Economie van de
Managementwetenschappen
College 3: Markten
9-9-2024
Jan Verhoeckx
AFGELOPEN COLLEGE
• Trade & exchange faciliteren specialisatie
• Via absolute & comparatieve voordelen gemiddelde producitviteit
• Dit kan enkel bij goed werkende markten
• Vraag & aanbod Evenwicht & welvaart
VRAAG
• We kijken naar de totale vraag op één markt
één homogeen goed
• Vraag = totaal aan “ willingsness to pay”
van kopers (bij een bepaalde prijs)
• Individuele “willingness to pay” = individuele
marginale opbrengsten
• Law of demand: Ceteris paribus, de
“gevraagde hoeveelheid” van een goed neemt
af als de prijs stijgt (en vice versa).
• Dit kan waar zijn voor een individu, maar is
meer van toepassing op de gehele markt.
• “Law of Diminishing Marginal Utility”
VRAAGCURVE & VERANDERING
1:
2: Verandering
gevraagde
vraag
hoeveelheid
• Verandering in de de gevraagde hoeveelheid (1)
versus een verandering in vraag (2)
•
Verschuiving over de vraagcurve (1) versus een
verschuiving van de vraagcurve (2)
•
Verandert de vraag door een prijsverandering (1)
of onafhankelijk van een prijsverandering? (2)
ELASTICITEIT
• Hoe gevoelig is de vraag voor een prijsverandering?
• Gevoelig Prijs elastisch goed
• Niet gevoelig Prijs inelastisch goed
elastisch
inlastisch
VERANDERING VRAAG
•
De gehele vraagcurve verschuift als er een verandering in de vraag is,
die onafhankelijk van de prijs is.
•
Prijzen van gerelateerde goederen
•
•
•
Inkomen
•
•
•
Substitutie goederen
Complementaire goederen
Normal goods
Inferior goods
Voorkeuren
•
Smaak, mode, reclame etc
•
De grootte van de bevolking
•
Verwachtingen over de toekomst(ige prijzen)
AANBOD
•
Het totale aanbod van een homogeen goed op een markt.
•
Aanbod = totaal van “ willingness to accept” van individuele
verkopers (bij een bepaalde prijs)
•
Individuele “ willingness to accept” = marginale kosten
•
Ook hier: verandering aangeboden hoeveelheid (1) versus
verandering van aanbod (2)
•
Law of supply: Ceteris paribus, de “aangeboden hoeveelheid”
van een goed neemt toe als de prijs stijgt (en vice versa).
•
Waarom eigenlijk?
WAAROM DE POSITIEVE RELATIE?
DIGITALE ECONOMIE?
VERANDERING VAN AANBOD
Verandering van aanbod zonder een prijsverandering verschuiving van de aanbod curve:
•
Winstgevendheid alternatieve producten
•
Technologie/productiviteit
•
Hoeveelheid aanbieders
•
Belastingen en subsidies
•
De prijzen van productiemiddelen
•
Verwachtingen over de toekomst(ige prijzen)
HET EVENWICHT
Price (dollars)
20
S>D = Surplus
S
D>S = Shortage
D
15
10
5
0
0
50
100
150
200
Quantity
11
DE MARKT & VERANDERING VRAAG
• Nu stijgen de (reële) inkomens Meer vraag bij zelfde prijs
• Nieuw evenwicht: Hogere prijs & hogere hoeveelheid
Price (dollars)
20
S
15
10
5
D
0
0
50
100
Quantity
150
200
DE MARKT & VERANDERING AANBOD
• Nu stijgen de energiekosten Minder aanbod bij zelfde prijs
• Nieuw evenwicht: Hogere prijs & kleinere hoeveelheid
Price (dollars)
20
S
15
10
5
D
0
0
50
100
Quantity
150
200
EVENWICHT & WELVAART
•
•
In het evenwicht kan iedereen die meer “waarde”
(nut/utility) ontleent aan het goed dan de marktprijs
(=marginale kosten) het goed kopen.
In het evenwicht kan iedereen die lagere (marginale)
“kosten” heeft voor de productie van het goed dan de
marktprijs (=marginale opbrengst) het goed
verkopen.
Welvaart:
•
•
Consumenten surplus=het verschil tussen de prijs
die mensen bereid zijn te betalen en de marktprijs.
Producenten surplus=het verschil tussen de prijs
waarvoor bedrijven bereid zijn te verkopen en de
marktprijs.
20
Price (dollars)
•
S
15
10
5
D
0
0
50
100
Quantity
150
200
EVENWICHT & WELVAART
Price (dollars)
20
S
15
Consumenten
Surplus
10
Producenten
Surplus
5
D
0
0
50
100
150
200
Quantity
15
OVERHEIDSINTERVENTIE
•
•
•
Overheden kunnen om verschillende redenen ervoor kiezen te intervenieren in een markt:
•
Overheidsinkomsten (belastingen)
•
Politiek & beleid
•
Ongelijkheid (herverdeling)
•
Externaliteiten & marktfalen
Overheidsingrijpen:
•
Price controls
•
Belastingen & subsidies
Uitkomst:
•
Herverdeling surplus
•
Welvaartverlies = deadweight loss
PRICE CONTROLS: PRIJSPLAFOND
PRICE CONTROLS: PRIJSPLAFOND & WELVAART
PRICE CONTROLS: PRIJSVLOER
PRICE CONTROLS: PRIJSVLOER & WELVAART
BELASTING
Prijs consumenten
Hoogte belasting
Prijs producenten
BELASTING & WELVAART
CS
PS
BELASTING & WELVAART
CS
PS
BELASTING & WELVAART
CS
Overheids
surplus
PS
DWL
GROOTTE DEADWEIGHT LOSS
•
De grootte van het “deadweight loss” hangt af van:
•
Hoe sterk aanbod reageert op prijzen
•
Hoe sterk vraag reageert op prijzen
•
Oftewel: Elasticiteit!
•
Hoe groter de prijselasticiteit van vraag en/of aanbod:
•
Hoe groter het verschil in evenwichtshoeveelheid
•
Hoe groter het welvaartsverlies Deadweight loss
ELASTICITEIT & BELASTING
Price
Price
Supply
Supply
Size of tax
Size
of
tax
Demand
Demand
0
Quantity
0
Quantity
SUBSIDIES
• Belastingen creëren een welvaartverlies omdat de markt niet meer haar optimale punt
bereikt.
• Hetzelfde geldt voor subsidies
• Individuele keuzes = (private) waarde consumptie – (private) kosten consumptie
• Welvaart = (totale) waarde consumptie – (totale) kosten consumptie
• Subsidie: deel kosten consumptie verschuiven van privaat naar publiek
• Dit zorgt voor welvaartverlies als mensen iets consumeren waarvan de waarde wel
boven de private kosten ligt, maar niet boven de totale kosten
SUBSIDIES
P0
B
P1
Q1
Market supply with subsidy
SUBSIDIES & WELVAART
Prijs producenten
P0
Hoogte subsidie
DWL
B
P1
Prijs consumenten
Q1
Market supply with subsidy
SUBSIDIES: VISUELE UITLEG DEADWEIGHT LOSS
P0
B
P1
Q1
Market supply with subsidy
MARKTFALEN
• Het economisch probleem wordt ‘opgelost’ door de markt
• Prijzen coördineren de keuzes van individuele deelnemers prijzen bevatten (alle)
relevante informatie meest efficiënte oplossing
• In alle situaties waarin de “ vrije” markt (oftewel prijzen) niet voor een optimale allocatie
zorgt Marktfalen
• Verschillende soorten/oorzaken marktfalen, bijvoorbeeld:
• Niet goed functionerende markten (bv te weinig concurrentie)
• Type product/dienst, eigendomsrechten niet duidelijk (externe effecten)
• Gemeenschappelijk:
•
Informatie prijzen bevatten niet alle relevante informatie
•
Prikkels mismatch tussen eigenbelang en collectief belang
MARKTMACHT
•
Wanneer actoren invloed hebben op de prijs is er sprake van marktmacht
•
Dit leidt tot een prijs die niet gelijk is aan de marginale kosten van productie marktfalen
•
Dit kan zowel aan de vraagzijde als aan de aanbodzijde optreden
MARKTMACHT
•
Marktmacht leidt tot een welvaartverlies
•
Dit welvaartverlies is groter naarmate de prijselasticiteit lager is
•
Eén van de belangrijkste oorzaken van marktmacht komt van “barriers to entry”
•
Minimum Efficiency Scale
•
Economies of scale
•
Economies of scope
•
Kapitaal
•
R&D
•
Netwerk effecten en natuurlijke monopolies
•
Gemeenschappelijk: afnemende marginale kosten bij hogere output
TYPE GOEDEREN
•
Zijn goederen “uitsluitbaar”?
•
Zijn goederen “rivaliserend”?
Type goederen:
•
Private goederen (uitsluitbaar & rivaliserend)
•
Publieke goederen (niet uitsluitbaar & niet rivaliserend)
•
Common goods (rivaliserend maar niet uitsluitbaar)
Publieke goederen & Common goods:
•
Geen “prijs”
•
Hierdoor te hoge of lage consumptie/investering
PUBLIEKE GOEDEREN
•
•
•
Free-rider probleem:
•
Iedereen heeft een prikkel om niet mee te betalen
•
Hierdoor “sociaal inefficiënte” uitkomst
•
Als je het aan de markt zou overlaten, zouden deze goederen niet (of onvoldoende) worden geleverd
Belangrijke publieke goederen:
•
Defensie/veiligheid
•
infrastructuur
•
Fundamenteel onderzoek
Kan enkel via verplichte belastingen:
•
Belasting heeft ook een free-rider probleem
PUBLIEK GOED?
PUBLIEKE GOEDEREN?
OPTIMALE HOEVEELHEID?
• Als de (sociale) baten van een publiek goed groter zijn dan de (sociale) kosten,
dient de overheid dit goed te leveren (opofferingskosten?).
– Maar dan moet de overheid in staat zijn de kosten & baten in te schatten.
• Dit is geen makkelijke taak:
– Op markten prijzen om “waarde” te bepalen (“revealed preference”).
– Voor publieke goederen onbekend overheden voeren beleid op kosten
– Hierdoor efficiënte hoeveelheid niet/moeilijk te bepalen.
OPTIMAAL AANBOD PUBLIEK GOED
MSB
Optimal public good
provision
MC