if I had some solve therefore,
O lightly then would I sing, ah!
Hey ho, the crampa!
I would die that you might live.
Oh live! for death, alas, is culpable
when other lives depend upon your own.
Henry Purcell
They shall be as happy
They shall be as happy as they’re fair;
Love shall fill all the places of care;
And every time the sun shall display
His rising light,
It shall be to them a new wedding-day;
And when he sets, a new nuptial night.
Morten Lauridsen
O Nata Lux
O nata lux de lumine,
Jesu redemptor saeculi
dignare clemens supplicum
laudes preces que sumere.
Qui carne quondam contegi
dignatus es pro perditis.
Alessandro Scarlatti
Cor mio, deh non languire
Nos membra confer effici,
tui beati corporis.
Cor mio, deh non languire,
Chè fai teco languir l’anima mia.
Odi i caldi sospiri
A te gl’invia la pietat’e ‘l desire.
O, uit licht geboren licht,
Jezus, redder van de wereld,
Verwaardig u de lof en de gebeden
van uw smekelingen te aanvaarden.
Die eens u hebt verwaardigd
met het vlees bedekt te worden
voor diegenen die verloren waren.
Sta ons toe, ledematen te worden
van uw zalig lichaam.
S’io ti potessi dar morendo aita,
Morrei, per darti vita.
Ma vivi, ohimé, ché ingiustamente more,
Chi vivo tien nell’ altrui petto il core.
Dear heart, I prithee, do not waste away,
for my soul would waste away with you.
Hear my urgent sighs
They come to you borne by pity and by
tender longing.
If my death could bring relief to you,
David Wikander
Kung Liljekonvalje
Kung Liljekonvalje av dungen,
kung Liljekonvalje är vit som snö,
nu sörjer unga kungen
prinsessan Liljekonvaljemö.
Kung Liljekonvalje han sänker
sitt sorgsna huvud så tungt och vekt,
och silverhjälmen blänker
i sommarskymningen blekt.
Kring bårens spindelvävar
från rökelsekaren med blomsterstoft
en virak sakta svävar,
all skogen är full av doft.
Från björkens gungande krona,
från vindens vaggande gröna hus
små sorgevisor tona,
all skogen är uppfylld av sus.
Det susar ett bud genom dälden
om kungssorg bland viskande blad,
i skogens vida välden
från liljekonvaljernas huvudstad.
King Lily-of-the-Valley from the grove,
King Lily-of-the-Valley is as white as snow,
now the young king mourns
over Princess Lily-of-the-Valley-Maiden.
King Lily-of-the-Valley, he lowers
his sad head so heavy and weak;
and the silver helmet shines
in the pale summer twilight.
Around the bier, a spider weaves
from the “incense place” with floral scent
an incense [that] slowly flows;
the entire forest is full of fragrance.
From the birch’s rocking crown,
from the wind’s waving green house
small songs of sorrow sound;
the entire forest is filled up with whistling.
A message is whispered through the valley
about a king’s sorrow among whispering
leaves,
in the wide kingdoms of the forest,
from the capital of the Lilies-of-the-Valley.
Eric Whitacre
Lux Aurumque
Lux,
calida gravisque pura velut aurum
et canunt angeli molliter
modo natum.
Light,
warm and heavy as pure gold
and the angels sing softly
to the new-born baby.
Nederlands Volkslied
Merk toch hoe sterk
Merk toch hoe sterk nu in ‘t werk zich al
stelt
Die t’allen tij zo ons vrijheid heeft
bestreden.
Ziet hoe hij slaaft, graaft en draaft met
geweld
Om onze goed en ons bloed en onze
steden.
Hoor de Spaanse trommels slaan.
Hoor Maraans trompetten.
Zie hoe komt hij trekken aan.
Bergen te bezetten
Berg op Zoom, houd u vroom,
stut de Spaanse scharen
Laat ‘s lands boom en zijn stroom
trouw’lijk toch bewaren
‘t Moedige, bloedige, woedige zwaard
Blonk en het klonk dat de vonken daaruit
vlogen.
Beving en leving, opgeving der aard
Wonder gedonder nu onder was, nu
boven.
Door al ‘t mijnen en geschut
dat men daaglijks hoorde
menig Spanjaard in zijn hut
in zijn bloed versmoorde
Berg op Zoom, houd u vroom,
‘t Stut de Spaanse scharen
‘t Heeft ‘s lands boom en zijn stroom
trouwlijk doen bewaren.
Die van Oranje kwam Spanje aan boord
Om uit het veld als een held ‘t geweld te
keren.
Maar al zodra Spinola ‘t heeft gehoord
Trekt hij floks heen op de been met al zijn
heren.
Cordua kruit spoedig voort,
zag daar niet te winnen
Don Velasco riep gestoord
‘t vlas was niet te spinnen!
Berg op Zoom, houd zich vroom,
‘t stut de Spaanse scharen
‘t Heeft ‘s lands boom en zijn stroom
trouwlijk doen bewaren
Ástor Piazzolla
La muerte del angel
Geen tekst
Joost Kleppe
Madrigals of the Flesh
Speckled with stars
Speckled with stars and flowing with milk
the summer night begins to spill.
Bitten by insects she was naked for them,
bitten by terrible unknown winds,
all bites and wounds.
She gave her blood without measuring it.
Sea salt
He is leaning against the branches
of the plum tree.
His beardless face is touched with brine
for he is a sailor, though so young.
On shore he is always amongst trees and
roses,
yet the brine does not come of his skin.
Only kisses will remove it,
someone told him.
But then, what good are kisses, after all?
For when he is at sea
the brine will envelope his face and lips
again,
The brine is in love also with his skin.
(It is rough on the surface of skin.)
She lay between his armpits
She lay between his armpits hoping to get
a rise out of him,
the hair on his navel alone drove her mad.
She bit him as he
slumbered, and he did not awaken. I must
have what’s resting so calm
between your legs. She put her finest
sharpest teeth on it, he
awoke and cried, blood flowed freely, she
sighed, he moaned,
he yelled and she screamed, they panted
like old trains going
full speed, they hollered, yelped, tore
sheets, curtains, mashed
boxes, overturned bureaux, broke
bedboards, turned over
bedsprings, lay on carpets, ripped open
the cedar chest, banged
on the floor, jumped to the ceiling.
Jetse Bremer
Shall I compare thee to a summer’s day
Two babies were made before they let
loose one of the other.
But thy eternal summer shall not fade,
Nor lose possession of that fair thou
ow’st,
Nor shall death brag thou wander’st in his
shade,
I have told you your hands are salt
I have seen your hands asleep
the veins are talking to me as you lie
your hands are white as salt
they invite the lips and even the teeth
the salt-white hands that lie on the quilt
command a terrible kiss.
From rivers, from the earth itself
From rivers, and from the earth itself
clouds and steam arise
like the breath of the lovers.
Sounds pass through walls
and spread through closed mansions.
Stiff cold penetrates to the bone.
Rising on his elbow, the younger boy
Rolls back his foreskin
as he would his eyelid,
revealing the corona glandis
to his rapt companion.
The moon is after all a nocturnal sun.
Shall I compare thee to a summer’s day?
Thou art more lovely and more temperate.
Rough winds do shake the darling buds of
May,
And summer’s lease hath all too short a
date.
Sometime too hot the eye of heaven
shines,
And often is his gold complexion dimmed;
And every fair from fair sometime declines,
By chance, or nature’s changing course,
untrimmed;
When in eternal lines to Time thou
grow’st.
So long as men can breathe, or eyes can
see,
So long lives this, and this gives life to
thee.
Frank Martin
Ode
Les épis sont à Cérès,
Aux dieux bouquins les forêts,
A Chlore l’herbe nouvelle,
A Phébus le vert laurier,
A Minerve l’olivier,
Et le beau pin à Cybèle:
Aux Zéphyres le doux bruit,
A Pomone le doux fruit,
L’onde aux Nymphes est sacrée,
A Flore les belles fleurs:
Mais les soucis et les pleurs
Sont sacrés à Cythèrée.
De aren zijn voor Ceres,
Voor de (capripedes) de bossen,
Voor Chlorus het jonge gras,
Voor Phebus de groene laurier,
Voor Minerva de olijfboom,
En de mooie den voor Cybèle:
Voor Zephyres het zachte geluid,
Voor Pomone het zoete fruit,
De golven zijn gewijd aan de nymfen,
Voor Flora de mooie bloemen:
Maar de goudsbloemen (zorgen) en de
tranen zijn gewijd aan Cytherea.
Frank Martin
Sonnet
Je vous envoye un bouquet que ma main
Vient de cueillir de ces fleurs épanies:
Qui ne les eût à ce vêpre cueillies,
Chutes à terre elles fussent demain.
Cela vous soit un exemple certain,
Que vos beautés bien qu’elles soient
fleuries.
Dans peu de temps seront toutes flétries,
Et, comme fleurs, periront tout soudain.
Le temps s’en va, le temps s’en va, Madame;
Las, le temps non, mais nous nous en allons,
Et tôt serons étendus sous la lame,
Et les amours desquelles nous parlons,
Quand serons morts, n’en sera plus nouvelle:
Pour ce aimez-moi cependant qu’êtes
belle.
Ik stuur u een boeket met eigen hand
Geschikt uit deze vol-ontloken bloemen:
Had ik ze niet geplukt, dan zou ‘k ze doemen
Tot morgen reeds verlept te staan op ‘t land.
Laat dit u tot een voorbeeld strekken, want
Uw schoonheden die men nu zo hoort roemen
En die veel nijvere bijen nu doen zoemen
Verwelken vlug en sneven in het zand.
De tijd verglijdt, de tijd verglijdt, mijn vrouwe,
Ach! Niet de tijd verglijdt, maar wij vergaan:
Dra liggen wij in ‘t graf, in marmeren klauwen,
Dan wordt van liefdestaal niets meer verstaan:
Niemand die dan nog iets om de liefde geeft,
Bemin mij daarom toch nu u nog leeft.
Zweedse Middeleeuwse ballade
Herr Olof och havsfrun
Herr Olof han sadlar sin gångare grå
han rider den till havsfruns gård
Herr Olof han red och guldsadeln flöt
han sjunker i havsfruns sjöt.
Välkommen, välkommen herr Olof till mig
i femton år har jag väntat på dig
var är du födder och var är du buren
var haver du dina hovkläder skuren.
På Konungens gård är jag födder och
buren
där haver jag mina hovkläder skuren
där har jag fader och där har jag mor
och där har jag syster och bror.
Men var har du åker och var har du äng
och var står uppbäddad din brudesäng
var haver du din fästemö
med henne vill leva och dö.
Jo där har jag åker och där har jag äng
och där står uppbäddad min brudesäng
där har jag också min fästemö
med henne vill leva och dö.
Men kom riddar Olof och följ med mej in
jag bjuder dej det klaraste vin
var är du födder och var är du buren
var haver du dina hovkläder skuren.
Jo här är jag födder och här är jag buren
och här haver jag mina hovkläder skuren
här har jag fader och här har jag mor
här har jag syster och bror.
Men var har du åker och var har du äng
och var står uppbäddad din brudesäng
var haver du din fästemö
med henne vill leva och dö.
Jo här har jag åker och här har jag äng
och här står uppbäddad min brudesäng
Här har jag också min fästemö
Med dej vill jag leva och dö.
Herr Olof has saddled his good grey mare,
And off he has ridden to the mermaid’s lair.
His saddle of gold floated high on the waves
And down sank Herr Olof to the mermaid’s
embrace.
“O welcome, Herr Olof, and welcome to me!
Full fifteen years I have waited for thee.
“Where were you born, and where you raised,
And where were your courtly garments
made?”
“Twas in the king’s castle I was born and
raised,
And it’s there that my courtly garments were
made.
“There lives my father, there lives my mother,
And there live my sister and brother.”
“But where are your fields and where are your
lands,
And where in the world does your bridal bed
stand?
“Where in the world does your true love lie,
With whom you will live and die?”
“There are my fields and there are my lands,
And there is the place where my bridal bed
stands.
“There is the place where my true love does
lie,
With whom I have sworn to live and to die.”
“Come in now, Herr Olof, sit down by me
here,
And drink from my goblet of wine so clear.
“Now where were you born, and where were
you raised,
And where were your courtly garments made?
“Here I was born, and here I was raised,
And here is where my courtly garments were
made.
“Here lives my father, and here lives my
mother,
And here are my sister and brother.”
“But where are your fields and where are your
lands,
And where in the world does your bridal bed
stand?
“Where in the world does your true love lie,
With whom you will live and die?”
“Here are my fields and here are my lands.
Here is the place where my bridal bed stands.
“Here is the place where my true love does lie,
With you I will live and with you I will die.”
L. Handman
Are you lonesome tonight
Tonight I’m downhearted, for though we
have parted,
I love you and I always will;
And while I’m so lonely, I’m writing you
only
To see if you care for me still.
Are you lonesome tonight? Do you miss
me tonight?
Are you sorry we drifted apart?
Does your memory stray to a bright summer day
When I kissed you and called you sweetheart?
Do the chairs in the parlor seem empty
and bare?
Do you gaze at your doorstep and picture
me there?
Does your heart fill with pain? Shall I
come back again?
Tell me, dear: are you lonesome tonight?
Robert Pearsall
Lay a garland
Lay a garland on her hearse
of dismal yew.
Maidens, willow branches wear,
say she died true.
Her love was false, but she was firm
Upon her buried body lie
lightly, thou gentle earth.
Elton John & Tim Rice
I just can’t wait to be king
I’m gonna be a mighty king
So enemies beware!
Well, I’ve never seen a king of beasts
With quite so little hair.
I’m gonna be the mane event
Like no king was before.
I’m brushing up on looking down,
I’m working on my roar.
Thus far, a rather uninspiring thing
Oh, I just can’t wait to be king!
No one saying do this
No one saying be there
No one saying stop that
No one saying see here
Free to run around all day
Free to do it all my way!
I think it’s time that you and I
Arranged a heart to heart
Kings don’t need advice
From little hornbills for a start
If this is where the monarchy is headed
Count me out!
Out of service, out of Africa
I wouldn’t hang about
This child is getting wildly out of wing
Oh, I just can’t wait to be king!
Everybody look left
Everybody look right
Everywhere you look I’m
Standing in the spotlight!
Not yet!
Let every creature go for broke and sing
Let’s hear it in the herd and on the wing
It’s gonna be King Simba’s finest fling
Oh, I just can’t wait to be king!
Download
Related flashcards

William Shakespeare

32 cards

Create Flashcards