Laten liggen – Niet op schrijven – opgave verschijnt ook op Toledo
Oefening 3 Doorsnede - Doorboring
50
70
boven
180
40
Het voorwerp in figuur 1 bestaat uit twee cilinders, één met diameter Ø80 mm en één met diameter Ø70 mm, die een
geheel vormen. Hun omwentelingsassen snijden elkaar loodrecht. De cilinder Ø80 is 80 mm lang. De cilinder Ø70 is 90
mm lang. Met diameter Ø60 mm wordt geboord, volledig door de cilinder Ø70. Met diameter Ø50 mm wordt geboord tot
in het boorgat Ø60, zodat instromend water naar boven en naar onder kan wegvloeien. Een verzinking (appendix 2, fig.
12) “Ø70, diepte 5” wordt gefreesd, enkel aan de rechterkant van de cilinder Ø80.
Bladschikking:
Neem een blad ruitjespapier. Leg de langste zijde van het blad verticaal.
Teken in potlood op het blad ruitjespapier.
Op figuur 1 is het punt A aangeduid. Figuur 2 geeft de bladschikking voor het punt A. De twee maten 40 en 55 meet
je vanaf de rand van het blad en je verkrijgt bij benadering de ligging van het vooraanzicht A” van A, je legt namelijk
A” op een roosterpunt. Het bovenaanzicht A’ en het rechterzijaanzicht A”’ moeten ook op een roosterpunt liggen.
Aanzichten en doorsneden
Teken volgens de Europese projectiemethode:
het vooraanzicht in “halve doorsnede – half aanzicht” (appendix 5, §5.5), het snijvlak voor de doorsnede bevat de
omwentelingsassen van de cilinders Ø70 en Ø80, neem een horizontale scheidingslijn (doorsnede staat boven
deze lijn, het aanzicht onder);
het rechterzijaanzicht;
het bovenaanzicht in doorsnede, het snijvlak bevat de omwentelingsas van de cilinder Ø80.
Figuur 1 definieert voor, boven, rechts. Teken het voorwerp in ware grootte, zonder verborgen ribben en omtrekken.
Snijding van cilinders.
Het samenvoegen van de cilinders Ø70 en Ø80 en het boren van
A"' 100
de gaten Ø60 en Ø50 leiden tot “snijding van twee cilinders”.
A"
De bijbehorende doorboringskrommen worden bepaald via
hulpvlakken.
Teken telkens minstens 1 hulpvlak, zie fig. 3 van appendix 8.
Teken telkens de 2 uiterste nuttige standen der hulpvlakken.
55
Laat constructielijnen staan in potlood, niet weggommen.
A'
Afwerking
Zet op het ruitjespapier de aanzichten en de doorsneden in inkt.
Figuur 2
Steeklijnen, arceringen zet je ook in inkt.
80
Al het inktwerk mag uit de losse hand, ook de cirkels en de
doorboringskrommen.
A
Gebruik voor de arcering de diagonalen van de vierkantjes van
5
het tekenblad. Let op de juiste lijnsoorten en lijndiktes.
0
0
Potloodlijnen niet weggommen.
Kader en titelhoek zijn niet nodig.
Schrijf linksonder je naam, voornaam.
Doorgangen van snijvlakken
Doorgang van snijvlakken: §5.2.2 in appendix 5.
De maataanduiding
Breng de maataanduiding aan in potlood, uit de losse hand.
45
Opbouw van een doorsnede: §5.3 in appendix 5.
Halve doorsnede – half aanzicht: §5.5 in appendix 5.
Snijding van twee cilinders: §8.3 in appendix 8;
keuze hulpvlak,
constructie in aanzichten,
oordeelkundige keuze hulpvlak.
Omwentelingsassen: §3.4.3 en fig. 17 in appendix 3.
Arcering: §5.2.3 in appendix 5.
Diameter bematen: §6.3.6.1, in appendix 6.
90
Toe te passen
5
rechts
or
vo
Figuur 1