Hoofdstuk 15
Voorraad en debiteuren z.s.m. betalen en crediteuren zo laat mogelijk, want dat is gratis geld. Nadeel
is wel dat het crediteuren bedrijf het geld later ontvangt en daardoor failliet kan gaan.
Operating cashflow is de tijd van het begin van het productieproces tot het innen van contanten uit
de verkoop van het eindproduct.
Voorraad (in dagen) + debiteuren (in dagen) = operating cashflow (oc).
Dus, AAI + ACP = OC
CCC = OC – APP
Cash conversion cycle = ccc (kascycles)
APP = crediteuren (in dagen)
Dus, CCC = AAI + ACP – APP (voorraad + debiteuren – crediteuren)
Een techniek die afwegingen tegen elkaar afweegt om de optimale ordergrootte te bepalen, is het
Economic Order Quantity (EOQ)-model. Het EOQ-model analyseert de afweging tussen orderkosten
en transportkosten om de orderhoeveelheid te bepalen die de totale voorraadkosten minimaliseert.
S = verbruik in eenheden per periode
O = kosten per order
Q = bestel hoeveelheid in eenheden
C = transportkosten per eenheid per periode
2∗π∗π
πΈππ = √
πΆ
2
1
√π΄ = π΄2
π΄π£πππππ πΆππππππ‘πππ ππππππ =
πππππ’ππ‘π ππππππ£ππππ
ππ£πππππ π ππππ πππ πππ¦
Hoofdstuk 16
Leverancierskrediet:
Bedrag: 800 ο 780 = 20 euro korting , jaar: 360 dagen.
Als je binnen 10 dagen betaald, krijg je 20% korting. Betaaltermijn van 30 dagen. Is dit gunstig?
20
360
∗
= 0,46 = 46%
780 30−10
Stel de lening ligt op 20% leenrente. Dan neem je de korting en de lening, want dat levert meer op.
Als het kortingspercentage lager is dan de leenrente, dan neem je de korting en de lening niet. Je
hebt de lening nodig om eerder te kunnen betalen.
Hoofdstuk 11
Project cash flow = OCF – NFAI – NWCI
OCF = NOPAT + afschrijving
NOPAT = EBIT * (1-T)
NFAI = Verandering in netto vaste activa + afschrijvingen
NWCI = verandering in vlottende activa – verandering in kortlopende verplichtingen
Sunk costs zijn kasuitstromen die al hebben plaatsgevonden (uitgaven in het verleden) en die niet
kunnen worden teruggevorderd, ongeacht de uiteindelijke investeringsbeslissing.
Opportunity costs zijn kasstromen die het bedrijf had kunnen realiseren door het beste alternatieve
gebruik van bestaande activa
Initial Cash Flow
1. Kosten van nieuwe activa + installatiekosten
2. Inkomsten van de verkoop oude activa +/ belasting over de boekwinst/verlies oude activa
3. Verandering in netto werkkapitaal
Initial Cash Flow = 1 – 2 +/- 3
Het netto werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende verplichtingen.
Terminal Cash Flow
1. Kosten van nieuwe activa +/- belasting over de koop nieuwe activa
2. Inkomsten van de verkoop oude activa +/ belasting over de boekwinst/verlies oude activa
3. Verandering in netto werkkapitaal
Terminal Cash Flow = 1 – 2 +/- 3
Hoofdstuk 9
Kostenvoet vreemd vermogen = Rd
π
π =
πππ π£πππ’π−ππ
πΌ+
π
ππ+πππ π£πππ’π
2
Nd = net proceeds from the sale of bond debt (netto-ontvangsten)
n = aantal jaren
I = jaarlijkse interest in euro’s
π·
1
Common stock dividend by constant-growth: π0 = π−π
P0 = value today of common stock (ontvangsten)
D1 = dividend expected at the end of year 1
r = required return on common stock
g = Annual dividend growth rate. (groeivoet)
Wacc = weighted average cost capital
WACC = (Wd*Rd) + (Wp*Rp) + (Ws*Rs)
Wd = Proportion of long term debt in capital structure
Wp = Proportion of preferred stock in capital structure
Ws = Proportion of common stock equity in capital structure
Wd+Wp+Ws = 1,0
Hoofdstuk 10
Payback periode berekenen: nog te ontvangen bedrag/ bedrag dat je ontvangt in de volgende
periode. ο hoe lager hoe beter
πΆπΉ
πππ = (1+π)π‘ − πΆπΉ Als de CF elk jaar anders is
πΆπΉ
1
πππ = π ∗ (1 − (1+π)π ) − πΆπΉ Als de CF elk jaar hetzelfde is
NPV ο hoe hoger hoe beter
πΆπΉπ‘
(1+π)π‘
Profitability index = ππΌ = |πΆπΉ |
0
IRR ο hoe hoger hoe beter
Hoofdstuk 12 & 13
Risk-adjusted discount rate π
π΄π·π
π = π
πΉ + {π
πΌπ ∗ (π − π
πΉ )}
RF = Risk free rate of return
RIj = Risk index for project j
r = cost of capital
(ππππππ‘πππ) πππππ − ππ£ππ πππππ‘ =
π£ππ π‘π πππ π‘ππ
π£πππππππππππ −π£ππππππππ πππ π‘ππ
% π£ππππππππππ ππ πΈπ΅πΌπ
π·ππΏ = % π£ππππππππππ ππ πππ§ππ‘
% π£ππππππππππ π€πππ π‘
π·πΉπΏ = % π£ππππππππππ ππππππππ πππ π’ππ‘πππ‘
π·ππΏ = π·ππΏ ∗ π·πΉπΏ
Hoofdstuk 14
Stock dividend: som EV veranderd niet na uitkering.
Cash dividend: som EV veranderd wel na uitkering.
Common stock
Paid in capital
Retained earnings
Aandelenkapitaal
Agio
Winstreserve
Stock split: meer aandelen uitgeven tegen een lagere prijs. Bijv. eerst 200 aandelen a €10 nominaal.
Nu 400 aandelen a €5 nominaal. Of andersom: eerst 500 aandelen a €5 nominaal. Nu 250 aandelen a
€10 nominaal.